menu

Terug naar Editorials

Voorspellen is moeilijk, vooral als het de toekomst betreft*

Eind april verscheen het jaarverslag van het IAS over het jaar 2010. Zoals gebruikelijk beperkt het verslag zich niet tot een verantwoording over de kernactiviteit van het instituut, bemiddeling en advies met betrekking tot de aanvragen in genoemd jaar. Ook recente ontwikkelingen in Nederland op epidemiologisch en juridisch gebied passeren de revue, evenals internationale ontwikkelingen, zoals de asbestproductie en het asbestgebruik wereldwijd.

Asbestproductie en gebruik wereldwijd
Wat betreft dit laatste: de cijfers zijn ronduit schokkend en verdienen bijzondere aandacht van de beleidsbepalers in de internationale gremia. In de afgelopen jaren is de asbestproductie en het asbestgebruik, ondanks alle kennis over de schadelijke gevolgen voor de gezondheid en de asbestverboden in verschillende landen, niet afgenomen. De totalen zijn zelfs licht gestegen tot ruim 2 miljoen ton in 2010. Wat betreft de productie is sprake van een verschuiving van een aantal landen, zoals Canada, naar met name Rusland, welk land nu de helft van de wereldproductie voor zijn rekening neemt. Inzake het gebruik van asbest zijn China en India inmiddels de absolute koplopers. Deze en andere opkomende landen melden nog weinig asbestziekten. Deze situatie zal in de loop der jaren drastisch gaan veranderen. Een onheilspellend perspectief, dat aanleiding zou moeten zijn om nu zo snel mogelijk alle productie en gebruik van asbest in de wereld te verbieden.

Ontwikkeling mesothelioom in Nederland
Wat is het perspectief voor Nederland? Hoe ontwikkelt zich het aantal mensen met een kwaadaardig mesothelioom? In het jaarverslag wordt stil gestaan bij de laatste cijfers van het CBS en de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Neemt het aantal mensen met mesothelioom nu eindelijk af, zoals wij allen hopen? Dat is helaas niet het geval. Lag het aantal tussen 1999 en 2004 op 400 per jaar, sinds 2005 is er een stijging richting de 500 per jaar. Deze stijging is ook merkbaar in het aantal aanvragen bij het IAS.

Interessant is het om bovengenoemde cijfers te vergelijken met eerdere voorspellingen van het aantal sterfgevallen in deze periode. Volgens een toonaangevend onderzoek in 1997 van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) zou de sterfte aan mesothelioom in 2008 ongeveer op 600 liggen, waarna de jaarlijkse sterfte zou doorstijgen met een piek in de periode 2015-2021 van 700 gevallen (1). In 2003 heeft de EUR in een vervolgonderzoek deze schatting op grond van demografische overwegingen sterk naar beneden bijgesteld (2). Voor 2008 wordt de sterfte aan mesothelioom op 450 geschat en wordt een piek voorspeld in 2017 met 490 gevallen. De prognose in 2003 lijkt dus in vergelijking tot die van 1997 meer overeen te stemmen met de realiteit, zij het dat de voorspelde piek volgens de cijfers van de NKR nu al bereikt is. Wat zegt dit dan over de komende jaren?

Wanneer we de toekomstige sterfte aan mesothelioom in Nederland in beschouwing nemen zijn o.a. de volgende factoren van belang: de latentietijd, de ontwikkeling in het asbestgebruik en het effect van de wet- en regelgeving op de productie en toepassing van asbest.

Latentietijd
Latentietijd speelt bij mesothelioom een belangrijke rol. Met latentietijd bedoelt men de tijd tussen het moment waarop de asbestblootstelling plaatsvond en het moment waarop de diagnose mesothelioom werd gesteld bedoeld. Die tijd is, gelukkig maar, meestal heel lang. Op grond van internationaal onderzoek kan een latentietijd worden aangehouden van 45 jaar (3). Hierbij moet worden opgemerkt dat in epidemiologische studies meestal het eerste moment van blootstelling als basis van berekening wordt genomen. Niet vast te stellen is echter op welk moment de fatale blootstelling heeft plaatsgevonden, aangezien veel mensen langere tijd en/of op verschillende locaties met asbest in aanraking zijn geweest. De latentietijd geeft dus geen haarscherp beeld, en zal in werkelijkheid vaak korter zijn. Anderzijds wordt in het aangehaalde onderzoek vastgesteld dat de latentietijd onder invloed van veranderingen in gebruik (omvang) en de toepassing (soort werk en product) van asbest steeds langer wordt. Hoe intensiever de blootstelling, hoe korter de latentietijd is, en omgekeerd.

Asbestgebruik in Nederland
Over het asbestgebruik in Nederland valt veel te vertellen (4). Samengevat kan worden vastgesteld dat in ons land 770.000 ton vezels zijn verwerkt, vrijwel alles na de tweede wereldoorlog, met als zwaartepunt de zeventiger jaren (43%). Hierna loopt het percentage sterk terug. In de jaren 80 is de totale verwerking nog maar 10% van het totaal (82.000 ton) en in de jaren 90 is dit gedaald tot 2%. De scheepsbouw/reparatie is een sector waarin vooral in de jaren 60 en 70 veel asbest wordt gebruikt. Veel personeel wordt hier direct of indirect blootgesteld. Asbest wordt ook op grote schaal in de bouw toegepast, waarbij in de tachtiger jaren een verschuiving plaats vindt van nieuwbouw naar reparatie en sloop. Voorts worden bij het isoleren van leidingen en onderhoudswerk veel mensen blootgesteld. Niet onvermeld mag blijven dat veel onheil is aangericht door asbesthoudend dragermateriaal voor vinylvloerbedekking, in de periode 1968-1981 door Van Gelder Papier geproduceerd.

Wet- en regelgeving
Zoals ook uit bovengenoemde cijfers blijkt heeft de wet- en regelgeving in ons land vanaf 1970 in toenemende mate beperkend gewerkt voor de productie en toepassing van asbest. Mijlpalen hierbij waren het asbestbesluit in 1978 inzake het verbod op crocidoliet, de meest gevaarlijke asbestsoort (waarop helaas tot 1984 een groot aantal ontheffingen zijn gegeven) en het totaalverbod op asbest in 1993.

Voorspelling
Wanneer wij het beperkte feitenrelaas overzien dan is slechts een voorspelling te doen in de vorm van een heel ruwe schatting (5). Ervan uitgaande dat de latentietijd 45 jaar is en het grootste risico op blootstelling heeft plaatsgehad in het midden van de jaren zeventig, dan is een piek in de incidentie van mesothelioom te verwachten rond het jaar 2015. Het aantal gevallen zal tot dat jaar nog licht stijgen tot 550. Hopelijk zit ik er helemaal naast en hebben wij de piek al achter de rug, met 497 gevallen in 2008 (bron NKR).

Machiel van der Woude, Directeur IAS
Juni 2011

*Op.cit. Mark Twain
1.Burdorf, A., e.a., (1997). Schatting van asbestgerelateerde ziektenin de periode 1996-2030 door beroepsmatige blootstelling in de periode 1996-2030 door beroeppsmatige blootstelling in het verleden, Vuga, ‘s Gravenhage.
2. Segura, e.a., (2003). Update of predictions of mortalioty from pleural mesothelioma in the Netherlands, Occup Envr Med (60):50-55.
3. Marinaccio, A e.a. (2007). Analysis of latency time and its determinants in asbestos related malignant mesothelioma cases of the Italian register. European Journal of Cancer. Dec. 43 (18):2722-28.
4. Zie o.a. Asbest in Kaart (2006). Historisch onderzoek Asbestgebruik Methode Asbestkansenkaart, Register Historisch onderzoekbureau; de Asbestkaart van het IAS, (www.asbestkaart.nl), een elektronisch systeem voor het beoordelen van historische asbestblootstelling in bedrijfstakken en beroepen in de periode 1945-1994 en Harmsma, S. (1996), Verwerkte vezels in Nederland naar periodes in tonnen.
5. Geabstraheerd wordt o.a. van demografische gegevens, het verschil in gebruik en carcinogeniteit van verschillende asbestsoorten, alsmede het gegeven dat het ene product veel minder asbest bevat (zoals bijvoorbeeld bij asbestcement; 15% ) dan het andere product (bijvoorbeeld asbestpapier: 90%).