menu

Kennis

IAS Monitor

IAS Monitor: Kerncijfers over asbest en mesothelioom

Meer dan 500 mensen kregen in Nederland in 2015 de diagnose mesothelioom (asbestkanker). Daarvan was bijna 90% man en meer dan driekwart boven de 65 op het moment dat de diagnose werd gesteld. Bij verreweg het grootste deel is blootstelling in het werk de oorzaak van de ziekte. Dit en nog veel meer kunt u op deze pagina lezen in de IAS Monitor. 
In samenwerking met de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en het Integraal Kankercentrum Nederland heeft het Instituut Asbestslachtoffers (IAS) een aantal relevante cijfers over het asbestgebruik en de ontwikkeling van de ziekte mesothelioom op een rijtje gezet. Daarbij is gebruik gemaakt van gegevens van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en uit de databanken van het IAS en de SVB. Een deel van de figuren is interactief. Bij deze interactieve figuren kunt u aangeven voor welke groep u de gegevens wilt zien. In de figuren zelf kunt u de aantallen per kolom of lijn zien als u daar met de cursor overheen gaat.

Definities
Aantal/incidentie: het aantal nieuwe diagnoses van mesothelioom in een bepaalde periode, absoluut (aantal) of relatief per aantal inwoners (incidentie).
Latentietijd: tijd tussen het eerste moment van asbestblootstelling en moment waarop de ziekte mesothelioom zich manifesteert
Lokalisatie: de plek in het lichaam waar de ziekte is ontstaan
Overleving: het percentage patiënten dat een bepaald aantal maanden na de diagnose nog in leven is.
Sterfte: het aantal mensen dat overlijdt in een bepaalde periode.

Belangrijkste gegevens

  • In Nederland krijgen jaarlijks meer dan 500 mensen (merendeels man: 85-92%) de diagnose mesothelioom.
  • Asbestgebruik was in Nederland in het midden van de jaren 70 het grootst. In 1993 werd alle asbest verboden.
  • Nederland staat derde op de wereldranglijst van het aantal mensen (per miljoen inwoners) dat jaarlijks aan mesothelioom overlijdt.
  • 84% van de mesothelioompatiënten is op het moment van diagnose boven de 65. Vrouwen zijn gemiddeld jonger dan mannen op het moment dat de diagnose wordt gesteld. 
  • Mesothelioom ontstaat meestal in het longvlies en bij 5% van de mannen en 11,5% van de vrouwen in het buikvlies.
  • De tijd tussen het eerste moment van asbestblootstelling en de diagnose van de ziekte is gemiddeld meer dan 50 jaar.
  • Een kwart van de mesothelioompatiënten overlijdt binnen drie maanden na diagnose, tweederde binnen een jaar.
  • De meeste mesothelioomslachtoffers die een TAS- of TNS- tegemoetkoming hebben ontvangen wonen in Alkmaar en omgeving, Zuid Limburg, Zeeland, de Zaanstreek en Groot Rijnmond.
  • Vrouwen zijn jonger bij aanmelding dan mannen en vallen voor het grootste deel onder de (niet-loondienstgerelateerde)TNS-regeling.
  • Asbestblootstelling vond vooral plaats in de bouwnijverheid/installatiebouw, in de industrie (met name scheepsbouw, metaal- en elektrotechniek) en in de scheepvaart.  
  • Timmerman en monteur zijn de beroepsgroepen met de meeste slachtoffers over alle sectoren gezien.
  • De meeste asbestblootstelling heeft in de jaren 60 plaatsgevonden.

1. Hoe vaak komt mesothelioom voor?

Sinds 1993 is asbest in Nederland verboden. Volgens de cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie is het aantal mensen dat jaarlijks de ziekte mesothelioom stabiel.   Lag het absolute aantal mesothelioompatiënten tussen 1999 en 2004 op 400 per jaar, sinds 2005 ligt dit rond de 500 per jaar. Dat is iets meer dan 1% van alle mensen die in Nederland jaarlijks de diagnose kanker krijgen. Internationaal vergeleken is dat veel, zoals blijkt uit de figuren hierna onder 1.3 over het voorkomen van deze ziekte in Europa en wereldwijd. Een verklaring ligt in een verschil in betrouwbaarheid van de registraties in de verschillende landen. Dit verklaart waarom de ziekte in bepaalde andere landen veel minder voorkomt, terwijl daar soms meer asbest is gebruikt dan in Nederland (zie onder 1.4).

1.1 Toename mesothelioom in Nederland tussen 1989 en 2015

De eerste figuur toont het aantal mesothelioomdiagnoses per jaar, totaal en per geslacht voor de periode 1989-2015, de tweede figuur de incidentie, het aantal per miljoen inwoners. Tussen 1989 en 2005 is een stijging van diagnoses in absolute aantallen te zien van 274 in 1989 tot 502 in 2005. Sinds 2005 ligt dit aantal rond de 500 per jaar. Mannen vertegenwoordigen 85 tot 92% van het totaal. De absolute aantallen zijn sterker toegenomen dan de relatieve aantallen per miljoen inwoners (incidentie) die in de tweede figuur worden getoond. Klik hier voor een tabel met vergelijking van de sterfte en incidentiecijfers sinds 1989.

Aantal mesothelioom diagnoses naar geslacht en diagnosejaar: 1989-2015

Flash kan niet geladen worden.

Incidentie mesothelioom naar geslacht en diagnosejaar: 1989-2015

Flash kan niet geladen worden.

1.2 Vergelijking ontwikkeling asbestgebruik en mesothelioom in Nederland (1960-2016)

1.2 Vergelijking ontwikkeling asbestgebruik en mesothelioom in Nederland (1960-2016)

In ons land is vrijwel alle asbest na de tweede wereldoorlog verwerkt, met als zwaartepunt de zeventiger jaren (43%). Hierna loopt het gebruik sterk terug. In de jaren ‘80 is de totale verwerking nog maar 10% van het totaal en in de jaren ‘90 is dit gedaald tot 2%. In de jaren 70 bereikte het asbestgebruik in Nederland een piek (1). Hoewel de absolute aantallen mesothelioomslachtoffers per jaar zijn toegenomen, lijkt de mesothelioomsterfte-incidentie (per 100.000 inwoners) de laatste jaren iets af te nemen (2).

1.3 Nederland twee na hoogste sterfte mesothelioom internationaal vergeleken (mannen, 2013)

De hierna volgende figuren geven een impressie van het aantal sterfgevallen (per miljoen inwoners per jaar) aan mesothelioom in Europa en wereldwijd in 2010 volgens gegevens van de Wereldgezondheidsorganisatie (3).  In Europa is te zien dat de sterfte in Groot Brittannië en Nederland bijzonder hoog is. Dit in vergelijking met omringende landen. Aangezien de overlevingskans zeer gering is, zijn incidentie- en sterftecijfers vrijwel gelijk. Verrassend lage aantallen komen in Oost Europa voor. Wereldwijd vergeleken is te zien dat de sterfte in Groot Brittannië, Malta, Nederland en Australië bijzonder hoog is. Dit in vergelijking met omringende landen. Onduidelijk is hoe betrouwbaar de registratie in de verschillende landen is. Veel landen ontbreken zelfs helemaal in de cijfers. Dat geldt ook voor grote asbestproducenten en gebruikers als Rusland, China en India.

Als u in de kaart van Europa met de cursor over het land gaat, verschijnt het sterftecijferaantal links boven in de kaart. In de staven van het staafdiagram kunt u via de cursor de aantallen zien. De cijfers zijn gecorrigeerd voor de leeftijdsopbouw met behulp van de wereldstandaard.

Europa

Flash kan niet geladen worden.

Wereldwijd

Flash kan niet geladen worden.

1.4 Ontwikkeling asbestgebruik wereldwijd (1920-2005)

1.4 Ontwikkeling asbestgebruik wereldwijd (1920-2005)

Landen die in het verleden het meeste asbest gebruikten hebben niet automatisch de meeste mesothelioomslachtoffers. De figuur toont de ontwikkeling in het wereldwijd asbestgebruik per land sinds 1920. Bij vergelijking met de twee figuren onder 1.3. valt op dat Nederland op de tweede plaats in aantal mesothelioomslachtoffers staat, maar per inwoner veel minder asbest heeft gebruikt dan landen als België/Luxemburg, het Verenigd Koninkrijk, Australië, Japan en de Verenigde Staten. Opvallend is dat België, de grootste asbestgebruiker tussen 1960 en 1980, in vergelijking tot Nederland veel minder mesothelioomsterfte heeft.  België was in 1975 verantwoordelijk voor een kwart van het totale asbestgebruik in Europa: 6 kg per inwoner op haar piek in 1975. In Nederland lag het gebruik in hetzelfde piekjaar op ca. 2,5 kg per inwoner.

1.5 Asbestproductie en consumptie wereldwijd in 2000 en 2014/16

1.5 Asbestproductie en consumptie wereldwijd in 2000 en 2014/16

Bron : Virta, RL: World Asbestos Supply and Consumption Trends from 1900 through 2003; US. Geological Survey Minerals Yearbook 2000 + 2014/16 (worksheet for world asbestos production and consumption calculations)

Ondanks de inmiddels algemeen bekende schadelijke gevolgen is productie en gebruik van asbest wereldwijd nog lang niet uitgebannen. Als gekeken wordt naar de productie in 2000 en 2016 is te zien dat deze zelfs licht is toegenomen. Door steeds meer asbestverboden heeft deze zich echter geconcentreerd in enkele landen die meer zijn gaan produceren. Dat geldt met name voor Rusland, maar in mindere mate ook voor China, Brazilië en Kazakhstan. Rusland is verreweg de grootste producent en alleen verantwoordelijk voor meer dan de helft van de asbestproductie wereldwijd. Gebruik van asbest gebeurt vooral in Azië, met name in China en India. Rusland en Brazilië zijn zowel grootgebruikers als producenten van grote hoeveelheden asbest. Asbest wordt vooral in de structuur van woningen, daken en waterleidingen gebruikt en is nog steeds goedkoper dan vervangende materialen als polyproleen of aluminium. Zowel de wereldwijde asbestproductie als het gebruik liggen jaarlijks stabiel rond de twee miljoen ton.

2. Op welke leeftijd wordt de diagnose mesothelioom gesteld?

De figuur hieronder laat zien dat in Nederland in 2015 84% van de mensen ouder dan 65 jaar was op het moment dat de diagnose mesothelioom werd gesteld. Het aandeel jongere (65 min) mesothelioompatiënten is onder de vrouwen iets hoger dan onder de mannen (26% bij vrouwen). In het algemeen duurt het lang voordat deze ziekte zich manifesteert. Volgens internationaal onderzoek is de gemiddelde latentietijd ruim 40 jaar (4). De latentietijd van mensen die zich bij het IAS hebben aangemeld neemt toe en is inmiddels meer dan 50 jaar. Dit is de tijd tussen de start van het dienstverband waar men voor het eerst aan asbest is blootgesteld en het moment waarop de diagnose mesothelioom is gesteld. Niet vast te stellen is echter op welk moment de fatale blootstelling heeft plaatsgevonden, aangezien veel mensen langere tijd en/of op verschillende locaties met asbest in aanraking zijn geweest. De latentietijd geeft dus geen haarscherp beeld.

Aantal mesothelioom diagnoses naar leeftijd, per geslacht en totaal (1989-2015)

Flash kan niet geladen worden.

Dit is een interactieve figuur.

Onder de figuur kunt u aangeven of u de gegevens wilt zien voor mannen, vrouwen of voor de totale groep wilt zien. In de figuur zelf kunt u de aantallen per leeftijdsgroep per jaar zien door met de cursor over de lijnen te gaan. Rechts van de figuur kunt u aangeven van welke leeftijden u de gegevens wilt zien.

Ontwikkeling in leeftijd mesothelioompatiënten bij diagnose (1989-2015)

Flash kan niet geladen worden.

Deze figuur laat zien dat de gemiddelde leeftijd waarop de diagnose mesothelioom bij mannen is gesteld over de periode 1989 t/m 2015 is toegenomen. Een mogelijke verklaring is dat mensen in het algemeen ouder worden en op een hogere leeftijd de ziekte kunnen krijgen. Een andere mogelijke verklaring is dat geleidelijk beperkingen in gebruik (omvang) en toepassing (soort werk en product) van asbest zijn ingevoerd. Die  kunnen ervoor gezorgd hebben dat mensen minder intensief aan asbest zijn blootgesteld en het daarom langer duurt voordat zij ziek worden. Hoe intensiever de blootstelling, hoe korter de latentietijd is, en omgekeerd (4). De incidentie onder oudere mannen is met name onder de 65-84 jarigen toegenomen. De incidentie onder 50-64 jarigen neemt langzaam af. De incidentie onder vrouwen is acht keer zo laag onder mannen waardoor de toevalsfactor een grotere rol speelt en er geen trends zijn waar te nemen. 

Onder de figuur kunt u aangeven of u de gegevens wilt zien voor mannen, vrouwen of voor de totale groep wilt zien. In de figuur zelf kunt u de aantallen per jaar zien door met de cursor over de lijnen te gaan. Rechts van de figuur kunt u met vinkjes aangeven van welke leeftijdsgroep u de gegevens wilt zien.

3. Waar wonen asbestslachtoffers met mesothelioom?

Conform de verwachting wonen asbestslachtoffers met mesothelioom veelal in gebieden waar in het verleden met asbest is gewerkt op scheepswerven, in de metaal en elektrotechnische industrie, in asbestproductie-, isolatie- en asbestverwerkende bedrijven en in de bouw en installatiesector. Onderstaande figuren geven het aantal en de incidentie weer per provincie en geslacht voor de jaren 1989-2014. Kijkend naar absolute aantallen per provincie, komen bij mannen in afnemende volgorde vooral veel patiënten voor in de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland, Noord-Brabant, Limburg en Gelderland. Provincies met een relatief hoge incidentie (aantal per miljoen inwoners) bij mannen over alle jaren gezien, zijn in afnemende volgorde Zeeland, Zuid-Holland, Noord-Holland en Limburg. Te zien is dat incidentie in Friesland, Groningen en Drenthe relatief gezien toeneemt. In Zeeland en Zuid-Holland is een afname te zien. De totalen in deze figuur zijn hoger dan in de figuren onder 1.1 omdat ook patiënten zijn meegeteld met longvlieskanker zonder een zekere diagnose mesothelioom. Dit betreft vooral oudere patiënten waarbij men het te belastend vindt om weefsel af te nemen voor nader onderzoek.

Met behulp van de knoppen onder de figuren is het mogelijk om de figuur aan te passen naar het geslacht van de patiënt (man, vrouw of totaal) en de provincie. In de figuren zelf kunt u de aantallen per jaar zien door met de cursor over de lijnen te gaan.

Aantal mesothelioom naar provincie, geslacht en diagnosejaar: 1989-2015

Flash kan niet geladen worden.

Incidentie mesothelioom naar provincie, geslacht en diagnosejaar: 1989-2015

Flash kan niet geladen worden.

4. Om welke typen mesothelioom gaat het (1989-2015)

Flash kan niet geladen worden.

Mesothelioom ontstaat meestal in het longvlies en een enkele keer in het buikvlies. Bij vrouwen is het aandeel buikvliesmesothelioom groter dan bij mannen. Patiënten met mesothelioom zijn vooral mannen, tussen de 55 en 80 jaar. De figuur geeft het aantal mesothelioomdiagnoses per leeftijdsgroep, geslacht en locatie van de ziekte weer over de periode 1989 t/m 2015.

Met behulp van de knoppen onder de figuur is het mogelijk om de figuur aan te passen naar het geslacht van de patiënt (man, vrouw of totaal) en het type mesothelioom (buikvlies of longvlies). In de figuur zelf kunt u met de cursor de aantallen per leeftijdsgroep zien.

5. Hoe lang leven mensen met mesothelioom

Flash kan niet geladen worden.

De tijdsduur na diagnose waarin patiënten in leven zijn wordt overlevingsduur genoemd. Een kwart van de mesothelioompatiënten overlijdt binnen drie maanden na diagnose en bijna tweederde binnen een jaar. Na diagnose leven patiënten met longvliesmesothelioom gemiddeld langer dan patiënten met buikvliesmesothelioom en jongere patiënten gemiddeld langer dan oudere patiënten.  De figuur geeft de overlevingsduur in maanden weer van patiënten naar getroffen orgaan en leeftijd. Dit gaat om statistische gemiddelden. Voor een individuele patiënt is de overlevingsduur ook afhankelijk van de grootte van de tumor, de conditie van de patiënt en de reactie op behandeling.

Met behulp van de knoppen onder de figuur is het mogelijk om de figuur aan te passen naar het type mesothelioom en de leeftijd van patiënten. In de figuur zelf kunt u met de cursor de aantallen per leeftijdsgroep zien.

6. Hoe vaak wordt een financiële tegemoetkoming aangevraagd en waarin verschillen de aanvragers?

Het IAS adviseert de Sociale Verzekeringsbank (SVB) over het recht op een tegemoetkoming van € 19.988 (2017) voor (ex-) werknemers met de ziekte mesothelioom op grond van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS) of voor niet-werknemers (sinds 1 december 2007) op grond van de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom (TNS). Hierna volgen drie figuren. 6.1. laat de ontwikkeling in de instroom voor beide regelingen zien, per geslacht en totaal. Figuren 6.2. en 6.3. geven informatie over bepaalde kenmerken van de TAS en TNS-aanvragers: woonprovincie (6.2) en de verdeling van de aanvragers naar leeftijdsgroep en lokalisatie van de ziekte (6.3).

6.1 Instroom IAS naar TAS, TNS, jaar aanvraag, per geslacht en totaal (2000-2016)

Flash kan niet geladen worden.

Het aantal aanvragen voor een tegemoetkoming is sterk toegenomen sinds de start van het IAS in 2000. Hiervoor zijn verschillende verklaringen te geven: vereenvoudiging van de procedure (o.a. door invoering voorschot in 2003), uitbreiding van de reikwijdte (met name door invoering TNS in 2007), een algehele toename van het aantal mesothelioompatiënten en een grotere bekendheid van het instituut. 2000 en 2008 zijn piekjaren in aantal aanvragen. Dit komt door de terugwerkende kracht van beide regelingen die tot een jaar na de invoering van kracht was. De figuur laat zien dat TAS het grootste aandeel aanvragen vertegenwoordigt (ca. 75%). Wat verder opvalt is dat voor vrouwen sinds 2008 vaker een TNS is aangevraagd dan een TAS. Een verklaring is dat vrouwen in het verleden nauwelijks gewerkt hebben in een typisch mannen-asbestrisicoberoep zoals timmerman of monteur. Slachtoffers die niet weten hoe ze met asbest in aanraking zijn geweest, komen in aanmerking voor TNS.

Met behulp van de knoppen onder de figuur is het mogelijk om de figuur aan te passen naar geslacht (man, vrouw, totaal) of type aanvraag (TAS, TNS of TAS en TNS samen). In de figuur zelf kunt u met de cursor de aantallen per jaar zien.

6.2 Waar wonen TAS/TNS-aanvragers (2000-2016)

Flash kan niet geladen worden.

Aanvragers van een tegemoetkoming via de Regeling TAS en TNS wonen vooral in de Randstad. De meeste aanvragen komen uit Zuid-Holland gevolgd door Noord-Holland en Noord-Brabant. Daarna is respectievelijk  Limburg de belangrijkste provincie voor TAS en Gelderland voor TNS. 

Met behulp van de knoppen onder de figuren is het mogelijk om de figuur aan te passen naar provincie, geslacht (man, vrouw of totaal) en type aanvraag (TAS, TNS of TAS en TNS samen). In de figuren zelf kunt u de aantallen per jaar zien door met de cursor over de lijnen te gaan.

6.2a Woonplaats TAS/TNS-gerechtigden in kaart (2000-2016)

6.2a Woonplaats TAS/TNS-gerechtigden in kaart (2000-2016)

In de plattegrond hierboven is te zien dat aanvragers van een tegemoetkoming via de Regeling TAS en TNS vooral in in gebieden wonen waar in het verleden met asbest is gewerkt op scheepswerven, in asbestproductie, isolatie- en asbestverwerkende bedrijven en in de metaal- en elektrotechnische industrie. Het gaat met name om de havens in Zeeland, Rijnmond en Noord-Oost Groningen, de industrie in Noord Holland, de mijnbouw en chemie in Zuid Limburg en de asbestverwerkende industrie in Twente rond Enschede (textiel) en Goor (Eternit fabriek). De plattegrond laat het aantal TAS/TNS-gerechtigden zien per 100.000 inwoners over de periode 2000 t/m 2016 (Bron: Sociale Verzekeringsbank, R. Berkhout, maart 2017).

6.3 Verdeling TAS/TNS naar geslacht en leeftijd (2000/2007-2016)

Flash kan niet geladen worden.

De figuur hierboven toont een verdeling van aanvragers TAS/TNS per leeftijdsgroep en geslacht over de periode 2000 t/m 2015 voor TAS en 2007 t/m 2015 voor TNS. Aanvragers van een TNS en vrouwen dienen op jongere leeftijd een aanvraag in dan aanvragers van een TAS en mannen.
Met behulp van de knoppen onder de figuur is het mogelijk om de figuur aan te passen naar het geslacht van de patiënt (man, vrouw of totaal) en de regeling TAS of TNS. In de figuur zelf kunt u met de cursor de aantallen per leeftijdsgroep zien.

Aantal TAS naar geslacht en leeftijd: 2000-2016

Aantal TAS naar geslacht en leeftijd: 2000-2016

Aantal TNS naar geslacht en leeftijd: 2007-2016

Aantal TNS naar geslacht en leeftijd: 2007-2016

6.4 Verdeling TAS/TNS naar overlevingsduur (2000/2007-2016)

6.4 Verdeling TAS/TNS naar overlevingsduur (2000/2007-2016)

De figuur laat zien dat aanvragers van een TNS-tegemoetkoming na diagnose gemiddeld langer leven dan aanvragers van een TAS-tegemoetkoming. Verklaringen zijn nog niet duidelijk. Voor TNS is gemiddeld op jongere leeftijd een aanvraag ingediend dan voor TAS. Aangezien jongere mesothelioompatiënten na diagnose gemiddeld langer leven dan oudere, verklaart dat mogelijk de langere overlevingsduur van mensen voor wie een TNS-tegemoetkoming is aangevraagd. Mogelijk is de asbestblootstelling bij TNS’ers minder intensief geweest. Veel aanvragers TNS weten namelijk niet hoe ze met asbest in aanraking zijn geweest. Bij TAS-aanvragers gaat het vaak om mensen die werkzaam zijn geweest in typische asbestrisicoberoepen met intensieve asbestblootstelling. Een andere mogelijke verklaring ligt in het hogere aandeel vrouwen in de TNS. Vrouwen met mesothelioom melden zich op jongere leeftijd aan dan mannen.

7. In welke sectoren en beroepen hebben asbestslachtoffers gewerkt?

Een onderdeel van de aanvraagprocedure bij het IAS is het onderzoek naar het arbeidsverleden. Het IAS onderzoekt bij alle aanvragen hoe het contact met asbest heeft plaatsgevonden. Welke dienstverbanden men heeft gehad en of men in deze dienstverbanden aan asbest is blootgesteld, zo ja, hoe. Dat wordt vastgelegd in een verslag. Een aantal gegevens over elk dienstverband zijn voor aanvragen vanaf 2005 tot en met 2016 systematisch vastgelegd in de IAS-databank. Dat geldt onder andere voor het beroep en de sector waarin iemand werkzaam is geweest. Voor de codering is gebruik gemaakt van de CBS standaarden uit 1984 voor beroepen (SBC-84) en 1974 voor sectoren (SBI-74) (5). De hierna volgende figuren zijn gebaseerd op de verklaringen van 6.580 aanvragers met 18.133 dienstverbanden waar ‘zeker’ of ‘misschien’ asbestblootstelling heeft plaatsgevonden. De aanvragen in verband met de ziekte asbestose zijn in deze overzichten meegenomen. Toelichtingen over asbest in bepaalde beroepen en sectoren komen van asbestkaart.nl (6) of uit het rapport Asbest in kaart (1).

Toelichting

Het gaat om de eigen verklaring van asbestslachtofffers
De cijfers zijn op basis van de eigen verklaring van de aanvrager. 'Zeker' wil zeggen dat men zeker weet dat men in een bepaald dienstverband aan asbest is blootgesteld. 'Misschien' wil zeggen dat men asbestblootstelling niet uitsluit of dat men niet weet of men in een bepaald dienstverband met asbest in aanraking is geweest

Het gaat om aantallen dienstverbanden
De aantallen in dit hoofdstuk zijn weergegeven in dienstverbanden, niet in personen. Veel mensen veranderen in hun arbeidsleven van beroep/werkgever/sector. Een lasser in de bouw kan ook bijv. in de industrie hebben gewerkt en voor beide sectoren verklaren zeker of misschien aan asbest te zijn blootgesteld. Een ander voorbeeld: iemand begon als timmerman in de bouw en kwam daar met asbest in aanraking. Vervolgens gaat hij werken als verkoper in een winkel voor bouwmaterialen en is daar mogelijk weer aan asbest blootgesteld.
Asbestslachtoffers kunnen in hun arbeidsleven in meerdere dienstverbanden en in verschillende sectoren en/of beroepen aan asbest zijn blootgesteld. Personen komen daarom in onderstaande figuren vaak meerdere malen voor. Een weergave in dienstverbanden geeft een beter beeld van waar in Nederland in het werk asbestblootstelling heeft of kan hebben plaatsgevonden.


 

7.1. Asbestblootstelling naar sector (1950-1993)

Flash kan niet geladen worden.

De figuur onder 7.1 laat zien in welke sectoren IAS-aanvragers sinds 1950 hebben gewerkt en zeker of mogelijk (misschien) aan asbest zijn blootgesteld. Over alle jaren heen is de bouwnijverheid en installatie de sector waar de meeste slachtoffers aan asbest zijn blootgesteld, gevolgd door: 2.industrie (met name scheepsbouw, metaal- en elektrotechniek), 3. handel en zakelijke dienstverlening (met  name garages), 4.transport-, opslag en communicatie (met name scheepvaart), 5. defensie (met name marine), 6. delfstoffen, 7. energie en 8. landbouw, veeteelt en visserij. In de jaren '50 en '60 was de industrie de belangrijkste sector,in de jaren '70 de bouw en installatie. In de jaren '80 zijn beide sectoren ongeveer even groot in omvang. In de industrie zijn met name de scheepsbouw en metaal en elektrotechniek de belangrijkste bronnen van asbestblootstelling. Als gekeken wordt naar de groep die verklaard heeft zeker in een bepaald dienstverband te zijn blootgesteld, dan hebben de meeste blootstellingen in de jaren '60 plaatsgevonden (32%), gevolgd door de jaren '70 (29%), de jaren '80 (20%) en de jaren '50 (19%). Het IAS ontvangt nog steeds regelmatig aanvragen van slachtoffers die al in de jaren '50 of '60 van de vorige eeuw aan asbest zijn blootgesteld. De gemiddelde latentietijd (sinds het eerste moment van blootstelling) was in 2014 53 jaar en neemt geleidelijk toe (in 2005: 48 jaar).

Linksboven kunt u aangeven welke verdeling u wilt zien: voor de hoofdsectoren of afzonderlijk de verdeling per hoofdsector over de subsectoren. Onder de figuur kunt u aangeven of u de gegevens wilt zien voor alle jaren samen (totaal) of per periode dienstverband (in 10- of  5-jaarsperioden van 1950 tot en met 1993). Linksboven kunt u per sector een verdeling zien naar subsector. In de figuur zelf kunt u de aantallen bij ‘zeker’ en ‘misschien’ blootgesteld per sector zien door met de cursor over de staven te gaan.

7.2 Asbestblootstelling in de voedings- en genotsmiddelenindustrie

7.2 Asbestblootstelling in de voedings- en genotsmiddelenindustrie

Uit de figuur komt naar voren dat, volgens verklaring van de slachtoffers, met het meest aan asbest is blootgesteld in de algemene voedingsindustrie en de productie van zuivel, suiker en brood. In de broodproductie is de groep 'Misschien' vrij groot, d.w.z. dat relatief vaak verklaard werd dat men asbestblootstelling als mogelijk zag of dat men niet wist of men in dit dienstverband aan asbest was blootgesteld. In broodfabrieken en bakkerijen is asbest vooral gebruikt als isolatiemateriaal rond de ovens, vaak in de vorm van asbestmatrassen en asbestkoord. Daarnaast zijn asbesttextielproducten gebruikt, zoals handschoenen en kleding. In laboratoria van de voedingsindustrie is het decennia lang gebruikelijk geweest om zuurkasten te bekleden met asbestcementplaat. Voor de branche als geheel geldt dat tot het begin van de negentiger jaren tijdens onderhoud, reparatie en sloop van ketels, ovens, pompen, turbines en pijpen waarschijnlijk regelmatig asbestblootstelling is opgetreden door het verwijderen van asbestkoord, asbestkous en diverse asbestpakkingen. Vooral technisch onderhoudspersoneel is mogelijk aan asbest blootgesteld.

7.3 Asbestblootstelling naar beroep

Flash kan niet geladen worden.

De figuur laat de 20 meest voorkomende beroepen zien waarin IAS-aanvragers sinds 1950 hebben gewerkt en zeker of misschien aan asbest zijn blootgesteld. Timmerman (algemeen- en scheeps-) en monteur (algemeen, verwarming-, elektro-,auto) waren de beroepsgroepen met de meeste slachtoffers, gevolgd door: machinebankwerker, loodgieter en lasser. Een beroep als mijnwerker komt vooral in de beginjaren voor. Later is een toename te zien van bijvoorbeeld verwarmingsmonteurs en aannemers/uitvoerders in de bouw.

Onder de figuur kunt u aangeven of u de gegevens wilt zien voor alle jaren samen (totaal) of per periode dienstverband (in 10- of 5-jaarsperioden van 1950 t/m 1993). In de figuur zelf kunt u de aantallen bij ‘zeker’ en ‘misschien’ blootgesteld per beroep zien door met de cursor over de staven te gaan.

7.4 Asbestrisicoberoepen in de bouw en installatie

7.4 Asbestrisicoberoepen in de bouw en installatie


Timmerman, loodgieter en verwarmingsmonteur waren de beroepsgroepen met de meeste slachtoffers in de bouwnijverheid en installatiebranche.

Bouw: In 1899 is het asbestcementproduct ontwikkeld door Hatchek dat vooral bekend staat onder de naam Eternit. De snelle expansie van de asbestcementindustrie overschaduwde in latere jaren bijna alle andere industriële toepassingen. De fabricage van asbestcementplaten werd snel gevolgd door nieuwe vindingen, zoals de productie van asbestcementpijpen rond 1910 in Italië. De opkomst van de bio-industrie in de zeventiger jaren heeft ertoe geleid dat de meeste bouwmaterialen met asbestcement (naar schatting zo n 65%) als dakbedekking en wandmateriaal van loopstallen in de agrarische sector zijn gebruikt. Een andere belangrijke toepassing zijn asbestcementbuizen in het waterleiding- en rioleringsnet. In 1986 bestond ruim 40% van het totale drinkwaterhoofdleidingnet uit asbestcementbuizen. Het gebruik van deze buizen is sinds het einde van de tachtiger jaren gestopt. In de periode 1960-1980 zijn ook afdekkingsmiddelen op asbest-basis gebruikt die door stucadoors zijn verwerkt op muren, plafonds en vloeren.
De asbestblootstelling was een gevolg van zagen, slijpen, frezen en boren van asbestcementproducten. Vóór 1985 werd op de bouwplaats slechts incidenteel met de vereiste stofafzuiging gewerkt, waardoor kortstondig hoge blootstelling kon ontstaan. Een speciale groep zijn de schilders in de renovatie (met goede kans op blootstelling) die met name blootgesteld zijn door het opschuren van asbestcementplaten. In 1997 is een richtlijn ingevoerd om dit gebruik te beëindigen. Het be- en verwerken van asbesthoudende remvoeringen, koppelingsplaten en trilbanden heeft lange tijd plaatsgevonden tijdens onderhoud van grondverzetmachines en heftrucks. Voor remvoeringen in kranen is nog enige jaren vrijstelling verleend na invoering van het asbestverbod in 1993. Vanaf 1985-1990 is op grote schaal asbestvrij frictiemateriaal ingevoerd. 

Installatie: tot het begin van de tachtiger jaren heeft tijdens onderhoud, reparatie en sloop van ketels, ovens, pompen, turbines en pijpen regelmatig asbestblootstelling plaatsgevonden door het verwijderen van asbestisolatie, asbestkoord, asbestkous en diverse asbestpakkingen. Deze blootstelling vond plaats in bedrijven, kantoren en woningen.

7.5 Asbestrisicoberoepen in de metaal-, machinebouw en elektrotechniek

7.5 Asbestrisicoberoepen in de metaal-, machinebouw en elektrotechniek

Monteurs, machinebankwerkers en lassers waren beroepsgroepen met de meeste asbestslachtoffers in de metaal-, machine- en elektrotechnische industrie. In de basismetaalindustrie zijn gietmallen van asbestcement gebruikt. Asbest kwam ook voor als verontreiniging in talk. Specifieke toepassing van frictiemateriaal in remvoeringen van de vele persen en walsen is ook bekend. Daarnaast moet worden gedacht aan de pakkingen en isolatiemateriaal in aanvoerleidingen van deze persen en walsen en asbestkoord als geleidemateriaal op rollen. In de metaalproductenindustrie en machinebouw is gebruik gemaakt van asbesthoudende remvoeringen, koppelingsplaten en trilbanden. Vanaf 1985 is op grote schaal asbestvrij frictiemateriaal ingevoerd. Ter bevordering van de slijtvastheid is asbest ook toegevoegd tijdens de productie van banden en canvasriemen. Asbest is daarnaast gebruikt in ruwe vorm als verpakkingsmateriaal van kranen en als bekledingsmateriaal van ketelonderdelen. In een aantal industrietakken, waaronder de machinebouw en elektrotechniek, vond asbestblootstelling plaats door onderhoud, reparatie en sloop. Tot het begin van de negentiger jaren werden werknemers tijdens onderhoud, reparatie en sloop van ketels, ovens, pompen, turbines en pijpen waarschijnlijk regelmatig aan asbest blootgesteld door het verwijderen van asbestkoord, asbestkous en diverse asbestpakkingen. Vooral technisch onderhoudspersoneel is daarbij mogelijk aan asbest blootgesteld.

7.6 Asbestrisicoberoepen in de textiel, hout en papierindustrie

7.6 Asbestrisicoberoepen in de textiel, hout en papierindustrie

Stoffeerder, naaister en wever waren specifieke asbestrisicoberoepen in de textielindustrie. Stoffeerders en naaisters kwamen met asbest in contact door bewerking van asbesttextiel-producten. Wevers weefden asbestvezels.

Asbesttextiel
Halverwege de negentiende eeuw zijn in Engeland de eerste commerciële asbesttoepassingen geïntroduceerd als brandwerend materiaal (doek, dakbedekking) en textiel (pakkingen en hittebestendige pakken). In schepen werd op beperkte schaal de asbestmatras, een asbestdoek gevuld met los asbest, als isolatiemateriaal gebruikt. Rond 1920 is de kleinschalige productie van asbesttextiel in Nederland gestart, onder andere bij Kooy Isolatie in Enschede. In Nederland heeft het spinnen en weven van asbesttextiel op kleine schaal plaatsgevonden. Van een asbestisolatiebedrijf is bekend dat asbestdoek voor asbestmatrassen werd geproduceerd vanaf 1920 tot waarschijnlijk medio zestiger jaren. Asbesttextiel is grotendeels ingevoerd, vooral uit Engeland en de Verenigde Staten.

Asbestpapier/karton
De grootste producent van asbesthoudend papier/vilt was Van Gelder-Wormer. De productie kwam pas goed op gang in 1968 toen aan Forbo-Krommenie de asbestvilt-onderlaag van de nieuwe Novilon-vloerbedekking werd geleverd. De grootste fabriek van asbesthoudende vloerbedekking staakte haar productie definitief in 1982. Een tweede bedrijf heeft sinds 1984 geen asbest meer in vloerbedekking toegepast. In de papier- en kartonindustrie is verder veel asbestisolatiemateriaal toegepast rond leidingen. Daarnaast is sprake van asbesthoudend frictiemateriaal in onder andere remvoeringen en koppelingsplaten van walsen en persen.

Hout en meubelindustrie
In 1984 bleken zo’n 180 timmerfabrieken geveltimmerwerk te verzorgen met asbestcement-gevelplaten. Asbestblootstelling trad op door zagen, boren en monteren van gevelplaten. Na 1990 zijn asbesthoudende gevelplaten nauwelijks meer gebruikt. In meubelfabrieken is in het verleden gewerkt met brandvertragende platen, waaronder asbestkarton. Door het op maat snijden van deze platen kan asbestblootstelling zijn ontstaan. Deze toepassing zal na invoering van het Asbestbesluit Warenwet in 1983 niet meer zijn voorgekomen. In de jaren ’60 is asbest ook gebruikt als opvulmateriaal in kussens. Hierbij is ruwe asbest gebruikt met als gevolg een hoge blootstelling voor betrokken werknemers.

7.7 Asbestrisicoberoepen in de Scheepsbouw

7.7 Asbestrisicoberoepen in de Scheepsbouw

Machinebankwerker, scheepstimmerman, scheepsijzerwerker en lasser waren de beroepsgroepen met de meeste asbestslachtoffers in de scheepsbouw. In schepen werd op beperkte schaal de asbestmatras, een asbestdoek gevuld met los asbest, als isolatiemateriaal gebruikt. In de scheepsbouw is geruime tijd op grote schaal asbest gebruikt. In de scheepsbouw en -reparatie werd veel personeel direct of indirect blootgesteld aan asbest tijdens de afbouw van de schepen evenals in de diverse werkplaatsen op scheepswerven zoals de machinefabriek en de timmerfabriek. Dit heeft tot medio zeventiger jaren geduurd. In de scheepsreparatie en -sloop is asbestblootstelling tot vandaag de dag aan de orde.

7.8 Asbestrisicoberoepen in de handel en diensten

7.8 Asbestrisicoberoepen in de handel en diensten

Automonteur komt in de IAS-databank naar voren als de beroepsgroep met de meeste slachtoffers beroep in de handel en diensten (zie figuur). In de opkomende automobielindustrie werden rond 1910 nieuwe vindingen ontwikkeld, zoals asbesthoudende remvoeringen en koppelingsplaten. Het be- en verwerken van asbesthoudende remvoeringen, koppelingsplaten heeft lange tijd plaatsgevonden tijdens onderhoud van personenauto’s, vrachtwagens en autobussen. Vanaf 1980 zijn bedrijven langzamerhand overgeschakeld naar de invoering van asbestvrij frictiemateriaal. Het reinigen van remsystemen met perslucht was tot nagenoeg 1990 een gebruikelijke routine in garages. Risico’s zijn ook ontstaan bij het afklinken van de oude remvoering, opklinken en pas maken van de nieuwe remvoering, en het aanbrengen van trilbanden rond remtrommels bij autobussen, vrachtwagens en allerlei machines. Vanaf 1985 zijn steeds betere werktechnieken ingevoerd om de asbestblootstelling sterk te reduceren.

De beroepen winkelbediende en docent laten een relatief groot aantal verklaringen van 'misschien' zien. Dat wil zeggen dat men heeft verklaard het niet uit te sluiten aan asbest te zijn blootgesteld of dat niet meer weet. De detailhandel is de laatste schakel tussen fabrikant en consument en verkocht veel asbesthoudende producten.
Bij de groep docenten gaat het om leerkrachten en praktijkinstructeurs en dan vooral in de technische vakken. Voorbeelden zijn lasinstructeurs, docenten houtbewerking, bouwtechniek.

7.9 Ontwikkeling regionale asbestblootstelling: jaren 50 t/m jaren 80

Asbestblootstelling heeft in Nederland in het verleden vooral in het westen en in Limburg plaatsgevonden. De volgende figuren laten zien in welke regio's de meeste asbestblootstelling heeft plaatsgevonden gedurende de jaren 50 tot en met de jaren 80. De weergave is op basis van het aantal dienstverbanden en de bijbehorende periode waarin men verklaard heeft zeker aan asbest te zijn blootgesteld. Te zien is dat dit aantal dienstverbanden het grootst was in de jaren 60, respectievelijk gevolgd door de jaren 70, 50 en 80. Nog steeds melden zich mensen bij het IAS aan die verklaren in de jaren 50 of 60 van de vorige eeuw aan asbest te zijn blootgesteld. Regelmatig is echter dan ook nog sprake van asbestblootstelling in latere jaren. Mogelijk heeft de optelsom van blootstellingen ook invloed op het risico ziek te worden. Nader onderzoek is hiervoor nodig.

Jaren 50

Jaren 50

Jaren 60

Jaren 60

Jaren 70

Jaren 70

Jaren 80

Jaren 80

8. Is er een verband tussen beroep/sector en kenmerken en verloop asbestziekte?

Is er een verband tussen het beroep of de sector waarin iemand gewerkt heeft, de leeftijd waarop men ziek wordt of het type mesothelioom dat men krijgt? In de volgende figuren wordt dit nader geanalyseerd.

8.1 Asbestslachtoffers naar beroep en leeftijd bij aanmelding (2005-2016)

8.1 Asbestslachtoffers naar beroep en leeftijd bij aanmelding (2005-2016)

Voor de groep die verklaard heeft in een bepaald beroep zeker aan asbest te zijn blootgesteld is onderzocht op welke leeftijd men zich bij het IAS aanmeldde. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de leeftijd bij aanmelding vrijwel zal overeenkomen met de leeftijd waarop de diagnose mesothelioom is gesteld. In de figuur valt op dat een verhoudingsgewijs grotere groep timmermannen en verwarmingsmonteurs op jonge leeftijd de diagnose mesothelioom kreeg.

8.2. Asbestslachtoffers naar beroep en type mesothelioom (2003-2008)

8.2. Asbestslachtoffers naar beroep en type mesothelioom (2003-2008)

Volgens de wetenschappelijke literatuur (8) treedt buikvliesmesothelioom vooral op de voorgrond in beroepen met een hoge blootstelling aan asbest, bijvoorbeeld isoleerders. Dat komt ook naar voren uit de IAS-data. In de figuur hierna is te zien dat de ziekte buikvliesmesothelioom vooral deze beroepsgroep treft. Isoleerders hielden zich onder andere bezig met het verspuiten van asbest waarvoor zowel de meest gevaarlijke amfibooltype bruine als blauwe asbest werd gebruikt. De spuitisolatie werd meestal aangebracht door gespecialiseerde bedrijven. Vanaf ongeveer 1935 is blauw asbest verspoten, voornamelijk in schepen en grote industriële installaties. Door introductie van een goedkope verspuitingstechniek met amosiet in 1955 ligt de piek van deze toepassing in de periode 1956-1970. Na 1970 daalde het asbestspuiten snel en vanaf 1975 werd deze toepassing in de commerciële scheepsbouw nauwelijks meer gesignaleerd. Het verspuiten van asbest is sinds 1977 verboden. Van de 3.000 verschillende toepassingen van asbest waren de meeste voor isolatie bedoeld. De toepassing varieerde van vulmiddel in diverse rubberproducten tot asbestmatrassen die vrijwel geheel met een asbestmengsel werden gevuld. In de jaren zeventig van de twintigste eeuw werd het gebruik van asbest in de isolatieindustrie snel minder. Er kwamen vervangende middelen op de markt, zoals steenwol en glasvezel, waardoor het toen al omstreden asbest steeds minder werd gebruikt (1).

Bronnen

(1) Harmsma (2006). Asbest in Kaart. Historisch onderzoek Asbestgebruik Methode Asbestkansenkaart. Register Historisch onderzoekbureau.
(2) Nederlandse Kankerregistratie, 2017: http://www.cijfersoverkanker.nl/
(3) WHO, IARC, 2017, mesothelioma 2013, males, all ages: http://www-dep.iarc.fr/WHOdb/WHOdb.htm
(4) Marinaccio, A e.a. (2007). Analysis of latency time and its determinants in asbestos related malignant mesothelioma cases of the Italian register. European Journal of Cancer. Dec. 43 (18):2722-28.
(5) Centraal Bureau voor de Statistiek (2012). Standaard Bedrijfstakindeling 1974 en Standaard Beroepen Classificatie 1984. Rijswijk: H.van Hooff
(6) Instituut Asbestslachtoffers: http://www.asbestkaart.nl/asbestkaart.html : een elektronisch systeem voor het beoordelen van historische asbestblootstelling in bedrijfstakken en beroepen in de periode 1945-1994.
(7) Gezondheidsraad (2010). Asbest: Risico’s van milieu- en beroepsmatige blootstelling (nr 2010/10).
(8) Burdorf, A., e.a., (1997). Schatting van asbestgerelateerde ziekten in de periode 1996-2030 door beroepsmatige blootstelling in het verleden, Vuga, ‘s Gravenhage.

©Instituut Asbestslachtoffers: Simone Aarendonk, oktober 2017
Deze pagina is voor het laatst gewijzigd op 9 oktober 2017