menu

Terug naar Editorials

IAS-jaarverslag 2008: sterke toename aanvragen (Simone Aarendonk, beleidsmedewerker IAS)

Ieder jaarverslag vormt een belangrijk moment om terug te kijken. Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen geweest in het negende jaar van het bestaan van het IAS? Opvallende ontwikkelingen in 2008 zijn: de stijging van het aantal aanvragen, de positieve resultaten van het klanttevredenheidsonderzoek en het uitgebreide onderzoeksprogramma dat in gang is gezet.

Flinke stijging aanvragen
In 2008 heeft het IAS net als in 2007 flink meer aanvragen in behandeling genomen dan het jaar daarvoor (2008: 601; 2007: 503; 2006: 371). De invoering van de TNS-regeling op 1 december 2007 was de belangrijkste oorzaak van deze toename. Een deel kan echter ook verklaard worden door een algehele stijging van het aantal mensen met de ziekte mesothelioom. Sinds 2006 is er, volgens gegevens van het CBS, weer sprake van een toename in het aantal mensen dat jaarlijks aan deze ziekte overlijdt (2007:470; 2006: 463; 2005: 382), nadat dit aantal sinds 1999 stabiel was en rond de 400 per jaar lag. Na de grootschalige toepassing van blauw asbest in de oude industrie en scheepsbouw manifesteert zich in deze toename het brede gebruik van wit asbest in andere sectoren van onze economie, zoals de bouw. De vraag blijft wanneer een daling van het aantal slachtoffers zich zal inzetten. Mogelijk kan op basis van thans lopend onderzoek daar in het jaarverslag 2009 nadere duidelijkheid over worden verkregen.

Klanten zijn tevreden
Sinds 1 januari 2008 wordt een klanttevredenheidsonderzoek onder slachtoffers en nabestaanden gehouden snel na de afwikkeling van het dossier. Het is zeer belangrijk om te weten of men tevreden is over de dienstverlening. Is er voldoende aandacht besteed aan de aanvraag, hoe beoordeelde men de kwaliteit van de dienstverlening en de snelheid, etc. De antwoorden op deze vragen worden, zo ver nodig én mogelijk, vertaald in een verbeterde werkwijze. De resultaten van het onderzoek laten zien dat de dienstverlening van het IAS in 2008 door betrokken respondenten goed werd gewaardeerd. Die mening heeft ook mevrouw Busteros die voor dit verslag geïnterviewd werd: "een snelle en discrete procedure, zodat het je als slachtoffer allemaal niet teveel energie kost." Een belangrijk punt van aandacht blijft de informatievoorziening van de zijde van de longartsen over het IAS. Die schiet soms te kort, waardoor problemen kunnen ontstaan met betrekking tot de tegemoetkoming of schadevergoeding. Samen met de longartsenvereniging NVALT tracht het IAS deze situatie verder te verbeteren.

Ook de ministeries die verantwoordelijk zijn voor de TAS- en TNS-regeling zijn positief. Minister Cramer van VROM schreef aan de Tweede Kamer dat de uitvoering van de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom (TNS) goed verloopt en in een behoefte voorziet. In een interview in het jaarverslag complimenteert Minister Donner het IAS met haar voortrekkersrol, die ook in het buitenland als zodanig wordt herkend. Zijn ministerie van SZW stond aan de wieg van het IAS.

Onderzoek op medisch en juridisch terrein
In het najaar van 2008 is op initiatief van het IAS een uitgebreid medisch onderzoeksprogramma voorbereid en opgestart. Dit programma omvat de ontwikkeling van een monitor mesotheliomen op basis van cijfers uit landelijke databanken (CBS, NKR), uitgevoerd door het IKR en het breed opgezette Medisch Onderzoeksprogramma IAS (MOPI) waarin de relatie tussen asbest en kanker nader wordt onderzocht. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door het Julius Center van de Universiteit Utrecht. Prof. Moons, verbonden aan het Julius Center, schetst in het Jaarverslag de kernpunten van MOPI. Dit onder de kop "Kijken of de diagnostiek van mesothelioom scherper kan." Naast deze invalshoek besteedt het Julius Center ook aandacht aan de relatie asbest en longkanker. De verwachting is dat tijdens het jubileumcongres van het IAS de eerste resultaten van dit onderzoek worden gepresenteerd.

In 2008 werd in opdracht van het IAS ook op juridisch gebied onderzoek uitgevoerd. Een commissie bestaande uit de hoogleraren Hijma, Hartlief en Snijders verrichtte onderzoek om te komen tot richtlijnen inzake verjaring en stelplicht/bewijslast, in aanvulling op het bestaande juridische kader. Dit teneinde de bemiddeling van het IAS nog sneller en effectiever te laten verlopen. De voorzitter van de commissie, professor Hijma, licht toe dat het mogelijk is om scherpe normen te ontwikkelen voor de verjaringsproblematiek. Voor het hoofdstuk stelplicht en bewijslast is dat niet goed mogelijk. Daarvoor verschillen de feiten en omstandigheden te veel van elkaar. Helaas. Maar beter een half ei dan een lege dop. De verwachting is dat het advies van de Commissie Hijma medio juni 2009 zal worden gepubliceerd.

Simone Aarendonk 
Beleidsmedewerker IAS
Mei 2009