menu

Terug naar Editorials

Een race tegen de tijd

’Time is on my side’ zingen de Rolling Stones in 1964. Het is een liedje over een jongen wiens vriendinnetje bij hem weg loopt. Zij wil vrij te zijn. Maar de jongen maakt zich geen zorgen, hij heeft de tijd aan zijn kant. Uiteindelijk, verwacht hij, komt zijn vriendin naar hem terug rennen: ’You'll come running back to me’.

Het liedje van de Rolling Stones gaat niet op voor asbestslachtoffers met de ziekte mesothelioom. Zij hebben de tijd niet aan hun kant. In het begin is dat nog niet zo te merken. Het duurt gemiddeld vijftig jaar na de eerste asbestblootstelling voor de ziekte zich openbaart. Maar als dat eenmaal is gebeurd treedt er een dramatische versnelling op. Twee derde van de patiënten met de asbestziekte mesothelioom overlijdt binnen een jaar. Ruim een kwart overlijdt zelfs binnen drie maanden. Op de IAS-monitor valt goed te zien dat oudere patiënten na diagnose eerder komen te overlijden. Van de tachtigplussers overlijdt veertig procent binnen drie maanden, van de vijftigjarigen is dat ’maar’ dertien procent.

Overigens voorspellen gemiddelden niet altijd het verloop van individuele situaties. Ik sprak laatst een vrouw die op vakantie was aan de andere kant van de wereld, toen bij haar vader mesothelioom werd geconstateerd. We hoeven het nog niet aan haar te vertellen, laat haar nog maar even vakantie vieren, dachten de ouders. Want de dokter zei dat vader toch nog zeker een half jaar te leven zou hebben. Helaas pakte dat anders uit. Vader kreeg een longontsteking en verzwakte zo dat hij binnen enkele weken overleed. De dochter werd toch gebeld en zij vloog hals over kop terug. Net op tijd om bij leven afscheid te nemen van haar vader.

Voor iemand die de ziekte niet heeft is het onmogelijk om zich volledig te verplaatsen in een situatie met een zeer korte tijdshorizon. Tegelijkertijd is het voor iedereen kraakhelder dat een asbestslachtoffer de laatste maanden van zijn leven niet geplaagd moet worden met financiële zorgen, laat staan met rechtszaken over een schadevergoeding. Het Instituut Asbestslachtoffers (IAS) is opgericht om deze zaken uit handen te nemen.

Dat is nog niet zo eenvoudig. Bij letselschade en beroepsziekten duurt het vaak jaren eer de rechter een uitspraak heeft gedaan of recht bestaat op een schadevergoeding. Het medisch onderzoek, het vaststellen van de bewijslast, de berekening van schadebedragen en de gerechtelijke procedures vragen nu eenmaal veel tijd. Het is de verdienste van de pioniers van het IAS om procedures te standaardiseren, bedragen te normeren en bemiddeling buiten de rechter om plaats te laten vinden. Hiermee wordt veel tijd gewonnen.

Daarnaast is het werk van de dossierbehandelaars van het IAS te betitelen als een race tegen de tijd. Er gelden strikte normen voor het afronden van een intake en voor de volgende stappen in de procedure. De dossierbehandelaar hoeft echter nauwelijks geprikkeld te worden door de normen voor doorlooptijden, als gevolg van het persoonlijk contact met asbestslachtoffers weet hij of zij hoe belangrijk het is dat het slachtoffer bij leven uitsluitsel krijgt over de aansprakelijkheid.

Maar ook de andere betrokken partijen zetten zich in om snelheid te betrachten. Dan gaat het om de medische panels en de Sociale Verzekeringsbank, maar ook om verzekeraars en de grote werkgevers. Ook zij spannen zich ervoor in om, als het mogelijk is, het asbestslachtoffer bij leven te laten weten of er recht bestaat op schadevergoeding.

Met enige trots meldde het IAS in mei bij de presentatie van het jaarverslag dat in 2016 er gemiddeld minder dan 90 dagen is bemiddeld voor een volledige schadevergoeding van slachtoffers met mesothelioom. Sinds 2012 was dit niet zo laag. En vorig jaar is 85 procent van de tegemoetkomingen van de Sociale verzekeringsbank aan asbestslachtoffers bij leven verstrekt.

Is het IAS dan volmaakt tevreden voor wat betreft de procedure voor asbestslachtoffers, behalve dat het altijd nóg sneller kan? Ja, er valt nog wel iets te wensen. In hetzelfde jaarverslag staat namelijk op pagina 10 dat meer dan 80% van de patiënten met mesothelioom het IAS weet te vinden. Van de mensen die zich niet bij het IAS melden hebben veel een slechte prognose. Daar komt bij dat de longarts soms twijfelt of het bij de ziekte wel gaat om mesothelioom. En dan komt het voor dat de patiënt al overleden is voordat contact kan worden opgenomen met het IAS. Te overwegen valt om de aandacht van longartsen te vestigen op deze gevallen. De race tegen de tijd begint dus eigenlijk al in de spreekkamer van de longarts.

Jan Warning, juni 2017

Directeur Instituut Asbestslachtoffers

j.warning@ias.nl