menu

Terug naar Editorials

(Gast)editorial door Sjaak Burgers, longarts in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis

(Gast)editorial door Sjaak Burgers, longarts in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis en kersverse voorzitter van de mesotheliomenwerkgroep van de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT). Gelukkig is de tijd van ‘er is toch niets aan te doen’ voorbij, schrijft Burgers. Er is momenteel op allerlei gebied veel aandacht voor de strijd tegen mesothelioom.
Jarenlang was de houding van patiënten, familieleden, artsen en andere betrokkenen ten opzichte van asbestkanker gelaten. Indien alleen al vermoed werd dat iemand asbestkanker zou kunnen hebben, werd een terughoudende houding aangenomen. Doe maar geen extra onderzoek; er is toch niets aan te doen. Het maakt geen verschil of je zeker weet dat je deze nare ziekte hebt of niet, een behandeling is er toch niet.
Gelukkig is in deze houding een verandering gekomen. Na vele jaren zoeken en proberen is er in 2003 vastgesteld dat met chemotherapie met het middel pemetrexed een, weliswaar bescheiden, winst behaald kan worden. Dit feit was het eerste positieve bericht over de behandeling van borstvlieskanker en daarom op zichzelf voldoende reden voor een (wederom bescheiden) tevredenheid. Het lijkt echter dat door dit eerste positieve nieuws ook de fatalistische houding van vele betrokkenen aan het veranderen is.
Veel meer dokters zijn tegenwoordig bereid om diagnostiek te doen om de diagnose met zekerheid te stellen. Veel meer patiënten denken dat dit ook daadwerkelijk zin heeft. Veel meer farmaceutische industrieën testen momenteel hun nieuwe medicijnen ook uitgebreid bij patiënten met mesothelioom en mogelijk worden dit jaar al nieuwe resultaten hiervan bekend. Steeds meer wetenschappers richten zich op het mesothelioom, om de ziekte beter te leren begrijpen en te bestrijden.
Vele voorbeelden hiervan zijn de revue gepasseerd tijdens het Nationale Mesotheliomen Congres dat mei jl. in de Koepelkerk in Amsterdam werd gehouden. Het was georganiseerd door de werkgroep Mesotheliomen van de NVALT*, de en gesteund door het Instituut Asbest Slachtoffers (IAS). Meer dan honderd longartsen, epidemiologen, arbeidsdeskundigen en meesters in de rechten luisterden naar de recente ontwikkelingen op medisch gebied. Bijna de helft van het programma was gewijd aan de specifieke problemen in Nederland van de blootstelling aan asbest (Goor), de ‘asbestkaart’, het met zekerheid stellen van de diagnose asbestkanker, de mogelijkheden van financiële compensatie al dan niet via het IAS.
Het is dus zeker niet zo dat alleen door de recente medische ontwikkelingen de houding ten opzichte van asbest en asbestgerelateerde aandoeningen is gewijzigd. Vele individuele initiatieven hebben uiteindelijk geleid tot erkenning door de politiek, een op vele fronten actieve patiëntenvereniging voor asbestslachtoffers en oprichting van het IAS, voorbeelden van concrete hulp aan patiënten en familie.
Een goed begin is gemaakt, met nadruk op begin. De uitwerking van de bestaande asbestregelgeving dient verder te worden gestroomlijnd. En ook wordt de discussie of andere asbestslachtoffers dan asbestkankerpatiënten moeten kunnen profiteren van de diensten van het IAS reeds gevoerd. De bestaande en nieuwe kennis over asbest en de asbestgerelateerde aandoeningen dient zo breed mogelijk worden verspreid. Ik hoop dan ook dat de nieuwsbrief weer het postvak van velen zal bereiken en goed gelezen wordt, en hoop als voorzitter van de mesotheliomenwerkgroep van de NVALT hier mijn steentje aan bij te kunnen dragen.

Sjaak Burgers, September 2006

* Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT). Sjaak Burgers is longarts in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis en voorzitter van de mesotheliomenwerkgroep van de NVALT.