menu

Terug naar Editorials

Angst door asbest

Dit najaar kwam het nieuws naar buiten van met asbest vervuild straalgrit. Het gevolg was spoedoverleg op bedrijven. Projecten werden stilgelegd. De Inspectie SZW kwam in actie. Zorgen onder werknemers.

Over de straalgrit affaire is nog niet het laatste woord gezegd. Veel zal afhangen van de resultaten van het onderzoek van TNO naar de feitelijke blootstelling van gritwerkers. De resultaten van dit onderzoek worden in het voorjaar verwacht. Maar opnieuw werd de impact duidelijk als zich nieuws verspreidt van vrijgekomen asbest.
Ook het IAS werd benaderd. Mensen belden of mailden omdat ze zich zorgen maakten over hun gezondheid. Dat waren werknemers die met grit hadden gewerkt. Maar ook belde iemand wiens auto enkele maanden voor het gritbedrijf stond geparkeerd, hij was bang dat nu asbest circuleerde in het ventilatiesysteem van de auto.
De gemoedstoestand van deze mensen stemt zorgelijk. Men slaapt slecht. Soms heeft men een klemmend gevoel op de borst. Terwijl er zich nog geen ziekte heeft geopenbaard, noemt men zich een asbestslachtoffer. Door de impact die de angst heeft voor betrokkenen is dat ook wel terecht.
Er is nog weinig systematisch onderzoek gedaan naar hoeveel mensen deze angst voelen. En welke gevolgen de angst heeft voor iemands gemoedstoestand.
Het spreekwoord luidt ‘angst is een slechte raadgever’. Volgens de strekking van dit spreekwoord moeten mensen zich niet laten leiden door emoties. Emoties dienen bestreden te worden door feiten. Laten we de feiten over asbestziekten op een rij zetten.

Feit is dat het erg lang duurt voordat asbestvezels zich ontwikkelen tot kwaadaardige tumorcellen. De periode tussen de blootstelling en het ontstaan van de ziekte heet latentietijd. De latentietijd voor asbestziekten bedraagt gemiddeld dertig tot vijftig jaar. Het is uitgesloten dat iemand eerder dan tien jaar na blootstelling een asbestziekte krijgt. Deze wetenschap stelt mensen vaak al gerust. Dat klemmende gevoel op de borst kan dus onmogelijk komen doordat men een maand daarvoor met besmet straalgrit heeft gewerkt.
De feiten wijzen ook uit dat de meeste mensen die zijn blootgesteld aan asbest op lange termijn géén ziekte krijgen. Een stelling luidt dat één asbestvezeltje dodelijk kan zijn. Deze stelling is correct. Er is namelijk geen minimumgrens aan te geven, waaronder veilig met asbest kan worden gewerkt. Dat wil echter niet zeggen dat in alle gevallen één asbestvezel tot een asbestziekte leidt. Sterker nog, hoe hoger de blootstelling hoe groter de kans dat men een asbestziekte krijgt. Maar ook hier zijn er weer geruststellende feiten. Ook van de werknemers die in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw met asbest werkten en in zeer ruime mate jarenlang waren blootgesteld, heeft de meerderheid géén asbestziekte gekregen.

Een vraag van mensen die zijn blootgesteld is wat men kan doen om te verhinderen dat zich een ziekte openbaart. Het belangrijkste advies is om te stoppen met roken. Want roken en asbest geven samen een hogere kans op het ontstaan van longkanker. Om allerlei bekende redenen is het belangrijk om te stoppen met roken. Maar als men zich zorgen maakt over blootstelling aan asbest is dat nóg een extra reden om geen sigaret meer aan te steken.
Verder valt er eigenlijk niet veel te doen om te voorkomen dat men na blootstelling een asbestziekte krijgt. Mensen vragen of er geen vorm van screening bij asbestziekten bestaat. Screening na asbestblootstelling wordt door medici afgeraden. Een belangrijke reden is dat de screening, als die regelmatig wordt herhaald, door de straling op zich zelf een risico op gezondheidsschade vormt. Maar bovendien biedt vroegtijdige ontdekking door screening op dit moment niet meer overlevingskansen dan als door de ziektesymptomen duidelijk wordt dat men een asbestziekte heeft.

Tot welk inzicht leiden deze feiten over asbestziekten nu? De ernst van een asbestziekte en het gevaar van asbest mogen niet worden gebagatelliseerd. Blootstelling aan asbest moet hoe dan ook worden voorkomen. Elke asbestziekte is er een te veel.
De ernst van de asbestproblematiek mag er echter ook niet toe leiden dat mensen die onverhoopt toch zijn blootgesteld zich gaan voorbereiden op het allerergste. Er is al genoeg ellende als gevolg van asbest. De angst na blootstelling moet dus tot reële proporties worden teruggebracht.

Jan Warning, december 2017

Directeur Instituut Asbestslachtoffers
j.warning@ias.nl