menu

Voorlichting

Juridisch kader

Slachtoffers met een asbestziekte die deze ziekte hebben opgelopen als werknemer kunnen zich richten tot hun (voormalige) werkgever met het verzoek tot schadevergoeding. Het verkrijgen van een schadevergoeding is veelal een lange juridische procedure. Voor asbestslachtoffers wordt dit wel de juridische lijdensweg genoemd, naast de medische lijdensweg die slachtoffers ook al moeten doorlopen. Het Instituut Asbestslachtoffers (hierna: IAS) is mede opgericht om de juridische lijdensweg voor asbestslachtoffers te bekorten. Op dit moment neemt het IAS alleen aanvragen in behandeling van slachtoffers bij wie de diagnose maligne mesothelioom (asbestkanker) of asbestose is vastgesteld. In de toekomst komen mogelijk ook andere asbestgerelateerde ziektes voor een aanvraag in aanmerking.

Hieronder vindt u (juridische) informatie over aspecten die betrekking hebben op een schadeclaim van asbestslachtoffers.

Juridische achtergrond

De aansprakelijkheid van de werkgever wordt geregeld in het Burgerlijk Wetboek, met name in artikel 7:658 BW. Volgens dit artikel is de werkgever verplicht een zodanig beleid te voeren dat de werknemer geen gezondheidsschade door het werk kan krijgen en dat wanneer de werknemer schade oploopt als gevolg van het werk de werkgever hiervoor aansprakelijk is.

Om voor een schadevergoeding in aanmerking te komen zal de werknemer in beginsel moeten aantonen dat hij/zij ziek is geworden als gevolg van het werk én dat de werkgever tekort is geschoten bij de bescherming van de gezondheid van de medewerkers.

Als de werknemer van mening is dat hij/zij recht heeft op schadevergoeding zal hij de werkgever schriftelijk (per aangetekende brief) aansprakelijk moeten stellen. De werkgever is vaak verzekerd via een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering. In dat geval wordt het overleg over een schadevergoeding gevoerd met de verzekeraar.

Stelplicht

Om voor een schadevergoeding in aanmerking te komen dient het asbestslachtoffer in de eerste plaats te voldoen aan de stelplicht. Dat betekent dat als de asbestziekte komt vast te staan, het slachtoffer aannemelijk moet kunnen maken dat hij/zij tijdens de werkzaamheden in een relevante mate[1] is blootgesteld aan asbest.

De werkgever (of zijn verzekeraar) heeft op zijn beurt de mogelijkheid deze stelling te betwisten en dient daarvoor argumenten aan te leveren.

Als de blootstelling door de werkgever gemotiveerd wordt betwist dient het slachtoffer met bewijzen te komen dat hij/zij wel degelijk met asbest in aanraking is geweest.

De positie van het Instituut Asbestslachtoffers

Het IAS is mede opgericht om de juridische lijdensweg van asbestslachtoffers te bekorten.  Het IAS brengt het arbeidsverleden in kaart om na te gaan waar het slachtoffer is blootgesteld aan asbest. Dit gebeurt op een snelle, zorgvuldige en laagdrempelige manier.

Het IAS creëert een gelijkwaardig platform voor slachtoffer en werkgever en bemiddelt tussen deze partijen om te komen tot een schadevergoeding.

Het IAS is echter niet de directe belangenbehartiger van het slachtoffer. Een belangenbehartiger heeft maar oog voor het belang van één partij, terwijl het IAS ook rekening houdt met de belangen van de werkgever/verzekeraar. De positie van het IAS is het beste te omschrijven als die van een onpartijdige bemiddelaar die het tot taak rekent dat beide partijen beschikken over een gelijkwaardige uitgangspositie.

Ook de werkgever/verzekeraar kan zich dus tot het IAS wenden voor informatie. Door de positie van bemiddelaar wordt voorkomen dat partijen zich ingraven in een juridisch steekspel. Een juridisch steekspel leidt niet alleen tot hoge kosten voor beide partijen, maar zorgt ook veelal voor tijdrovende procedures. Juist het slachtoffer heeft baat bij snelheid om de juridische lijdensweg snel af te ronden.

Medewerking door werkgevers aan de bemiddeling is niet verplicht. De centrale organisaties van werkgevers hebben wel hun steun aan het Convenant Instituut Asbestslachtoffers gegeven. Het is dus algemeen geaccepteerd en gebruikelijk dat individuele werkgevers meewerken aan de bemiddeling door het IAS. Wanneer een werkgever niet meewerkt aan bemiddeling en het komt tot een juridische procedure, dan is het mogelijk dat de rechter nagaat waarom de werkgever niet heeft meegewerkt aan bemiddeling.

Het IAS geeft geen bindend advies aan partijen.Ruim een derde van de bemiddelingen leidt niet tot overeenstemming tussen partijen. Op het moment dat er niet tot overeenstemming kan worden gekomen en er geen andere werkgevers aangesproken kunnen worden, eindigt de bemiddeling door het IAS. Het slachtoffer kan vervolgens een belangenbehartiger in de arm nemen om een gang naar de rechter te maken.

Schadevergoeding

De schadevergoeding voor asbestslachtoffers betreft in beginsel immateriële schade (smartengeld), materiële schade (uitgaven of vermindering van inkomsten als gevolg van de asbestziekte) en schade van nabestaanden. Het IAS hanteert genormeerde schadebedragen. Deze normbedragen zijn door de Convenantpartijen samen vastgesteld.

Bij een asbestslachtoffer met de ziekte maligne mesothelioom[2] bestaat het standaardbedrag uit € 58.060,- voor smartengeld, alsmede een vergoeding van € 3.231,- voor materiële schade en € 3.231,- voor schade van nabestaanden. Genoemde bedragen gelden voor 2018, ieder jaar worden de bedragen geïndexeerd. Mogelijk valt de materiële schade en/of de schade van de nabestaanden hoger uit dan de normbedragen. Het IAS kan in die gevallen onderzoeken of deze aantoonbare schade voor vergoeding in aanmerking komt.

Meerdere werkgevers

Een werknemer heeft in zijn loopbaan vaak bij meerdere werkgevers gewerkt. Asbestblootstelling kan bij meerdere van deze werkgevers hebben plaatsgehad. Het slachtoffer hoeft niet te bewijzen welke van deze werkgevers aansprakelijk is voor de schade; het slachtoffer dient wel aannemelijk te maken dat in de werkomgeving in een relevante mate aan asbest is blootgesteld waardoor de asbestziekte kon ontstaan. Om hierachter te komen brengt het IAS het gehele arbeidsverleden van het slachtoffer in kaart. Als er sprake is van meerdere dienstverbanden waarbij het slachtoffer in de werkomgeving aan asbest is blootgesteld, dan dient het slachtoffer elke werkgever aansprakelijk te stellen voor de schade. Het IAS wijst vervolgens de meest gerede werkgever[3] aan die aansprakelijk te houden is voor de asbestziekte.

Mocht de bemiddeling met de meest gerede werkgever niet slagen, dan zal het IAS met de tweede meest gerede werkgever bemiddelen. En als ook deze bemiddeling niet tot overeenstemming leidt kan zelfs met een derde werkgever een bemiddeling worden gestart.

Wanneer het IAS met een van de werkgevers overeenstemming bereikt over de schadevergoeding en er zijn andere werkgevers door het slachtoffer aansprakelijk gesteld, dan heeft de betalende werkgever het recht de andere werkgever(s) te benaderen om een deel van de schadevergoeding te verhalen. Dit heet het recht van regres. Bij dit regres kan gebruik worden gemaakt van de rapportages van het IAS.

Problemen bij het verkrijgen van een schadevergoeding

Er gaat een lange tijd overheen van het moment van blootstelling tot het moment dat de ziekte zich openbaart.[4] Veel problemen bij het verkrijgen van een schadevergoeding hangen samen met het feit dat de blootstelling aan asbest zo lang geleden is. Een ander probleem is dat op het moment van blootstelling, veelal in de tweede helft van de vorige eeuw, werknemers zich niet bewust waren dat ze werkten in een omgeving waar asbest voorkwam en zich dit onvoldoende kunnen herinneren.

De verschillende problemen worden hieronder beschreven.

  • De werkgever bestaat niet meer

Na al die jaren komt het voor dat het oorspronkelijke bedrijf niet meer bestaat als gevolg van faillissement, bedrijfsbeëindiging, overname of fusie. Een andere keer is een bedrijf onvindbaar. Maar soms bestaat de rechtsopvolger van het bedrijf nog wel of kan de verzekeraar worden gevonden. Als het oorspronkelijke bedrijf niet meer bestaat tracht het IAS uit te zoeken wie de rechtsopvolger is, dan wel of er een verzekeraar is die de kwestie mogelijk in behandeling neemt.

  • Het bewijs van dienstverband ontbreekt

Aangezien het personeelsbestand van het bedrijf vaak in de loop der tijd geheel is veranderd zal de voormalig werkgever/rechtsopvolger zeker willen weten of het asbestslachtoffer in de bewuste periode een dienstverband heeft gehad. Een loonstrookje kan bijvoorbeeld uitkomst bieden. Het IAS kan helpen om op andere wijze het dienstverband aan te tonen.

  • De blootstelling wordt betwist door de werkgever

Soms is het voor de werkgever of verzekeraar niet zonneklaar dat het slachtoffer indertijd is blootgesteld aan asbest. Het slachtoffer zal dan moeten bewijzen dat er daadwerkelijk blootstelling heeft plaatsgevonden. Getuigenissen door oud-collega’s, beschrijving van werkprocessen, foto’s of andere bewijzen kunnen helpen. Het IAS ondersteunt het asbestslachtoffer om de bewijsstukken te verzamelen.

  • De claim is verjaard

De werkgever kan een beroep doen op verjaring van de vordering van het asbestslachtoffer. De verjaring vangt aan op het laatste moment van blootstelling aan asbest. Voor asbestslachtoffers geldt een verjaringstermijn van dertig jaar. Vaak treedt de ziekte pas op na dertig jaar en is de vordering van het slachtoffer dus al verjaard. Gezien de redelijkheid en billijkheid zijn er werkgevers en verzekeraars die overigens geen beroep op verjaring bij claims van asbestslachtoffers doen.

Belangenbehartiging

Asbestslachtoffers zijn niet verplicht om ondersteuning te zoeken bij het IAS voor het vorderen van een schadevergoeding. Men kan op eigen initiatief een eigen juridisch belangenbehartiger inschakelen.  Aangezien de dienstverlening van het IAS gratis is voor asbestslachtoffers en men alleen met hulp van het IAS een tegemoetkoming kan aanvragen bij de Sociale Verzekeringsbank, is er ook weinig op tegen om gebruik te maken van de dienstverlening van het IAS.

Als de bemiddeling niet tot een positief resultaat leidt, dan kan het asbestslachtoffer altijd nog overwegen om de schade langs civielrechtelijke weg proberen te verhalen.

Er zijn verschillende juridische belangenbehartigers die ervaring hebben met de ondersteuning van asbestslachtoffers, zoals:

  • Bureau Beroepsziekten FNV helpt bij het verhalen van (financiële) schade van beroepsziekten op de (ex-)werkgever, het bureau werkt voor leden van de FNV.
  • CNV biedt de leden gratis rechtshulp, leden kunnen contact opnemen met hun CNV-bond.
  • het Comité Asbestslachtoffers zet zich in voor erkenning van en genoegdoening voor alle asbestslachtoffers en hun nabestaanden.
  • via de website lsa.nl kan men een advocaat in de eigen regio zoeken die lid is van de Vereniging voor Letselschade Advocaten.
  • het Juridisch Loket is een onafhankelijke, door de overheid gesteunde organisatie, die iedereen met een juridische vraag gratis helpt.
  • Soms kan de rechtsbijstandsverzekering worden ingeschakeld om te onderzoeken of het starten van een procedure zinvol is.

[1] Een relevante mate bedraagt volgens de protocollen die het IAS hanteert in beginsel een termijn van zes maanden waarbij het slachtoffer in een of meer functies (intensief) heeft blootgestaan aan asbest. Wanneer tijdens een dienstverband dat korter dan zes maanden heeft geduurd een mogelijke blootstelling aan asbest heeft plaatsgevonden, kan toch sprake zijn van een relevante mate van asbestblootstelling. Het IAS onderzoekt dit dan nader.

[2] Voor de normbedragen voor asbestose zie http://www.asbestslachtoffers.nl/CMS/show.do?ctx=637278,701751&anav=700446

[3] Het IAS hanteert verschillende aanknopingspunten om tot de meest gerede werkgever te komen, bijvoorbeeld de duur van het dienstverband, de intensiteit van de asbestblootstelling en problematiek omtrent de verjaring.

[4] De zogenoemde latentietijd van een asbestziekte bedraagt in Nederland gemiddeld meer dan dertig jaar.