menu

Terug naar Editorials

Machiel van der Woude neemt afscheid van het Instituut Asbestslachtoffers

Op 11 december jl. nam directeur Machiel van der Woude afscheid van het Instituut Asbestslachtoffers. Hij gaat met pensioen. Zijn afscheid werd gevierd met een symposium in de Raadzaal van de SER en een receptie. Het symposium had als thema ‘Agenda voor de toekomst: Doen we genoeg?’ De verschillende sprekers waren vol lof over de manier waarop de heer Van der Woude zijn functie sinds de oprichting van het Instituut had ingevuld: onder andere zijn veelzijdigheid, optimistische en immer vriendelijke uitstraling maakten indruk. En de manier waarop hij 15 jaar lang alle betrokken partijen, ondanks de verschillende belangen, bij elkaar heeft gehouden.

 

Machiel van der Woude neemt afscheid van het Instituut Asbestslachtoffers

Van der Woude zag nog diverse uitdagingen voor het instituut, zoals:
- uitbreiding van de reikwijdte naar asbestgerelateerde longkanker: een regeling met als leidraad ‘streng maar rechtvaardig’;
- dienstverlening aan slachtoffers van andere beroepsziekten, al dan niet in SER-verband. De bestaande infrastructuur en kennis van het instituut zijn naar zijn mening hiervoor goed te benutten;
- bundeling van alle kennis en kunde op asbestgebied. ‘Alle hens aan dek! Nederland zit nog vol met asbest. Er is nog een lange, risicovolle weg te gaan. Nieuwe slachtoffers moeten daarbij vermeden worden’, waren zijn woorden.’

Ter gelegenheid van het afscheid is het 'Machiel van der Woude Stipendium' gelanceerd, een beurs voor talentvolle onderzoekers op het gebied van asbest en gezondheid.

Hieronder vindt u het laatste interview dat Machiel van der Woude in zijn rol als directeur IAS heeft gegeven, gepubliceerd in SER-magazine december 2015/januari 2016, met dank aan auteur Elke van Riel.

Simone Aarendonk, december 2015

'Machiel van der Woude is trots op wat er is opgebouwd in de vijftien jaar dat hij directeur was van het Instituut voor Asbestslachtoffers. Hij gaat met pensioen, maar het instituut gaat door. ‘We zijn er nog niet’.

'Achter elk dossier gaat veel ellende schuil'

Asbest is nog altijd een groot maatschappelijk probleem. Tot nu toe heeft het Instituut voor Asbestslachtoffers (IAS) ruim 7500 aanvragen ontvangen. Maar het einde is volgens directeur Machiel van der Woude nog niet in zicht. ‘We verwachten dat zich in 2020 in totaal zo’n 10.000 slachtoffers hebben gemeld. Daarna zal het snel afvlakken.’

Van der Woude (66) is al sinds de oprichting bij het IAS instituut – gehuisvest op de zesde verdieping van het SER-gebouw – betrokken. Vijftien jaar was hij directeur, eind dit jaar gaat hij met pensioen. Het IAS heeft een bemiddelende rol voor slachtoffers bij het aanvragen van een tegemoetkoming van de overheid en een schadevergoeding van een aansprakelijke (ex-)werkgever.

Blauwe asbest, het gevaarlijkste type, werd al in 1978 in Nederland verboden. Sinds 1993 geldt dat ook voor alle andere vormen van asbest. Maar de gevolgen kunnen zich nog tientallen jaren na blootstelling openbaren. Gemiddeld gebeurt dat pas na zo’n veertig jaar.

Van der Woude: ‘Het IAS is opgericht om een lange juridische lijdensweg te voorkomen. Dat is belangrijk, want mensen met mesothelioom, ofwel longvlies- of borstvlieskanker, overlijden vaak al binnen een jaar. Een slepende rechtszaak geeft enorm veel stress en kan bovendien tot hoge kosten leiden.’ De bemiddeling door het IAS is kosteloos.

Bom

Het werk is voor Van der Woude nooit routine geworden. ‘Achter ieder dossier gaat enorm veel ellende schuil. Met de diagnose gaat in die gezinnen een bom af. Dat dwingt je tot grote snelheid en zorgvuldigheid.’

De verjaringstermijn is dertig jaar, maar de ziekte openbaart zich vaak later  

Hij is erg tevreden over de drie panels met medische deskundigen waarmee het instituut werkt: één voor mesothelioom, één voor asbestose (stoflongziekte) en een derde dat zich buigt over twijfelgevallen. ‘Deze artsen gelden allen als autoriteit op dit gebied. Dat voorkomt tijdrovende discussie over de diagnose.’

Wel een punt van discussie is de oplopende gemiddelde leeftijd van de slachtoffers. De vraag is of leeftijd zou moeten meewegen bij de hoogte van de schadevergoeding. ‘Bij de opzet van het IAS is hier niet voor gekozen. Want waar leg je de grens? Bovendien ontvangen relatief jonge slachtoffers vaak een extra bedrag voor inkomensschade.’

Stoflongen

Van der Woude is blij dat het IAS zich sinds april 2014 niet meer uitsluitend richt op mesothelioomslachtoffers, maar ook op mensen met asbestose. Zij zijn lang en intensief blootgesteld aan asbest en worden jaren daarna geconfronteerd met longfibrose. ‘Het onderwerp was complex, waardoor de discussie lang duurde. De urgentie was ook iets minder groot dan bij mesothelioom vanwege het gemiddeld minder progressieve verloop van de ziekte.’

Tot nu toe hebben ruim tweehonderd asbestoseslachtoffers een aanvraag voor schadevergoeding ingediend, inmiddels hebben zestig van hen een tegemoetkoming ontvangen. Het aantal asbestosegevallen zal naar verwachting de komende jaren snel teruglopen, omdat de echte asbestberoepen als eerste werden gesaneerd.

Binnen de raad van toezicht is er discussie of het IAS ook gaat bemiddelen voor mensen met longkanker als gevolg van asbestblootstelling. ‘We hebben hier pas nog eens onderzoek naar laten doen, want in omringende landen wordt dit al wel gecompenseerd. Probleem is dat het lastig is om vast te stellen of longkanker veroorzaakt is door asbest, zeker als mensen ook hebben gerookt. Daar bestaan formules voor, maar dan moet je diepgravend onderzoek doen en bij grotere aantallen is dat, ook vanwege de progressie van de ziekte, bijna niet te doen.’

Het is lastig vast te stellen of longkanker door asbest is veroorzaakt, zeker als mensen ook hebben gerookt  

Databanken

Een onderwerp dat de komende jaren hoog op de agenda staat, is verdere dataontwikkeling. Het instituut heeft twee databanken: een IAS-monitor met alle geanonimiseerde gegevens uit de dossiers en een asbestkaart met bedrijven en bedrijfstakken. ‘We willen nagaan hoe de cijfers kunnen worden gebruikt voor bijvoorbeeld inspectieprogramma’s van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ook willen we de groep vrouwelijke slachtoffers nader onderzoeken. Hoe intensief en waar zijn zij blootgesteld en wat zijn de verschillen met de groep mannen?’

Bijna 90 procent van de slachtoffers is man, omdat zij vaker een asbestgerelateerd beroep in de isolatie, de bouw of scheepsbouw hebben gehad. Voor mensen die (nog) niet ziek zijn, maar wel aan asbest zijn blootgesteld, gaat het IAS een asbestregister opzetten. ‘Die informatie kan aanknopingspunten bieden voor beleid. Voor de mensen zelf is het ook belangrijk, want mochten zij klachten krijgen, dan ligt er al wat. Het register moet echter geen onrust veroorzaken, dus we moeten goed duidelijk maken dat gelukkig slechts een klein percentage ziek wordt.’

Het is belangrijk dat mensen zich bij ziekte snel bij het instituut melden, want een slachtoffer moet nog bij leven een aanvraag indienen om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming van de overheid of smartengeld van een werkgever.

Het komt voor dat mensen te laat zijn. Nabestaanden hebben dan alleen recht op een vergoeding van materiële kosten en eventueel overlijdenskosten, beide ruim 3000 euro. Het IAS heeft bij het ministerie gepleit voor een aanpassing van de regeling, zodat nabestaanden tot enkele maanden na het overlijden nog recht hebben op een tegemoetkoming, maar dat was tevergeefs.

Fonds

Het IAS zou ook graag een hogere tegemoetkoming voor slachtoffers zonder aansprakelijke (ex-)werkgever zien. ‘Vaak is het moeilijk om na zo’n lange tijd bewijsmateriaal te verzamelen. Bedrijven bestaan niet meer of de betrokkene kan niet meer aantonen ergens gewerkt te hebben. Soms kunnen we een zaak daardoor niet rond krijgen. Dat schuurt dan wel.’ Een alternatief zou een fonds kunnen zijn waarbij iedereen hetzelfde krijgt. ‘De vraag is dan wie het zou moeten vullen. Minister Asscher vindt dat geen taak van de overheid.’

Slachtoffers kunnen ook te maken krijgen met verjaringsproblematiek. Niet bij de overheid, maar bij sommige bedrijven. ‘De verjaringstermijn is dertig jaar, maar de ziekte openbaart zich vaak later. Als je niet weet dat je ziek bent, kun je ook geen vordering instellen. De Hoge Raad heeft in 2000 bepaald dat ieder individueel geval getoetst moet worden door een lagere rechter. Dat gebeurt ook, maar leidt niet tot de gewenste snelheid en duidelijkheid.’

Betrokkenheid

Vijf jaar geleden werd Van der Woude benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau vanwege zijn grote inzet als directeur van het toen tienjarige IAS en zijn maatschappelijke verdiensten: hij was lang voorzitter van een operastichting en voorzitter van de Amsterdamse Football Club AFC (‘De beste in het land’). Wat hij na zijn pensionering gaat doen, weet hij nog niet precies. ‘Misschien iets op het terrein van bestuursrecht, mogelijk hier en daar wat advieswerk. Ook kunnen mijn vrouw en ik vaker naar ons huis in Frankrijk, liefst met de kinderen en kleinkinderen. Mijn vrouw is ook net met pensioen.’

Gevraagd welk gevoel overheerst nu zijn afscheid nadert, zegt hij er vooral trots op te zijn dat de betrokkenheid van de deelnemende partijen bij het IAS steeds onverminderd groot is gebleven. ‘Dat heeft geleid tot een zorgvuldige, maatschappelijk verankerde behandeling van een kwetsbare groep slachtoffers. Dat ik daarin een rol heb gespeeld, vind ik mooi.’

Elke van Riel