menu

Terug naar Editorials

Tienduizendste aanmelding bij het IAS stemt tot nadenken - en niet vergeten

We wisten dat het zou komen. Bij het IAS bestaat de gewoonte om alle bestuursvergaderingen, nieuwbrieven en andere belangrijke gebeurtenissen van een volgnummer te voorzien. Dit geldt ook voor de dossiers. Zo werpt een mijlpaal zijn schaduw vooruit.

Maar toen op 9 april de tienduizendste aanvraag bij het IAS werd ingeschreven, gaf dat een moment van stilte. Tienduizend mensen, dat zijn vaak tienduizend gezinnen, tienduizend kleine drama’s. Het is ook het gevolg van een gebrek aan preventie en van het in de wind slaan van wetenschappelijk onderzoek naar de schadelijke gevolgen van asbest.

Deze tienduizend slachtoffers waren voor het overgrote deel in de tweede helft van de vorige eeuw blootgesteld. Gelukkig is sindsdien een asbestverbod van kracht. Er gelden strenge regels voor het saneren van asbest. Dat leidt tot hoge kosten. Het is een goede zaak dat onderzoek plaatsvindt of de sanering niet goedkoper kan, met behoud van de veiligheid.

Maar het is niet goed als de risico’s van asbestblootstelling worden gebagatelliseerd. Zo zei hoogleraar Ira Helsloot op het acht uur journaal onder meer: ‘Een dag verblijven in de asbestmist verhoudt zich tot het roken van één sigaret.‘ Het IAS kreeg naar aanleiding hiervan verschillende verdrietige telefoontjes van nabestaanden van asbestslachtoffers. Of er dan niets was geleerd uit het verleden.

Het IAS heeft geprobeerd de uitspraak van Helsloot te toetsen op wetenschappelijke onderbouwing. In een rapport van zijn hand wordt voor deze uitspraak verwezen naar een klassiek werk van Doll en Peto uit 1981. Het IAS heeft dit boek opgevraagd. We hebben het werk van voor naar achter doorgeplozen, maar vinden deze uitspraak er niet in terug.

Dan maar even navraag doen bij hoogleraar Lex Burdorf. Hij antwoordt: ‘Verreweg de meeste personen die verwijzen naar de klassieker van Doll en Peto hebben het boek niet gelezen. Zo’n uitspraak staat natuurlijk niet in dat boek. De uitspraak lijkt me volledig onbetrouwbaar en ver buiten alle extrapolatie grenzen van de risicoschattingen te liggen die epidemiologisch te onderbouwen zijn. Van effecten van blootstelling op een bepaalde dag weten we niets, daar kunnen we alleen maar naar gokken. En dat hebben Doll en Peto zeker niet gedaan…’

In het jaarverslag 2018 van het IAS worden slachtoffers geïnterviewd. Een van hen is Lisa van Dongen, geboren in 1956. Zij zegt dat ze aanvankelijk geen idee had hoe ze met asbest in contact kon zijn gekomen. Toch werd haar duidelijk hoe haar ziekte was veroorzaakt: ‘Mijn man Peter kwam op zijn werk wel veel met asbest in aanraking. Hij nam zijn overalls altijd mee naar huis om te wassen en die klopte ik eerst uit. Want zijn zakken zaten altijd vol spijkers en die wilde ik niet in mijn wasmachine.’

Het verhaal van Lisa van Dongen laat zien dat een blootstelling aan een geringe hoeveelheid asbest fatale gevolgen kan hebben. Laten we daarom lering trekken uit de geschiedenis. De gevaren van asbest moeten niet gedramatiseerd worden, maar zeker ook niet gebagatelliseerd.

Het passeren van de tienduizend aanmeldingen stemt tot nadenken. Bij het persoonlijk leed van de asbestslachtoffers staat de verantwoordelijkheid van het IAS recht overeind. Ook in de toekomst zal dit instituut alles in het werk stellen om de juridische lijdensweg te verkorten.

Daarnaast moeten we deze tienduizend slachtoffers niet vergeten. Tienduizend slachtoffers zijn een monument ter teken dat er met de veiligheidsrisico’s van asbest nooit een loopje mag worden genomen.

Jan Warning,
Directeur Instituut Asbestslachtoffers

j.warning@ias.nl

april 2019