menu

Terug naar Editorials

Erkenning voor alle Japanse asbestslachtoffers met mesothelioom of longkanker (Simone Aarendonk, beleidsmedewerker van het IAS)

Editorial door Simone Aarendonk, beleidsmedewerker van het IAS en samensteller van deze nieuwsbrief. Zij beschrijft de situatie in Japan, waar sinds februari j.l. alle asbestslachtoffers met mesothelioom of longkanker in aanmerking kunnen komen voor een vergoeding.
Asbest is wereldwijd een groot probleem, zo ook in Japan. In dit land kwam vanaf juli 2005 een stortvloed aan publiciteit op gang toen de overheid een rapport presenteerde waarin duidelijk werd hoeveel schade het gebruik van asbest teweegbrengt. Deze aandacht leidde tot de invoering van een vergoedingsregeling voor alle asbestslachtoffers met mesothelioom of longkanker. Dhr. Makoto Suzuki, verantwoordelijk voor de afhandeling van aanvragen van niet beroepsgebonden slachtoffers en mevr. Yuri Murakami, onderzoeker van een milieu-adviesbureau waren in december 2006 bij het IAS op bezoek om kennis op te doen over de Nederlandse situatie en de Japanse situatie toe te lichten.

Geschiedenis asbestgebruik in Japan
Al in 1886 werd in Japan de eerste asbestfabriek geopend. Gedurende de Tweede Wereldoorlog opende Japan 50 eigen asbestmijnen, omdat er geen asbest ingevoerd kon worden. Deze waren tot 1972 in werking. Na de oorlog nam het gebruik van asbest tot midden jaren 70 sterk toe. In het topjaar 1974 importeerde Japan meer dan 350.000 ton asbest en waren er meer dan 300 asbestproductfabrieken. Drie kwart van de asbest werd gebruikt in de asbestcementproductie voor de bouw, 10% in frictiematerialen en 5% in asbesttextiel. In 1971 werden in Japan de eerste beschermende maatregelen tegen asbest genomen, maar pas in 1995 werden productie en gebruik van het meest gevaarlijke bruine en blauwe asbest verboden (Nederland: 1978). In oktober 2004 werd een verbod op wit asbest van kracht (Nederland: 1993). Gebruik van asbest is nog steeds toegestaan in producten waarvoor geen alternatieven beschikbaar zijn. Naar verwachting zal met ingang van 2008 een totaal verbod van kracht worden.

De slachtoffers
Volgens gegevens van het ministerie van Gezondheid, Werk en Welvaart overleden in 2004 in Japan 953 mensen aan mesothelioom en bijna 60.000 mensen aan longkanker. Dit komt neer op ongeveer 8 mesothelioom- en 480 longkankersterfgevallen per miljoen inwoners. In Nederland is vooral het aandeel mesothelioom-sterfgevallen hoger, namelijk 25 per miljoen inwoners. In Nederland overlijden momenteel jaarlijks bijna 400 mensen aan mesothelioom en 9000 mensen aan longkanker. Onderrapportage in Japan zou een mogelijke verklaring kunnen zijn voor het relatief lagere aantal mesothelioomslachtoffers.

Het aantal mensen dat in Japan in 2004 erkenning kreeg voor een van deze twee aandoeningen als beroepsziekte door asbest was veel lager dan het aantal sterfgevallen, namelijk 128 voor mesothelioom en 58 voor longkanker. In 2005 zijn die aantallen sterk gestegen tot 503 erkende gevallen van mesothelioom en 219 erkende gevallen van longkanker. Dit kan te maken hebben met de grote hoeveelheid publiciteit die de Beroepscompensatieregeling (‘Workers Compensation System’) in 2005 kreeg. Het grootste deel van de in 2005 erkende slachtoffers had in de verwerkende industrie of in de bouw gewerkt.

Twee asbestslachtofferregelingen
Sinds februari 2006 kunnen in Japan ook niet beroepsgebonden asbestslachtoffers met mesothelioom of longkanker in aanmerking komen voor een vergoeding via een overheidsregeling. Er was al een regeling voor beroepsgebonden slachtoffers. De vergoedingen voor beroepsgebonden slachtoffers en hun nabestaanden zijn hoger dan die voor niet-beroepsgebonden slachtoffers. Slachtoffers zélf krijgen een vaste uitkering per maand. Voor niet-beroepsgebonden slachtoffers is dat bijna € 700 per maand, voor beroepsgebonden slachtoffers 80% van het verdiende salaris. Nabestaanden komen in aanmerking voor nabestaanden pensioen (alleen bij ex-werknemers), een eenmalige uitkering van smartegeld (ca. € 18.000-19.000) en een bijdrage in de overlijdenskosten.

Japanse bedrijven die aansprakelijk zijn voor gezondheidsproblemen door asbest moeten jaarlijks gedurende vier jaar totaal 50 miljoen euro belasting betalen voor de nieuwe regeling. Vier asbestbedrijven die verantwoordelijk zijn voor een hoger dan gemiddeld sterftecijfer aan mesothelioom moeten samen jaarlijks 2,3 miljoen euro belasting betalen. Bedrijven waarbij het risico van blootstelling kleiner was, moeten naar rato van hun aantal personeelsleden bijdragen.

Verschillen met de Nederlandse situatie
De Japanse en Nederlandse asbestslachtofferregelingen verschillen op veel onderdelen. Hier de belangrijkste verschillen op een rijtje.
• Nabestaanden kunnen bij het IAS in Nederland alleen een aanvraag indienen voor vergoeding van materiële schade, in Japan zowel voor materiële schade als voor smartegeld.
• Niet beroepsgebonden asbestslachtoffers kunnen in Nederland op dit moment nog geen aanvraag indienen voor een vergoeding. Op korte termijn zal dit echter veranderen. Het Nederlandse kabinet heeft onlangs toegestemd in een vergoedingsregeling voor deze slachtoffers.
• Slachtoffers met asbestgerelateerde longkanker komen in Nederland nog niet in aanmerking voor een vaste vergoeding via het IAS. Wel heeft de Gezondheidsraad in juli 2005 geadviseerd om bij schadeclaims een vaste beoordelingsmethode toe te passen. De criteria die daarbij geadviseerd worden wijken sterk af van de criteria die in Japan toegepast worden. In Japan geven vooral medische criteria de doorslag. De Nederlandse Gezondheidsraad adviseert een methode toe te passen die vooral gebaseerd is op arbeidshygiënische criteria.

De uitwisseling van informatie maakte duidelijk dat er internationaal op verschillende manieren wordt omgegaan met door asbest veroorzaakte gezondheidsschade.

Simone Aarendonk, december 2006
Beleidsmedewerker Instituut Asbestslachtoffers