Editorials
- Is de aansprakelijkheid van werkgevers opgerekt?
- Hoe asbestgekte te beteugelen? De IAS Monitor als redder in de nood
- In memoriam Jan Christoffel Gmelich Meijling
- Asbestdrama Kanaleneiland: de risico s
- Asbestrisicoberoepen in ontwikkeling
- Editorial: IAS Monitor - Asbestslachtoffers in kaart
- L histoire se repete. Harde asbestlessen worden nog steeds niet getrokken (Machiel van der Woude).
- IAS bereikt driekwart mesothelioom patienten
- Voorspellen is moeilijk, vooral als het de toekomst betreft*
- Praktische consequenties van het advies van de Gezondheidsraad om de normen voor blootstelling aan asbest te verlagen (Jan Tempelman, TNO)
- Financiele compensatie voor Koreaanse milieu-asbestslachtoffers. Delegatie op bezoek bij het IAS.
- Asbest: een (publiciteits)gevoelig onderwerp. Om hoeveel slachtoffers gaat het nu eigenlijk?
- IAS Monitor geactualiseerd. Neemt het aantal mesothelioomslachtoffers af?
- Verslag lustrumcongres IAS 26 januari 2010
- 10 jaar IAS: zorgvuldig, snel en laagdrempelig
- Ontwikkeling mesothelioom in beeld (Machiel van der Woude, directeur IAS)
- Nieuw: IAS-Monitor 1989-2006
- IAS-jaarverslag 2008: sterke toename aanvragen (Simone Aarendonk, beleidsmedewerker IAS)
- Aan asbest blootgestelde gepensioneerde werknemers en zelfstandigen in Frankrijk onder toezicht (Simone Aarendonk, beleidsmedewerker IAS)
- Veel onderzoek in de komende jaren bij het IAS (Machiel van der Woude, directeur IAS)
- In memoriam Ben Asscher (Machiel van der Woude, directeur van het IAS)
- Asbestziekten, een Internationaal probleem (Nico van Zandwijk)
- De totstandkoming van een nieuwe tegemoetkomingsregeling ( Ilse Maas, senior beleidsmedewerker bij het ministerie van VROM)
- Asbestgerelateerde ziektes in Duitsland (Gert van der Laan, klinisch arbeidsgeneeskundige Nederlands Centrum voor Beroepsziekten / Coronel Instituut, AMC, Amsterdam)
- Is er sprake van onderaanmelding door vrouwen?
- Erkenning voor alle Belgische asbestslachtoffers met mesothelioom of asbestose (Simone Aarendonk, beleidsmedewerker van het IAS)
- Erkenning voor alle Japanse asbestslachtoffers met mesothelioom of longkanker (Simone Aarendonk, beleidsmedewerker van het IAS)
- (Gast)editorial door Sjaak Burgers, longarts in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis
- Asbest: de verborgen tijdbom (Simone Aarendonk, beleidsmedewerker van het IAS)
- Hoe kunnen we blootstelling aan asbest en andere (nieuwe) gevaarlijke stoffen voorkomen? (Jan Tempelman, TNO)
- Alimta (mevrouw Marie-Louise Tiesinga-Autsema)
- Asbest houdt de wereld ernstig bezig (Machiel van der Woude, directeur IAS)
- IAS-jaarverslag 2008: het aantal aanvragen neemt flink toe (Simone Aarendonk, beleidsmedewerker IAS)
Is de aansprakelijkheid van werkgevers opgerekt?
De vraag is natuurlijk of bovengenoemde rechterlijke uitspraken zo’n vergaande strekking zullen hebben. Feit is dat het in beide zaken gaat in om een werknemer in de scheepsbouwindustrie die intensief aan asbest is blootgesteld. De gevaren voor de gezondheid, zo wordt verondersteld, waren daar al lang bekend, het gegeven dat door de werkgever geen passende beschermende maatregelen waren getroffen ook. Wat in de 50’er jaren nog niet bekend was, is dat asbestblootstelling ook kan leiden tot de ziekte maligne mesothelioom. In 1969 betekende de dissertatie van bedrijfsarts Jan Stumphius Asbest in een bedrijfsbevolking. Een onderzoek naar het voorkomen van asbestlichaampjes en mesotheliomen op een scheepswerf en machinefabriek (2) een doorbraak. In de buitenlandse literatuur werd begin zestiger jaren al gewezen op het oorzakelijk verband tussen asbestblootstelling en mesothelioom. Het springende punt is dus of de ziekte mesothelioom de werkgever in de vijftiger jaren kan worden verweten als de ziekte als zodanig nog niet bekend was. Het Haagse Hof gaat hier in zijn uitspraak uitvoerig op in. Het Hof is van oordeel dat de ernst van de mogelijke gezondheidsschade voldoende dringend was om voorzieningen te treffen, zoals het gebruik van half-maskers en verse-luchtkappen. Dat het gebruik van dergelijke maskers en kappen geen bescherming tegen het risico van mesothelioom zou hebben geboden is door betrokken werkgever gesteld, noch gebleken. Mede op grond hiervan oordeelt het Hof dat sprake is van een zodanige verwijtbaarheid dat dit in de totale weging gewicht in de schaal legt ten gunste van doorbreking van de verjaring. Omdat de werkgevers juist op dit punt de belangrijkste grieven hadden geformuleerd valt de finale beslissing in het voordeel van betrokken werknemers uit.
Reikwijdte uitspraken
Belangrijk bij dit alles is dat het Hof uitdrukkelijk laat meewegen dat in de scheepsbouw in de jaren ’50 en ’60 veelvuldig met asbest is gewerkt en dat de werkgevers op de hoogte hadden moeten zijn van de gevaren die de werknemers hierdoor liepen. Dat de literatuur in de ’50 er jaren ‘slechts’ toezag op de gezondheidsschade als gevolg van langdurige en/of intensieve blootstelling acht het Hof van ondergeschikt belang, juist ook omdat betrokken werkgever geen aandacht heeft gehad voor het effectief voorkomen van de dreigende asbest-problematiek. Het lijkt een duidelijk standpunt, dat ook voor wat betreft de tekortschietende zorgplicht van de werkgever betrokken wordt door het Hof ‘s-Hertogenbosch in een arrest van 18 december 2012. (3) Langs deze lijnen zal in voorkomende gevallen recht worden gesproken, mits de Hoge Raad ter zake geen ander oordeel heeft. Hiertoe is het wel allereerst noodzakelijk dat een van de betrokken werkgevers in cassatie gaat.
Conclusie
Wij kunnen dus voorlopig concluderen dat er sprake is van een belangrijke juridische ontwikkeling met betrekking tot de vraag of de 30-jarige verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid doorbroken kan worden. In bedrijfstakken (zoals de scheepsbouw) met grote bedrijven waar de werknemers in de 50’er en 60’er jaren langdurig en/of intensief zijn blootsgesteld aan asbest en waar de werkgever geen afdoende beschermende maatregelen heeft getroffen zijn de werkgevers aansprakelijk te houden als werknemers worden geconfronteerd met de ziekte mesothelioom. In bedrijfstakken en beroepen waar minder langdurig en/of minder intensief met asbest is gewerkt lijkt dit niet het geval. Van een algemene verschuiving van de verjaringsgrens van 1969 naar 1949 is dan ook op dit moment geen sprake.
Simone Aarendonk, Machiel van der Woude
Maart 2013
(1) Hof Den Haag, 18 december 2012: BY6205 en 6208
(2) J. Stumphius. Asbest in een bedrijfsbevolking, Van gorcum & Comp., Assen 1969
(3) Hof Den Bosch, 18 december 2012: BY7010
[ top ]
Hoe asbestgekte te beteugelen? De IAS Monitor als redder in de nood
Je kunt er niet omheen: de asbestsituatie in Kanaleneiland. In deze Utrechtse wijk start op 16 juli 2012 de asbestsanering van een flat van woningcorporatie Mitros. Zes dagen later wordt groot alarm geslagen vanwege de vondst van asbest. Bewoners van meerdere flatgebouwen worden geevacueerd, delen van de wijk afgesloten. Bij de bewoners ontstaat enorme onrust, mede gevoed doordat de informatievoorziening schromelijk tekortschiet en doordat deskundigen van velerlei pluimage over elkaar heen tuimelen met vaak divergerende meningen. De chaos is compleet, zoals ook duidelijk onder woorden wordt gebracht in het rapport van de onafhankelijke Commissie onderzoek asbestvondst Kanaleneiland dat op 4 december jl. op verzoek van B&W Utrecht wordt uitgebracht. 1) Het rapport is zeer kritisch van toon. De getroffen maatregelen na de asbestvondst waren disproportioneel en onnodig belastend.
Onderzoek van onderzoek
Waar komt die ‘asbest gekte’ nu eigenlijk vandaan? Voor een deel uit onwetendheid van de risico’s van asbestblootstelling bij bestuurders en burgers. Veel meer dan dat hechtgebonden asbest ongevaarlijk is, als men het maar zo laat zitten komt men over het algemeen niet. Voor een ander deel uit de door de wetenschap gevoede boodschap dat blootstelling aan asbest veel gevaarlijker is dan gedacht. Voor wat betreft dit laatste is het in 2010 gepubliceerde advies van de Gezondheidsraad (GR) maatgevend. 3) Het aantal asbestdoden zou niet 700 maar 1400 per jaar zijn. Op basis hiervan wordt door de GR aangedrongen op veel strengere blootstellingsnormen, een advies dat inmiddels is overgenomen door de door de overheid. In de discussie over dit onderwerp zijn vraagtekens gezet bij de hardheid van de empirische gegevens waarop het advies van de GR zich baseert. Kan op grond hiervan een gedegen risicoanalyse plaatsvinden? Met name voor wat betreft asbestgerelateerde longkanker gaat dit op, omdat er in Nederland geen exacte cijfers bekend zijn over deze ziekte, anders dan dat het om longkanker gaat. Maar voor mesothelioom, zo constateert de GR, geldt dit ook. “Zo laat de karakterisering van de blootstelling dikwijls te wensen over en loopt de kwaliteit van de beschikbare epidemiologische onderzoeken in andere opzichten ook sterk uiteen.” Op grond hiervan laat de GR voor longkanker en mesothelioom meta-analyses uitvoeren, waarbij selectie van onderzoeken plaats vindt aan de hand van vooraf opgestelde criteria. Onderzoek van onderzoek, met nog steeds veel onzekerheden. Zo wordt op grond van een beperkt aantal onderzoeken vastgesteld dat er geen onderscheid is tussen de Kl –waarden ( deze waarden geven de toename weer in risico per blootstellingseenheid) en type asbest. Is het waarschijnlijk dat de blootstelling aan crocidoliet of amosiet een even groot risico op longkanker inhoudt als blootstelling aan chrysotiel? In ieder geval zijn de resultaten van dit type onderzoek zeer globaal, het geen de vraag opwerpt of ook niet ander onderzoek gebruikt dient te worden om te komen tot een adequate, doelgroep - en sector gerichte risico-analyse. In dit verband is de IAS Monitor van het IAS relevant. 4)
IAS Monitor
De IAS Monitor baseert zich o.a. op de geanonimiseerde gegevens van de inmiddels bijna 6000 mesothelioompatiënten die bij het IAS een aanvraag hebben ingediend. Van al deze mensen heeft het IAS een uitgebreide verklaring opgeschreven over hoe zij zelf denken met asbest in aanraking te zijn geweest. Via de IAS Monitor is voor het eerst op deze wijze in Nederland een omvangrijke groep asbestslachtoffers gedetailleerd in kaart gebracht. Zo wordt o.a. duidelijk in welke sector en in welk beroep asbestblootstelling het meest heeft plaats gehad vanaf 1950 en wat de asbestrisico sectoren en asbestrisico beroepen zijn. Analyse van de gegevens geeft inzicht in onverwachte of onderschatte beroepsrisico’s. Zo is op basis van de monitor de vraag gerechtvaardigd of installateurs (CV/elektromonteurs, loodgieters, elektriciens) die werken in gebouwen van vóór 1994 onvoldoende beschermd zijn tegen asbestblootstelling. In ieder geval biedt de IAS Monitor een gedifferentieerd beeld van de asbestrisico’s in Nederland en kan op basis van (o.a.) deze gegevens prioriteiten worden gesteld voor het asbestbeleid van de overheid. Op grond van de beschikbare gegevens en de daarop toegepaste risicoanalyse besteedt de overheid te weinig aandacht aan asbestvervuiling op plaatsen waar in het verleden bedrijfsmatig veel met asbest is gewerkt (havens, fabrieken, e.d.) Naar verhouding wordt op dit moment te veel aandacht besteed aan de verwijdering van asbest uit het milieu, scholen en woningen.
Tot slot
Dit laatste brengt ons weer bij de renovatie van 5 flats in Kanaleneiland, die tot veel onrust heeft geleid. De gegevens uit de IAS Monitor laten zien dat daar niet de grootste risico’s te verwachten waren. Adequate kennis van en doelgroepgerichte communicatie over deze situatie had een hoop ‘asbestgekte’ kunnen voorkomen.
Machiel van der Woude
December 2012
1. De Commissie Onderzoek asbestvondst Kanaleneiland, Utrecht, 4 december 2012
2. Remco de Boer, Verloren Vertrouwen . Lessen uit de Utrechtse asbestzaak, Veen Media, Diemen 2012
3. Gezondheidsraad, Asbest. Risico’s van milieu- en beroepsmatige blootstelling, Den Haag,2010
4. De IAS-monitor is te vinden via de site van het IAS www.IAS.nl. Over de gegevens van de IAS-monitor vond augustus 2012 een discussie plaats tussen asbestdeskundigen op epidemiologisch, medisch en uitvoerend terrein. Het verslag van dit Ronde Tafelgesprek is ook te vinden op de site van het IAS.
[ top ]
In memoriam Jan Christoffel Gmelich Meijling

Eind 2003 volgde Jan Gmelich Meijling Wim Bunnik op als voorzitter van de RTA van het IAS. Daarmee bleef het voorzitterschap min of meer gekoppeld aan het ministerie van Defensie, want ook Wim Bunnik was werkzaam bij dit ministerie. Toeval was dit beslist niet. Door het intensieve gebruik van asbest in schepen werd het ministerie van Defensie in de loop der tijd steeds vaker geconfronteerd met asbestslachtoffers. In een interview bij zijn aantreden als RTA-voorzitter merkt Jan op dat in zijn actieve tijd als marineman tussen 1961 en1970 niemand op de hoogte was van de gevaren van asbest. Dat wordt anders als hij burgemeester is van marinestad Den Helder met zijn grote scheepswerf en vooral tijdens zijn staatssecretariaat van 1994 tot 1998. Met name de asbestproblematiek bij de Cannenberg was een groot en gevoelig beleidsitem, een berg met problemen*. In deze oude mergelgroeve wordt in 1955 een ‘NAVO Joint Operation Centre’ gevestigd. Hier worden tussen 1967 en 1971 de leidingen van de airconditioning geïsoleerd door ze te bespuiten met asbestcementspecie. In de loop der jaren verspreiden de asbestvezels zich in de grot en richten grote gezondheidsschade aan bij de aldaar werkzame medewerkers. In 1992 wordt het NAVO-centrum gesloten. Staatssecretaris Gmelich Meijling schrijft in 1998 aan een gealarmeerde en strijdbare Tweede Kamer dat Defensie zorgvuldiger had kunnen handelen ten opzichte van het personeel van het NAVO-centrum en trekt het boetekleed aan voor 22 jaar wanbeleid.
Jan Gmelich Meijling is dus in 2003 al goed op de hoogte van de gevaren van asbest voor de gezondheid en kent de politieke gevoeligheid rond dit onderwerp. De situatie van de mesothelioomslachtoffers gaat hem ter harte, iets wat hij als staatssecretaris al toont als hij bewerkstelligt dat het ministerie van Defensie en daarmee ook andere sectoren van de overheid in juridische procedures afzien van een beroep op verjaring. Hij is van mening dat ook de werkgevers in het bedrijfsleven dit voorbeeld zouden moeten volgen en draagt dit ook uit in de RTA. Ook met betrekking tot de reikwijdte van het IAS stelt Gmelich Meijling zich ruimhartig op. Zo is hij van mening dat het IAS naast slachtoffers met mesothelioom zich ook open zou moeten stellen voor (oud)werknemers met asbestose. Mede door zijn inzet zal deze doorbraak na een jarenlange discussie tussen de partijen in de RTA binnenkort worden gerealiseerd.
Met Jan Gmelich Meijling heeft het IAS een belangrijke bestuurder verloren. Zijn slagvaardige wijze van voorzitten heeft menig ‘polderprobleem’ overwonnen. Hij stond daarbij tot op het laatst zonder voorbehoud achter de doelstelling van het IAS om vanuit een gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid het asbestslachtoffer zo goed mogelijk bij te staan in een zeer moeilijke levensfase. Zelf denk ik aan Jan als een zeer prettige en loyale bestuurder, die veel ruimte liet voor nieuwe initiatieven en persoonlijk contact.
Machiel van der Woude, directeur IAS
September 2012
* Werkgroep Asbestproblematiek Cannerberg (1998). Een berg met problemen. Onderzoek besluitvorming asbestproblematiek Cannerberg. Brief aan de Tweede Kamer d.d. 22 januari 1998, 25 323, nr. 10.
[ top ]
Asbestdrama Kanaleneiland: de risico s
.
Nauwelijks risico bij korte blootstelling
Volgens Ben Rozema van de GGD is de kans dat bewoners van de Utrechtse asbestwijk daadwerkelijk ziek worden van ingeademde asbestdeeltjes 1 op de 7,3 miljard volgens de geldende normen. De Gezondheidsraad heeft onlangs de cijfers aangescherpt, maar ook op basis van dat rekenmodel blijft het risico op het ontwikkelen van long- of buikvlieskanker vrijwel verwaarloosbaar klein. Het is volgens Rozema 'inbeelding dat sommige geëvacueerde bewoners nu al klachten zouden hebben.
Politiemensen die in Utrecht zijn ingezet in het'asbestgebied in de wijk Kanaleneiland, hebben geen risico gelopen dat zij asbestdeeltjes hebben ingeademd, aldus de Nederlandse Politiebond (NPB). Tegenwoordig zijn het vooral installateurs en onderhoudsmedewerkers die risico lopen, aldus JanTempelman van TNO. Dat zijn mensen die in asbesthoudende gebouwen de verlaagde plafonds optillen en kabels trekken of nietsvermoedend in een amosiet-plafond (met bruine asbest) boren om een leiding te trekken.
Michel Baars, directeur van Search Ingenieursbureau B.V. vindt de paniek na de asbestvondst in de Utrechtse woonwijk Kanaleneiland overtrokken. Paniek is niet goed en ook helemaal niet nodig. Asbest wordt, volgens Baars pas gevaarlijk als je het langdurig en in hoge concentraties inademt. Ook Gerard Zielhuis, hoogleraar epidemiologie bij het UMC Nijmegen heeft die mening. Het blootstellingsniveau in situaties als in Utrecht is volgens Zielhuis verwaarloosbaar. Asbest wordt gevaarlijk bij jarenlange blootstelling. De klachten ontstaan pas na tien tot dertig jaar. Verder heeft de kans op besmetting ook te maken met het soort, de hoeveelheid en de duur van de blootstelling. Rokers zijn over het algemeen gevoeliger voor besmetting. Asbest in vaste vorm leidt niet tot blootstelling aan deeltjes die in de longen terecht kunnen komen, aldus de epidemioloog: er zit nou eenmaal heel veel asbest in oudere gebouwen en woningen. Zolang het daar gewoon blijft zitten, is er over het algemeen geen probleem, dat wordt het pas wanneer je gaat slopen of restaureren. Volgens de hoogleraar zijn de eventueel vrijgekomen stofdeeltjes zwaar waardoor ze naar beneden vallen en niet in de lucht blijven hangen. Er is een harde wind voor nodig om die deeltjes vervolgens weer te kunnen verspreiden.
Simone Rozendaal van Elsevier heeft veel kritiek op de ophef over asbest. Volgens Rozendaal is asbest een van de meest onderzochte stoffen op aarde. De onduidelijkheid geldt volgens Rozendaal echter vooral wit asbest, dat met 90 procent van alle toepassingen verreweg het belangrijkst is. Er bestaat geen enkele twijfel dat blauw asbest gevaarlijk is, maar volgens de meeste asbestdeskundigen is wit asbest dat niet, aldus Rozendaal. Maar zelfs al zouden er kleine hoeveelheden blauw asbest zijn vrijgekomen in Kanaleneiland, dan nog zijn de risico's voor de bewoners verwaarloosbaar klein. Bij de commotie die altijd rond asbest ontstaat, moet, volgens Rozendaal ook worden aangetekend dat er veel belangen mee zijn gemoeid. Er valt veel geld te verdienen met het overdrijven van het asbestgevaar. Er is wel uitgerekend dat het 50 miljard euro kost om alle asbest uit Nederlandse gebouwen te verwijderen - iets waarvoor de SP al eerder pleitte. Dat is niet alleen om financiele redenen absurd, maar ook vanwege de volksgezondheid: asbest in muren en plafonds kan, volgens Rozendaal geen kwaad zolang je er maar niet in gaat boren.
Paul Baas, hoogleraar thoraxoncologie, bij het AMC in Amsterdam en het Nederlands Kanker Instituut (NKI) meent dat alleen bij extreme blootstelling aan asbestdeeltjes mensen gezondheidsrisico's lopen. De kans op longkanker door passief roken is volgens Baas aanzienlijk groter. Ook is het zo dat mensen, die roken én aan asbest worden blootgesteld, een groter risico op longkanker hebben. Om ziek te worden van alleen asbest, moeten mensen intensief worden blootgesteld aan het materiaal én er genetisch gevoelig voor zijn. Wie één keer een plaatje asbest doormidden heeft gebroken, heeft weinig te vrezen. Bovendien duurt de latentietijd dertig tot vijftig jaar, aldus Baas. Natuurlijk, een pechvogel wordt al na tien jaar ziek. Allerlei medische onderzoeken kort na een vermeende besmetting zijn onnodig, want er is dan toch nog niets te zien.
Volgens longarts Henk Sinnighe Damsté van de Ziekenhuisgroep Twente slaat de overheid door als er sprake is van asbest bij een brand. Vaak is een evacuatie overdreven. We zijn naar asbest gaan kijken alsof het radioactief afval is. Er is onnodige paniek. Ik begrijp de overheid wel, die haar burgers moet beschermen, maar het slaat door. Volgens de Almelose specialist krijgt het publiek onderhand ten onrechte de indruk dat een keer inademen van asbestvezels per definitie dodelijk is. Cruciaal is dat asbest eigenlijk alleen gevaarlijk is als er sprake is van een langdurige inademing van asbestvezels die in de lucht zweven. En dan moet je echt denken aan een blootstelling van enkele jaren. Bij een brand is dat kortstondig en het gevaar echt zeer gering. Daarbij zalhet asbest door het bluswater ook vrij snel neerslaan. Als het niet meer zweeft in de lucht is het niet meer gevaarlijk. De mensen kunnen gewoon terug naar hun woning. De noodzaak van een evacuatie moet je met een korrel zout nemen. Hij benadrukt dat ook langdurige inademing niet altijd leidt tot asbestkanker en ziet ook veel patienten waarbij het heeft geleid tot volstrekt goedaardige afwijkingen aan het longvlies. Er spelen nog tal van andere factoren een rol of iemand asbestgerelateerde longkanker krijgt. Vergeet niet: iedereen ademt in zijn leven wel eens iets van asbest in, aldus de Enschedese longarts.
Lage blootstelling is ook gevaarlijk
Volgens longarts Nico van Zandwijk, directeur van het Australische Asbestos Disease Research Institute kan een relatief lage blootstelling aan asbestvezels ook al long- en buikvlieskanker (mesothelioom) en longkanker veroorzaken. De relatie is vaak moeilijk te leggen omdat de tijd tussen blootstelling en het optreden van ziekte gemiddeld omstreeks veertig jaar is. In Australië is, meer nog dan in Europa, asbest verwerkt in bouwmaterialen, vertelt Van Zandwijk. Uit het Australische mesothelioomregister blijkt dat mensen die een kortdurende blootstelling aan asbest hebben gehad ook ziek kunnen worden. Het gaat dan vaak om mensen die hun huis hebben gerenoveerd, klussers. Zij vormen een behoorlijk deel van de asbestslachtoffers. De deeltjes zijn zo klein dat ze niet met het blote oog te zien zijn. Alleen door te meten hoeveel deeltjes er nog zijn, kun je bepalen of het veilig is, aldus Van Zandwijk.
Bron: ANP, diverse kranten 22 juli t/m 16 augustus.
[ top ]
Asbestrisicoberoepen in ontwikkeling
Asbestrisicoberoepen in de IAS Monitor vergeleken met onderzoek Burdorf e.a. (2003)De IAS Monitor (1) is gebaseerd op gegevens over 7376 dienstverbanden van 2765 aanvragers die zich van 2005 t/m 2010 bij het IAS hebben aangemeld. Per dienstverband zijn o.a. beroep, sector en de eigen verklaring vastgelegd. Gekeken is of in een dienstverband ‘zeker’ of ‘misschien’ asbestblootstelling heeft plaatsgevonden. Epidemiologen Dahhan, Burdorf en Swuste (2) analyseerden dossiers van 512 mesothelioompatiënten die tussen 1990 en 2000 door twee advocatenkantoren zijn geregistreerd. De tabel hierboven laat een vergelijking van beide onderzoeken zien van de belangrijkste asbestrisicoberoepen in de sectoren scheepsbouw en bouwnijverheid. Te zien is dat de belangrijkste beroepen in de scheepsbouw in beide onderzoeken vrijwel overeenkomen. Bij vergelijking van de bouwnijverheid komt alleen het beroep timmerman in beide bestanden voor en in beide met verreweg het grootste aandeel. De verschillen in deze sector zijn mogelijk verklaarbaar omdat in het onderzoek van Burdorf e.e. de installatiebranche bij de bouwnijverheid is meegenomen. In de IAS Monitor is dit een aparte branche.
IAS Monitor vergeleken met buitenlandse onderzoeken
Volgens de IAS Monitor zijn sinds 1950 het beroep timmerman (algemeen- en scheeps-) en monteur (algemeen, verwarming-, elektro-) verreweg de meest risicovolle beroepen, gevolgd door: machinebankwerker, loodgieter, lasser, chef productieafdeling en isoleerder. Beroepen als mijnwerker, matroos en militair (dienstplichtig) zijn vooral in de jaren vijftig en zestig van belang. Later is een toename te zien van meewerkend leidinggevenden zoals een chef van een productieafdeling. Sinds 2005 publiceert het IAS op haar website onder ‘Nieuws’ resultaten van internationaal onderzoek naar asbest en gezondheid (3). De resultaten van onderzoek naar asbestrisicoberoepen in andere landen vertonen veel overeenkomsten met de IAS Monitor. Belgische slachtoffers komen met name uit de sector die ruwe asbest verwerkte, maar zijn ook loodgieters, metaalarbeiders, lassers of mensen die in de omgeving van een asbestfabriek woonden. De beroepen met de hoogste risico`s in Groot Britannië voor mannen zijn: timmerman, loodgieter, verwarmingsmonteur en elektricien. Beroepen in Frankrijk met een extra hoog risico op mesothelioom zijn loodgieter, plaatwerker, lasser, metaalwerker en meubelmaker. Timmerlieden, loodgieters en elektriciens zijn in Nieuw Zeeland de groepen met het hoogste risico op een asbestziekte. De belangrijkste beroepen in Zuid Korea zijn: bouwvakker, asbesttextielindustriearbeider, lasser op een scheepswerf, militair en productie-arbeiders. De groep die tussen 1992 en 2004 in het Canadese British Columbia een beroep deed op een uitkering bestond voor 21% uit metaalwerkers en mechaniciens en verder vooral uit elektriciens, loodgieters, pijpfitters, timmermannen, schilders en isoleerders. Helaas zullen ook in de opkomende landen als China en India binnenkort vergelijkbare lijstjes kunnen worden opgesteld.
Simone Aarendonk,
Beleidsmedewerker IAS
Juni 2012
Bronnen:
(1) IAS Monitor: zie www.ias.nl onder Nieuws.
(2) Dahhan, M., Burdorf, A, Swuste, P. (2003). Beroepsachtergrond van patiënten met asbestgerelateerde ziekten in Nederland. Tijdschrift voor toegepaste Arbowetenschap nr 3, p. 59-64.
(3) Zie www.ias.nl onder Nieuwsarchief Epidemiologisch.
[ top ]
Editorial: IAS Monitor - Asbestslachtoffers in kaart
Uit de databanken van het IAS, de Nederlandse Kankerregistratie, de Sociale Verzekeringsbank en internationale bronnen zijn een groot aantal kerncijfers verzameld over kenmerken van asbestslachtoffers en de ontwikkeling van de ziekte mesothelioom in Nederland en wereldwijd. Deze zijn in figuren op de IAS-website verwerkt onder de naam IAS Monitor. Doel is inzicht in het verleden als les naar de toekomst. Op basis van het verleden in kunnen schatten waar momenteel de grootste asbestblootstellingsrisico’s liggen. Hierna een toelichting op enkele opvallende gegevens in de IAS Monitor.
Timmerman en monteur belangrijkste asbestrisicoberoepen
Timmerman (algemeen- en scheeps-) en monteur (algemeen, verwarming-, elektro-) komen als meest risicovolle beroepen uit de IAS-databank, gevolgd door: machinebankwerker, loodgieter, lasser, chef productieafdeling en isoleerder. Beroepen als mijnwerker, matroos en militair (dienstplicht) zijn vooral in de jaren 50 en 60 van belang. Later is een toename te zien van meewerkend leidinggevenden zoals een chef van een productieafdeling.
Meeste asbestblootstelling in de jaren 60
De IAS Monitor laat zien dat de meeste asbestblootstellingen in de jaren 60 (40,7%) hebben plaatsgevonden. Vooral in de bouwnijverheid, installatie (verwarming, sanitair, elektra) en in de industrie (scheepsbouw, metaal-,machine- en elektrotechniek). Door de jaren heen, (vanaf de jaren 50) vond een verschuiving plaats van de industrie naar de bouw. In de industrie werd asbest breed gebruikt, o.a. voor het isoleren van leidingen en machines en bijvoorbeeld als frictiemateriaal in remvoeringen, koppelingsplaten en trilbanden. Nog steeds bestaat het risico op asbestblootstelling tijdens onderhoud, reparatie en sloop van ketels, ovens, pompen, turbines en pijpen. In de bouw is vooral met asbestcement gewerkt. Veel bouwmaterialen met asbestcement (naar schatting zo’n 65%) zijn gebruikt als dakbedekking en wandmateriaal. De risico’s liggen momenteel vooral in de renovatie en sloop.
80% als werknemer aan asbest blootgesteld
80% van de aanvragers in het IAS-bestand is als werknemer aan asbest blootgesteld (de TAS-groep). Bij 20% ligt de oorzaak ergens anders (de TNS-groep). Meestal weet men dan niet meer hoe, wanneer en waar men met asbest in aanraking is geweest. Opvallend is het hogere aandeel jongeren en vrouwen in de groep niet-werknemers (TNS-regeling). Vrouwen melden zich bovendien op jongere leeftijd aan dan mannen. Verder is opvallend dat de overlevingsduur van niet-werknemers (TNS’ers) met mesothelioom langer is dan die van werknemers (TAS’ers). Een verklaring ligt mogelijk in de jongere leeftijd bij aanmelding van niet-werknemers. Jongere mesothelioompatiënten leven na diagnose namelijk gemiddeld langer dan oudere patiënten.
Buikvliesmesothelioom vooral bij isoleerders
Volgens de wetenschappelijke literatuur treedt buikvliesmesothelioom vooral op de voorgrond in beroepen met een hoge blootstelling aan asbest, bijvoorbeeld bij isoleerders. Dat komt ook naar voren uit de IAS-databank. 29% van de groep IAS-aanvragers met dit type mesothelioom meldt als isoleerder met asbest in aanraking te zijn geweest. Isoleerders hielden zich onder andere bezig met het verspuiten van asbest. Zowel het meest gevaarlijke amfibooltype bruine als blauwe asbest werden daarbij gebruikt.
Hierboven is een selectie van opvallende gegevens uit de dataverzameling genoemd. De complete informatie kunt u vinden op www.ias.nl onder IAS Monitor. Daar vindt u ook cijfers over de algemene ontwikkeling in de ziekte mesothelioom, zowel in Nederland als internationaal vergeleken, en in relatie tot het asbestgebruik in het verleden. Het onderwerp is nog steeds van groot belang omdat Nederland nog steeds vol asbest zit en het aantal slachtoffers, momenteel ca. 500 per jaar nog niet afneemt.
Simone Aarendonk, beleidsmedewerker IAS
Maart 2012
[ top ]
L histoire se repete. Harde asbestlessen worden nog steeds niet getrokken (Machiel van der Woude).
Ik heb het over de in 2011 gemaakte documentaire Toxic Trade van ABC tv waarin de Australische verslaggever Matt Peacock het enorme asbestgebruik in India belicht en het asbestspoor terug volgt naar de bron in Canada (1). Het is een indrukwekkend beeldverhaal dat in kort bestek de asbestproblematiek in de ‘upcoming markets’ blootlegt en het dubieus economisch handelen van een zeer ontwikkeld land aan de kaak stelt. Een verhaal over een geschiedenis die zich herhaalt, maar dan wel op een veel grotere schaal.
De documentaire start met beelden van een dichtbegroeid groen gebied, waarin een witte heuvel opdoemt als een angstaanjagende fata morgana. De witte kleur wordt veroorzaakt door het asbestafval van een in 1983 gesloten mijn. Kinderen spelen hier in een maanachtige omgeving die naar onze normen alleen in nietsdoorlatende veiligheidskleding betreden zou mogen worden. In de zomer wordt de asbeststof door de moessonwind onmiskenbaar verplaatst van de asbestberg naar het nabijgelegen dorp. De gevolgen voor de gezondheid van de inwoners en het milieu laten zich raden.
De asbestmijn is gesloten nadat werd vastgesteld dat veel arbeiders in het dorp ziek werden. Helaas geldt dit niet voor de vele asbestfabrieken die India anno 2011 telt. Werk zat! Met name de golfplaten worden op grote schaal geproduceerd voor de ‘poor man’s roof’ en zijn in de slums overal aanwezig. De vraag naar asbesthoudende producten voor de bouw neemt toe in deze snel groeiende economie. Asbest is immers slijtvast, brandwerend, waterdicht en relatief goedkoop. Precies de eigenschappen die gemaakt hebben dat asbest in de tweede helft van de vorige eeuw massief is gebruikt in de westerse wereld. De bijzonder negatieve gevolgen voor de gezondheid hebben in onze wereld inmiddels geleid tot een algemeen asbestverbod en de reusachtige opgave om asbest te verwijderen. De documentaire van ABC news laat goed zien dat deze harde les (nog) niet wordt getrokken door de beleidsmakers in India. Integendeel. De gevaren die de productie en toepassing van asbest met zich mee brengen worden gebagatelliseerd en ondergeschikt gemaakt aan het vermeende economische belang. L’histoire se repete.
Mogelijk nog erger is de bijdrage die Canada levert aan dit menselijke drama. Matt Peacock laat bij zijn bezoek aan de grootste asbestfabriek van India zien dat het voor het asbestcement benodigde chrysotiel (witte asbest) afkomstig is uit Canada. In zijn zoektocht naar de bron stuit hij op een ondergrondse asbestmijn in Quebec. Hier wordt asbest niet gedolven voor eigen gebruik. In Canada wordt juist heel wat geld gespendeerd aan het verwijderen van asbest. Maar wat als gevaarlijk wordt beschouwd voor Canada schijnt wel veilig te zijn voor de miljoenenbevolking in India. Mits de witte asbest maar zorgvuldig wordt gebruikt! Het gegeven dat in meer dan 50 landen de productie en toepassing van asbest totaal verboden is wordt zonder blikken of blozen onder het economische vloerkleed geveegd.
De documentaire Toxic Trade zou ook in andere ‘emerging countries’ gemaakt kunnen zijn, China en Brazilië voorop. Asbest houdt anno 2011 de wereld dus nog steeds en helaas in toenemende mate bezig. Het wordt nu echt tijd dat de harde lessen uit het verleden wel worden geleerd en dat de westerse landen hierbij het voortouw nemen.
Machiel van der Woude, directeur IAS
December 2011
(1) Zie IAS Nieuwsbrief 27: Documentaire over asbest in India
[ top ]
IAS bereikt driekwart mesothelioom patienten

Wie ontbreken
Patiënten die binnen drie maanden na diagnose overlijden, vrouwen, ouderen (80-plus), jongeren (onder de 50) en patiënten met buikvliesmesothelioom dienen minder vaak een aanvraag in bij het IAS (zie figuur). In omvang zijn vooral de eerste drie groepen van belang.
Mogelijke verklaringen
Waarom melden patiënten zich niet aan bij het IAS? Daarvoor kunnen verschillende redenen worden genoemd.
Mogelijk vindt de patiënt de belasting van de aanmeldingsprocedure te zwaar als men geen nabestaanden heeft die kunnen helpen en/of van de tegemoetkoming kunnen profiteren. Als asbestblootstelling in het werk de oorzaak is, dienen patiënten hun werkgever aansprakelijk te stellen om in aanmerking te kunnen komen voor bemiddeling en tegemoetkoming via het IAS. Sommige patiënten willen dat niet. Terminale patiënten, ouderen en patiënten met buikvliesmesothelioom hebben in het algemeen een slechte prognose en zullen daarom minder snel een aanvraag indienen. Bij vrouwen wordt de relatie met asbest minder snel gelegd.
Wat doet het IAS hieraan
Patiënten moeten zich zelf bij het instituut aanmelden. De longarts speelt daarbij een cruciale rol. Alle patiënten met mesothelioom komen op zijn spreekuur. Het IAS probeert actief longartsen te stimuleren zo snel mogelijk naar het instituut door te verwijzen. Daarvoor wordt intensief samengewerkt met de werkgroep Mesotheliomen van de longartsenvereniging NVALT. Op basis van de resultaten van de vergelijking met NKR zal met de longartsenvereniging nader overlegd worden of en zo ja, hoe het percentage aanmeldingen zou kunnen stijgen.
Simone Aarendonk,
September 2011
[ top ]
Voorspellen is moeilijk, vooral als het de toekomst betreft*
Asbestproductie en gebruik wereldwijd
Wat betreft dit laatste: de cijfers zijn ronduit schokkend en verdienen bijzondere aandacht van de beleidsbepalers in de internationale gremia. In de afgelopen jaren is de asbestproductie en het asbestgebruik, ondanks alle kennis over de schadelijke gevolgen voor de gezondheid en de asbestverboden in verschillende landen, niet afgenomen. De totalen zijn zelfs licht gestegen tot ruim 2 miljoen ton in 2010. Wat betreft de productie is sprake van een verschuiving van een aantal landen, zoals Canada, naar met name Rusland, welk land nu de helft van de wereldproductie voor zijn rekening neemt. Inzake het gebruik van asbest zijn China en India inmiddels de absolute koplopers. Deze en andere opkomende landen melden nog weinig asbestziekten. Deze situatie zal in de loop der jaren drastisch gaan veranderen. Een onheilspellend perspectief, dat aanleiding zou moeten zijn om nu zo snel mogelijk alle productie en gebruik van asbest in de wereld te verbieden.
Ontwikkeling mesothelioom in Nederland
Wat is het perspectief voor Nederland? Hoe ontwikkelt zich het aantal mensen met een kwaadaardig mesothelioom? In het jaarverslag wordt stil gestaan bij de laatste cijfers van het CBS en de Nederlandse Kankerregistratie (NKR). Neemt het aantal mensen met mesothelioom nu eindelijk af, zoals wij allen hopen? Dat is helaas niet het geval. Lag het aantal tussen 1999 en 2004 op 400 per jaar, sinds 2005 is er een stijging richting de 500 per jaar. Deze stijging is ook merkbaar in het aantal aanvragen bij het IAS.
Interessant is het om bovengenoemde cijfers te vergelijken met eerdere voorspellingen van het aantal sterfgevallen in deze periode. Volgens een toonaangevend onderzoek in 1997 van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) zou de sterfte aan mesothelioom in 2008 ongeveer op 600 liggen, waarna de jaarlijkse sterfte zou doorstijgen met een piek in de periode 2015-2021 van 700 gevallen (1). In 2003 heeft de EUR in een vervolgonderzoek deze schatting op grond van demografische overwegingen sterk naar beneden bijgesteld (2). Voor 2008 wordt de sterfte aan mesothelioom op 450 geschat en wordt een piek voorspeld in 2017 met 490 gevallen. De prognose in 2003 lijkt dus in vergelijking tot die van 1997 meer overeen te stemmen met de realiteit, zij het dat de voorspelde piek volgens de cijfers van de NKR nu al bereikt is. Wat zegt dit dan over de komende jaren?
Wanneer we de toekomstige sterfte aan mesothelioom in Nederland in beschouwing nemen zijn o.a. de volgende factoren van belang: de latentietijd, de ontwikkeling in het asbestgebruik en het effect van de wet- en regelgeving op de productie en toepassing van asbest.
Latentietijd
Latentietijd speelt bij mesothelioom een belangrijke rol. Met latentietijd bedoelt men de tijd tussen het moment waarop de asbestblootstelling plaatsvond en het moment waarop de diagnose mesothelioom werd gesteld bedoeld. Die tijd is, gelukkig maar, meestal heel lang. Op grond van internationaal onderzoek kan een latentietijd worden aangehouden van 45 jaar (3). Hierbij moet worden opgemerkt dat in epidemiologische studies meestal het eerste moment van blootstelling als basis van berekening wordt genomen. Niet vast te stellen is echter op welk moment de fatale blootstelling heeft plaatsgevonden, aangezien veel mensen langere tijd en/of op verschillende locaties met asbest in aanraking zijn geweest. De latentietijd geeft dus geen haarscherp beeld, en zal in werkelijkheid vaak korter zijn. Anderzijds wordt in het aangehaalde onderzoek vastgesteld dat de latentietijd onder invloed van veranderingen in gebruik (omvang) en de toepassing (soort werk en product) van asbest steeds langer wordt. Hoe intensiever de blootstelling, hoe korter de latentietijd is, en omgekeerd.
Asbestgebruik in Nederland
Over het asbestgebruik in Nederland valt veel te vertellen (4). Samengevat kan worden vastgesteld dat in ons land 770.000 ton vezels zijn verwerkt, vrijwel alles na de tweede wereldoorlog, met als zwaartepunt de zeventiger jaren (43%). Hierna loopt het percentage sterk terug. In de jaren 80 is de totale verwerking nog maar 10% van het totaal (82.000 ton) en in de jaren 90 is dit gedaald tot 2%. De scheepsbouw/reparatie is een sector waarin vooral in de jaren 60 en 70 veel asbest wordt gebruikt. Veel personeel wordt hier direct of indirect blootgesteld. Asbest wordt ook op grote schaal in de bouw toegepast, waarbij in de tachtiger jaren een verschuiving plaats vindt van nieuwbouw naar reparatie en sloop. Voorts worden bij het isoleren van leidingen en onderhoudswerk veel mensen blootgesteld. Niet onvermeld mag blijven dat veel onheil is aangericht door asbesthoudend dragermateriaal voor vinylvloerbedekking, in de periode 1968-1981 door Van Gelder Papier geproduceerd.
Wet- en regelgeving
Zoals ook uit bovengenoemde cijfers blijkt heeft de wet- en regelgeving in ons land vanaf 1970 in toenemende mate beperkend gewerkt voor de productie en toepassing van asbest. Mijlpalen hierbij waren het asbestbesluit in 1978 inzake het verbod op crocidoliet, de meest gevaarlijke asbestsoort (waarop helaas tot 1984 een groot aantal ontheffingen zijn gegeven) en het totaalverbod op asbest in 1993.
Voorspelling
Wanneer wij het beperkte feitenrelaas overzien dan is slechts een voorspelling te doen in de vorm van een heel ruwe schatting (5). Ervan uitgaande dat de latentietijd 45 jaar is en het grootste risico op blootstelling heeft plaatsgehad in het midden van de jaren zeventig, dan is een piek in de incidentie van mesothelioom te verwachten rond het jaar 2015. Het aantal gevallen zal tot dat jaar nog licht stijgen tot 550. Hopelijk zit ik er helemaal naast en hebben wij de piek al achter de rug, met 497 gevallen in 2008 (bron NKR).
Machiel van der Woude, Directeur IAS
Juni 2011
*Op.cit. Mark Twain
1.Burdorf, A., e.a., (1997). Schatting van asbestgerelateerde ziektenin de periode 1996-2030 door beroepsmatige blootstelling in de periode 1996-2030 door beroeppsmatige blootstelling in het verleden, Vuga, ‘s Gravenhage.
2. Segura, e.a., (2003). Update of predictions of mortalioty from pleural mesothelioma in the Netherlands, Occup Envr Med (60):50-55.
3. Marinaccio, A e.a. (2007). Analysis of latency time and its determinants in asbestos related malignant mesothelioma cases of the Italian register. European Journal of Cancer. Dec. 43 (18):2722-28.
4. Zie o.a. Asbest in Kaart (2006). Historisch onderzoek Asbestgebruik Methode Asbestkansenkaart, Register Historisch onderzoekbureau; de Asbestkaart van het IAS, (www.asbestkaart.nl), een elektronisch systeem voor het beoordelen van historische asbestblootstelling in bedrijfstakken en beroepen in de periode 1945-1994 en Harmsma, S. (1996), Verwerkte vezels in Nederland naar periodes in tonnen.
5. Geabstraheerd wordt o.a. van demografische gegevens, het verschil in gebruik en carcinogeniteit van verschillende asbestsoorten, alsmede het gegeven dat het ene product veel minder asbest bevat (zoals bijvoorbeeld bij asbestcement; 15% ) dan het andere product (bijvoorbeeld asbestpapier: 90%).
[ top ]
Praktische consequenties van het advies van de Gezondheidsraad om de normen voor blootstelling aan asbest te verlagen (Jan Tempelman, TNO)
In het verleden lagen de achtergrondconcentraties asbest in de buitenlucht tussen de 100 en 1.000 vezels/m3. Asbest uit remvoeringen (wegverkeer) vormde de belangrijkste bron. Nabij asbestbronnen, zoals een verkeerstunnel of een asbestverwerkende fabriek, konden de asbestconcentraties oplopen tot wel enkele tienduizenden vezels/m3. Vooral na het verbod op asbesthoudende remvoeringen (1987) zijn de concentraties asbest in de buitenlucht sterk gedaald. Tegenwoordig vormen verweerde asbestcementproducten (zoals golfplaten dakbedekking, maar ook incidenten in gebouwen die asbesthoudend materiaal bevatten de belangrijkste bronnen voor de achtergrondconcentratie in het milieu die wordt geschat op ca 20 - 40 vezels/m3. Na 1989 zijn de achtergrondconcentraties in de buitenlucht nooit meer systematisch gemeten.
Schatting van de mate waarin diverse bronnen bijdragen aan de achtergrondconcentratie van asbest in de buitenlucht.
Bron | Schatting bijdrage |
| Asbestdaken en andere asbestcement producten | ++ |
| Gebouwen en constructies met asbest | + |
| Sanering van gebouwen en constructies met asbest | + |
| Verkeer | - |
| Asbest in bodem (regio’s Goor en Harderwijk) | + |
| Asbest in bodem (rest van Nederland) | +/- |
| Stortplaatsen/milieustations | +/- |
| Puinbrekerijen | +/- |
| Overige bronnen | - |
Blootstelling door specifieke bronnen
Verweerde asbestcement daken en andere asbestcementproducten in gebouwen zijn de belangrijkste emissiebronnen. Bij asbestbranden of ondeskundige sloop kan hierbij het huidige Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR), of sporadisch het Maximaal Toelaatbare Risiconiveau (MTR), worden overschreden. De grootste kans op normoverschrijdende blootstelling bestaat echter vooral in de binnenlucht van gebouwen waarin zich niet-hechtgebonden asbesthoudend materiaal in slechte staat bevindt, of in gebouwen die ondeskundig zijn gesaneerd.
Risicogroepen
- Blootstelling aan asbestvezels op jonge leeftijd levert een relatief hoger gezondheidsrisico op. De eventuele aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in schoolgebouwen en andere gebouwen waar jonge mensen zich vaak bevinden, verdienen daarom speciale aandacht;
- werknemers in de installatiebranche lopen specifieke risico's omdat in technische zones in gebouwen van vóór 1994 vaak niet-hechtgebonden asbesthoudend materiaal aanwezig is. Dit kan bij bewerking niet alleen leiden tot blootstelling van deze werknemers, maar ook tot besmetting van de betreffende panden en blootstelling van de gebruikers/ bewoners;
- Bewoners of gebruikers van gebouwen waarin niet-hechtgebonden asbesthoudend materiaal is verwerkt kunnen passief worden blootgesteld aan asbestvezels. Dit geldt met name voor tijdens verbouwingen of incidenten in gebouwen waarin amosiethoudende (= bruine asbest) materialen zijn verwerkt;
- ook particulieren die op ondeskundige wijze handelen lopen een gezondheidsrisico.
Het meten van asbestvezelconcentraties in de lucht
- De door de GR geadviseerde nieuwe risiconiveau-concentraties voor het milieu kunnen in de praktijk met geen enkele techniek routinematig en tegen redelijke kosten worden gemeten;
- voor de werkplek geldt dat de tot nu toe gebruikelijke analysetechniek voor het analyseren van arbeidsgerelateerde concentraties (lichtmicroscopie/FCM) bij deze lage concentraties niet meer bruikbaar is. Dergelijke lage concentraties zijn wel meetbaar met scanning elektronenmicroscopie (SEM/RMA), waarmee chrysotiel- en amfiboolasbestvezels afzonderlijk worden gemeten meten waarna de over-schrijdingsfactoren t.o.v. de normwaarden worden opgeteld. Dit is vergelijkbaar met het tot nu toe gehanteerde begrip ‘vezelequivalent" waarmee het verschil in carcinogene potentie tussen chrysotiel en asbest van het amfibooltype wordt aangegeven;
- omdat de grens tussen milieu- en arbeidsgerelateerde blootstelling vaak niet goed is aan te geven wordt aanbevolen om voor zowel milieu als de werkplek één gezamenlijke set toetsingswaarden te hanteren gebaseerd op een 8-uursgemiddelde blootstelling, bijvoorbeeld voor chrysotiel 2.000 v/m3 en voor amfibool asbest 420 v/m3;
- het doel van een (meetbare!) toetsingswaarde is uiteraard om te voorkomen dat blootstelling tot boven de door de GR aanbevolen risiconiveaus kan optreden.
Gevolgen voor de asbestsector
Implementatie van het GR advies vergt aanpassing van de protocollen en normen, waaronder:
- De SC530 (asbestverwijdering) en de SC 540 (asbestinventarisatie + indeling in risicoklassen) en het SMA-rt hulpprogramma voor het vaststellen van een risicoklasse;
- NEN 2990 (eindcontrole na asbestverwijdering, nieuw concept inmiddels gereed). Aanscherping van de eindcontrole bij complexe saneringen van spuitasbest of amosiet, waarbij luchtmonsters en kleefmonsters worden geanalyseerd met behulp van SEM/RMA;
- NEN 2991 (risicobeoordeling in en rondom gebouwen of constructies waarin asbesthoudende materialen zijn verwerkt);
- de indeling van risicoklassen moet worden aangepast waarbij samenvoeging van risicoklassen overwogen kan worden;
- het gebruik van onafhankelijke ademlucht (‘lifelines') bij sanering moet kritisch worden beoordeeld, waarbij toepassing van volgelaatsmaskers met een verhoogde protectiefactor mogelijk een alternatief is;
- aanbevolen wordt om saneringen die nu in klasse 1 zijn ingedeeld weer door gecertificeerde bedrijven te laten uitvoeren m.u.v. zeer specifieke werkzaamheden, zoals het werken met hoogspanning, gas etc. ;
- overwogen moet worden om de uitzonderingsregels voor particulieren, die specifiek gedefinieerde asbestbronnen zelf mogen verwijderen, af te schaffen.
Asbest in de bodem
Bodempercelen die sterk zijn verontreinigd met asbest (zoals in Goor en Harderwijk) kunnen bij bepaalde gebruikscondities en weersomstandigheden tot verhoogde blootstelling leiden. Lichtere vormen van bodemverontreiniging zullen bij normaal gebruik niet zullen leiden tot overschrijding van de door de GR voorgestelde risicoconcentraties. Als de adviezen van de GR ongewijzigd worden overgenomen moet ook de interventiewaarde voor asbest in de bodem (100 mg asbest/kg droge stof) worden verlaagd. Dit kan leiden tot aanzienlijk meer gevallen die als ‘ernstige bodemverontreiniging' moeten worden aangemerkt en dientengevolge tot een forse verhoging van de saneringskosten. De grote veiligheidsmarge die er momenteel bestaat tussen de asbestconcentraties in de bodem en de concentratie die daaruit uiteindelijk in de lucht terecht kan komen biedt mogelijkheden tot nuancering zonder afbreuk te doen aan de door de GR aanbevolen aanscherping.
Reactie van de staatssecretaris van I&M
Recent is er een brief verschenen van de Staatssecretaris waarin hij aangeeft welke maatregelen worden voorbereid om de blootstelling aan asbest verder terug te brengen. Wat betreft de arbeidsgerelateerde blootstelling heeft ook de SER al aangeven het advies van de GR te willen volgen en daarbij het TNO/RIVM rapport te zullen hanteren voor de praktische implementatie daarvan, waarbij de diverse brancheorganisaties via het CCvD Asbest actief zullen worden betrokken.
Jan Tempelman, TNO Aarde, Milieu en Ruimte Utrecht
Bron: TNO, RIVM (2010). Praktische consequenties van het advies van de Gezondheidsraad inzake asbest 2010. TNO, 10 augustus 2010
[ top ]
Financiele compensatie voor Koreaanse milieu-asbestslachtoffers. Delegatie op bezoek bij het IAS.

Zuid-Korea en milieuschade asbest
De enorme economische groei in Azië is gepaard gegaan met een gigantisch asbestgebruik. China, India, Japan, Indonesië en ook Zuid-Korea behoren tot de top tien landen in de wereld. Onder invloed van wet- en regelgeving is het asbestgebruik in Japan, maar ook in Zuid Korea de laatste jaren sterk verminderd. Voor de slachtoffers worden, net als in verschillende Europese landen, compensatieregelingen in het leven geroepen. Eerst voor werknemers en nu ook voor slachtoffers die via het milieu zijn blootgesteld aan asbest. Net als in Japan wordt deze problematiek in Zuid-Korea serieus en met inzet van veel middelen aangepakt. Directe aanleiding voor de nieuwe “Korean Asbestos Damage Relief” wet waren onverwachte als ook grootschalige asbestvondsten in 2009. Zo werd in april van dat jaar asbest in baby-talkpoederproducten gevonden. In juni werd bekendgemaakt dat omwonenden van één van de 21(!) asbestmijnen in Zuid-Korea ziek waren geworden. In juli 2009 haalde de overheid producten als rubberballonnen en fietsen met asbest van de markt. Bij een inspectie door het Zuid-Koreaanse ministerie van Onderwijs werd in 99% van de scholen asbest gevonden, deels in beschadigde staat. Vervolgens werd vastgesteld dat in 79% van de Zuid-Koreaanse overheidsgebouwen en in 49% van de metro- en treinstations asbest is verwerkt. Reden genoeg voor de Zuid-Koreaanse overheid om snel in actie te komen en om te zien hoe andere landen, zoals Nederland, deze problemen aanpakken.
Programma studiebezoek
De delegatie bestond uit zes medewerkers van de overheid, voornamelijk van het Ministerie van Milieu, en vier experts van het Zuid-Koreaanse Milieu en Gezondheidsinstituut voor asbestgerelateerde ziekten. Het IAS had op verzoek van het Zuid-Koreaanse ministerie een programma samengesteld dat aandacht besteedde aan de medische kant en het milieu-gerelateerde beleid ten aanzien van asbest in Nederland.
Het programma omvatte verschillende presentaties. Allereerst gaf Simone Aarendonk namens het IAS een toelichting op het werk van het instituut gedurende de afgelopen 10 jaar. Dit met extra aandacht voor de voorbereiding en uitvoering van de TNS-regeling voor niet-loondienstgerelateerde mesothelioomslachtoffers.
Dr. Sjaak Burgers, longarts en voorzitter van de Mesotheliomen werkgroep van de longartsenvereniging NVALT, vertelde over de ontwikkelingen in de diagnostiek van mesothelioom en de medische voorwaarden ten behoeve van het verkrijgen van financiële compensatie via het IAS.
Jan Tempelman, asbestdeskundige van TNO, vertelde over de asbestsituatie in Nederland en de implicaties van het recent verschenen advies van de Gezondheidsraad inzake risico’s van milieu- en beroepsmatige blootstelling aan asbest. Tijdens een rondleiding lichtte hij het werk van het TNO Asbest-expertisecentrum en laboratorium toe, de onderzoeksmethoden en normontwikkeling waaraan TNO werkt.
Voorafgaand aan een bezoek aan een saneringsproject gaf Foppe Gerlsma namens het Projectbureau Saneringsregeling asbestwegen derde fase een toelichting. Het project wordt uitgevoerd binnen een ring van 12 km rondom twee voormalige asbestfabrieken in Goor en Harderwijk. Doel is dat vóór 2012 uit 500.000 m3 vervuilde bodem asbest is verwijderd. Totale kosten: 100 miljoen euro.
René Korenromp, beleidsadviseur van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu ging tenslotte uitgebreid in op het overheidsbeleid ten aanzien van de risicobeheersing van asbest in het milieu.
De Zuid-Koreaanse delegatie toonde zich zeer nieuwsgierig. Alles werd schriftelijk én op de foto vastgelegd. Er werden honderden vragen gesteld naar aanleiding van de inleidingen en het bezoek in Goor. Het feit dat in Nederland nog steeds tienduizenden schuren een dak van asbest hebben en dat daar voorlopig nog weinig tot niets aan wordt gedaan leidde tot grote verbazing. In Zuid-Korea ziet het gedoogbeleid er kennelijk anders uit.
Simone Aarendonk, december 2010
[ top ]
Asbest: een (publiciteits)gevoelig onderwerp. Om hoeveel slachtoffers gaat het nu eigenlijk?
De Gezondheidsraad schat het aantal overlijdensgevallen als gevolg van asbestblootstelling in Nederland momenteel op ca. 1400 per jaar: ca. 400 slachtoffers met mesothelioom en 1000 met asbestgerelateerde longkanker. In deze editorial wordt geïnventariseerd welke aantallen door andere bronnen worden gegeven.
Maligne mesothelioom is de medische term voor de diagnose asbestkanker. Deze diagnose wordt voornamelijk door longartsen in samenwerking met pathologen gesteld. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) registreren jaarlijks het totaal aantal gevallen van maligne mesothelioom in Nederland. Sinds 2006 ligt dit aantal volgens beide registraties tussen de 400 en 500 per jaar (4). De Gezondheidsraad baseert haar berekeningen aldus het rapport op de sterftecijfers van 2003 verkregen via beide registraties (393 volgens CBS: NKR publiceert sterftecijfers CBS) (5).
Schattingen van asbestgerelateerde longkanker
De medische diagnose asbestgerelateerde longkanker wordt in Nederland niet gesteld. Er zijn daarom geen exacte cijfers bekend van CBS of NKR over het aantal mensen dat in Nederland jaarlijks deze ziekte krijgt. De Gezondheidsraad schat dit aantal op 12% van de longkankerpopulatie. Op basis van het CBS-longkankersterftecijfer in 2003 (8862) komt dit op ca. 1063 mensen per jaar. Er zijn andere bronnen die lagere schattingen geven. In 2006 organiseerde het IAS een expertmeeting over asbest en longkanker. Otto Visser, hoofd Kankerregistratie Integraal Kankercentrum Amsterdam schatte het aantal toen op 1 longkankergeval per mesothelioom (6). Volgens deze schatting komt het aantal op basis van de CBS-sterftecijfers in 2003 op ca. 400 mensen per jaar, veel lager dan de Gezondheidsraad aangeeft. In dezelfde bijeenkomst meldde Gert van der Laan, klinisch arbeidsgeneeskundige Nederlands Centrum voor Beroepsziekten dat in diverse epidemiologische studies aangetoond is dat de extra sterfte aan longkanker door asbest tussen de één en tweemaal zo groot is als de sterfte aan mesothelioom. Het gaat dan om tussen de 400 en 800 mensen per jaar (7), nog steeds een stuk lager dan de schatting van de Gezondheidsraad. Als gekeken wordt naar internationale berichten die het IAS de laatste jaren via haar nieuwsbrief heeft gerapporteerd worden zeer uiteenlopende aantallen en percentages gegeven van het aantal mensen met asbestgerelateerde longkanker. Volgens één van de berichten wordt bijvoorbeeld in Duitsland het percentage geschat op minder dan 5% van de longkankerpopulatie. Radon wordt daar als belangrijkste oorzaak gezien, na roken. (8). Er lijkt geen overeenstemming in de wetenschap te zijn over hoe dit aantal het best berekend kan worden. Ook is men het niet eens over de causaliteit. De meeste mensen die met asbest hebben gewerkt, hebben immers ook gerookt. Wat heeft nou wat veroorzaakt en in hoeverre? Het nieuws op de IAS website laat zien dat de meningen daarover verdeeld zijn (9, zie onder voetnoot).
Staat Nederland alleen?
Asbestverwijderende bedrijven geven aan dat het advies van de Gezondheidsraad te verregaande consequenties heeft voor de regelgeving inzake asbestverwijdering in Nederland. Hoe zit dat echter in andere Europese landen? Interessant zijn vooral die landen die wel een officiële diagnose asbestgerelateerde longkanker kennen en het aantal gevallen via een registratie bijhouden. Zijn daar de asbestblootstellingsnormen ook zo streng of krijgen we na invoering van de nieuwe regels ook te maken met illegale asbestdumpingen net over de grens? Is het niet beter naar één Europese norm te streven?
Simone Aarendonk, september 2010
(1) Gezondheidsraad (2010). Asbest: Risico’s van milieu- en beroepsmatige blootstelling (nr 2010/10).
(2) Trouw, 16 januari 2010: Asbestregels moeten flink op de schop.
(3) Trouw 24 augustus 2010. Asbestslopers failliet door nieuwe regels.
(4) Instituut Asbestslachtoffers 2010. 10 Jaar Instituut Asbestslachtoffers. Aanloop en de jaren 2000-2009, pag. 47.
(5) Gezondheidsraad (2010). Asbest: Risico’s van milieu- en beroepsmatige blootstelling (nr 2010/10), pag.111.
(6) Instituut Asbestslachtoffers (2006). Verslag Expertmeeting asbest en longkanker Instituut Asbestslachtoffers, pag. 8.
(7) Instituut Asbestslachtoffers (2006). Verslag Expertmeeting asbest en longkanker Instituut Asbestslachtoffers, pag. 25.
(8) 1. IAS Nieuws Epidemiologisch 3 oktober 2005: RIVM Rapport: asbestziekten vrijwel altijd door blootstelling in het werk: De onderzoekers concluderen dat mesothelioom, asbest-gerelateerde longkanker en asbestose vrijwel uitsluitend worden veroorzaakt door hoge dan wel langdurige blootstelling aan asbest. Dergelijke blootstellingen werden (worden) vrijwel uitsluitend aangetroffen in arbeidssituaties. De sterfte bedraagt jaarlijks 778 gevallen. Bron: Agriholland Nieuws, 30 september 2005. 2. IAS Nieuws Epidemiologisch, 23 februari 2006: 2-3% van de longkankersterfgevallen in Verenigd Koninkrijk door asbest. Bron: Darnton e.a. (2005). 3. IAS Nieuws Epidemiologisch, 10 juni 2009. Asbestafwijking bij 1 op de 8 Japanse longkankerpatienten. Bron: The Yomiuri Shimbun, 1 juni 2009. 4. IAS Nieuws Epidemiologisch, 1 april 2010. Duitsland: meer longkanker door radon dan door asbest. In Duitsland overlijden jaarlijks bijna 1900 mensen aan longkanker door blootstelling aan het radioactieve gas radon. Het gaat om ca. 5% van alle longkankersterfgevallen. Radon is, na roken, de belangrijkste oorzaak van longkanker, nog belangrijker dan asbest en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Dat schrijven milieu-artsen in het Deutschen Arzteblatt. Bron: Hamburger Abendblatt, 20 maart 2010.
(9) 1. IAS Nieuws, Medisch, 12 juli 2006: Tabaksrook en asbest werken verschillend op de longen Bron: Wang, X. e.a. (2006). 2. IAS Nieuws, Medisch, 15 augustus 2006: Overzichtsartikel: extra kans op longkanker bij asbestblootstelling en roken is submultiplicatief. Bron: Wraith D. & Mengersen K. (2006). 3. IAS Nieuws, Medisch, 15 augustus 2006: Vaste methode voor berekening schade longkanker door asbest en roken is nog niet betrouwbaar. Bron: Case, B.W. (2006). 4. IAS Nieuws, Medisch, 21 februari 2007. Asbestblootstelling verhoogt risico op longkanker aanzienlijk. Bron: Indian Journal of Cancer, october-december, 43, 4, 169-173. 5. IAS Nieuws, Medisch, 21 maart 2007. Rol asbest in het milieu bij niet-rokers met longkanker onduidelijk. Bron: Wakelee H.A. e.a. (2007); Subramanian, J. & Govindan, R. (2007). 6. IAS Nieuws, Medisch, 21 maart 2007. Veel onzekerheden over verband asbest met longkanker. Bron: Gibbs, A. e.a. (2007); Sorgdrager, B. (2007). 7. IAS Nieuws, Medisch, 21 november 2007. Asbestblootstelling bij rokende longkankerpatiënt niet gezien. Bron: Verger, P. e.a. (2007). 8. IAS Nieuws, Medisch, 20 december 2007. Asbest en longkanker: een overzichtsstudie. Bron: Berry, G. & Gibbs, G.W., (2007). 9. IAS Nieuws, Medisch, 15 mei 2008. Risicomodel voor longkanker. Bron: Cassidy, A. e.a., (2008). 10. IAS Nieuws, Medisch, 29 december 2008. Risico op longkanker bij laag asbestblootstellingsniveau. Bron: Pintos, J. e.a. (2008). 11. IAS Nieuws, Medisch, 15 juni 2009. Asbest en roken: een gevaarlijke combinatie. Bron: ABC, 5 juni 2009. 12. IAS Nieuws, Medisch, 7 december 2009. Statistische asbestrisicomodellen niet betrouwbaar. Bron: Silverstein, M.A. e.a. (2009). 13. IAS Nieuws, Medisch, 30 juni 2010. Schadelijkheid type asbest. Bron: Berman, B.W. (2010).
[ top ]
IAS Monitor geactualiseerd. Neemt het aantal mesothelioomslachtoffers af?
IAS Monitor 1989-2007
Hoe gaat het met de ontwikkeling van het aantal asbestslachtoffers met de ziekte mesothelioom. Neemt het aantal toe? Waar komt de ziekte het meest voor? Hoe zit het met de leeftijdsverdeling? Via de website van het IAS kunt u op de hoogte blijven van de belangrijkste epidemiologische ontwikkelingen op het gebied van de ziekte mesothelioom sinds 1989. Het Integraal Kankercentrum Rotterdam heeft deze ontwikkelingen op basis van cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) speciaal voor het IAS op een rijtje gezet.
Mesothelioomincidentie neemt vanaf 2006 in Nederland af
Tussen 1989 en 2007 is het aantal mannen en vrouwen dat jaarlijks de ziekte mesothelioom kreeg toegenomen van 257 naar 414 voor mannen en van 46 naar 72 voor vrouwen. 2005 was een piekjaar (zie onderstaande figuur, bron: IAS Monitor). Sindsdien neemt het jaarlijks aantal nieuwe mensen met de ziekte mesothelioom iets af. Of dit toeval is of een verandering in trend weergeeft, is nog niet duidelijk. Een structurele daling zou nog niet in overeenstemming met een voorspelling uit onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam (Segura e.a., 2003). Volgens dit onderzoek zal het aantal overlijdensgevallen als gevolg van deze ziekte tot rond het jaar 2017 toe blijven nemen tot een totaal van bijna 500 per jaar. 

Verenigd Koninkrijk: aantal mesothelioomsterfgevallen blijft toenemen
Volgens statistieken van de Britse overheid is er nog steeds sprake van een continue stijging van het aantal mensen met de ziekte mesothelioom. Het gaat om een toename van 153 in 1968, 392 in 1978, 872 in 1988 tot 2156 in 2007 (1812 mannen en 344 vrouwen). Verwacht wordt dat rond 2016 een piek zal worden bereikt.
Bron: Health and Safety Executive, mei 2010
Australische mesothelioomincidentie bereikt piek in 2003
Onlangs maakte Safe Work Australia de laatste cijfers bekend over de ontwikkeling van de ziekte mesothelioom in Australie. De incidentie-cijfers over de periode 1982-2006 laten zien dat het aantal gevallen gestegen is van 156 in 1982 tot 649 in 2003. Sinds 2004 ligt het aantal nieuwe gevallen per jaar rond de 600. Ook in Australie is deze daling niet in overeenstemming met projectie-modellen. Die voorspellen dat pas vanaf 2017 een daling zal worden ingezet (Clements e.a., 2007). 
Bron: Safe Work Australia, juni 2010
Verenigd Koninkrijk, Nederland en Australie nr. 1, 2 en 3 wereldwijd in omvang mesothelioom
Onderstaande figuur geeft een impressie van het aantal sterfgevallen (per miljoen inwoners per jaar) aan mesothelioom wereldwijd. De cijfers zijn gecorrigeerd voor leeftijdsopbouw met behulp van de wereldstandaard (wereldbevolking van het jaar 2000). Aangezien de overlevingskans gering is zijn incidentie- en sterftecijfers vrijwel gelijk. De figuur laat zien dat het aantal sterfgevallen in het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Australie bijzonder hoog is. Lage aantallen worden gezien in Brazilië en Ecuador (Nishikawa K. e.a. (2008)).
[ top ]
Verslag lustrumcongres IAS 26 januari 2010
IAS-bestuursvoorzitter Rob van der Heijden opende de rij van sprekers en sprak over 10 jaar IAS. Hij stond stil bij de medische en epidemiologische gevolgen van asbest en de rol van het IAS daarbij. Ook memoreerde hij de missie van het IAS: op snelle, zorgvuldige en laagdrempelige wijze de bij hem ingediende aanvragen behandelen. Het IAS zal dit blijven doen, zolang dit noodzakelijk is. Nu kunnen alleen aanvragen in behandeling worden genomen wanneer sprake is van de ziekte mesothelioom. Niet uitgesloten is dat in de toekomst een uitbereiding plaatsvindt en dat ook aanvragen op basis van asbestose en asbest gerelateerde longkanker bij het IAS kunnen worden ingediend.
In het daarop volgende intermezzo heeft het IAS de professor-Job de Ruijter-prijs in het leven geroepen, een wisseltrofee (een bronzen beeld van Kees Verkade) die om de twee jaar wordt uitgereikt aan iemand die eraan heeft bijgedragen de problematiek van de IAS-slachtoffers een stap verder richting oplossing te brengen. Voor de eerste keer is de prijs uitgereikt aan professor Job de Ruijter, de adviseur voor oprichting van het IAS.
Jose Hilgersom (DG SZW) spreekt over het overheidsbeleid voor asbestslachtoffers. Zij noemt hulp en steun de kern van de activiteiten van het IAS, die maken dat asbestslachtoffers een juridische lijdensweg wordt bespaard. Aan de drie kenmerken zorgvuldig, snel en laagdrempelig voegt zij een nieuw kenmerk toe: wezenlijk. Het IAS doet werk dat goed is en dat er toe doet, het neemt zorg uit handen van mensen.
Het IAS heeft zich als bruggenbouwer tussen slachtoffers, werkgevers, verzekeraars en overheid bewezen.
De overheid is zich in de loop der jaren steeds meer bewust geworden van de schadelijke gevolgen van asbest. In 1993 is in Nederland het werken met alle vormen van asbest verboden, sinds 2005 geldt dat voor heel Europa.
De overheid zal alert blijven op een veilige en verantwoorde verwijdering van asbest. De Arbeidsinspectie blijft daarop toezien. Ook hoopt de overheid op een asbestvrij toekomst.
De vraag van Leo Hartveld (vakcentrale FNV) of we onszelf nu moeten feliciteren of condoleren met het 10-jarig bestaan zette gelijk de toon van zijn somber getinte toespraak. Nog steeds worden werknemers/burgers blootgesteld aan asbest (zie de berichten in Trouw ongeveer twee weken geleden). Nog steeds worden asbesthoudende producten in Nederland geïmporteerd, zo blijkt uit internationale berichtgeving.
Met de sombere constatering dat de diagnose mesothelioom onherroepelijk betekent dat het doodvonnis is getekend, pleit Hartveld voor een verhoging van de financiele tegemoetkoming. Ook vraagt hij, mede gezien de onredelijke en onmenselijke bewijslast, om uitbreiding van de werkingsfeer van het asbestconvenant tot asbestoseslachtoffers en asbestslachtoffers met longkanker. Tot slot wijst hij nog op de verjaringstermijn die hij eveneens betitelt als onredelijk en onmenselijk.
Niek-Jan van Kesteren (VNO-NCW) betoogde in zijn presentatie dat de redenen van oprichting van het IAS (verkorting juridische lijdensweg, erkenning ervaren leed en beheersbaar houden kosten van juridische procedures) nog steeds actueel zijn.
Reagerend op het voorstel van Hartveld doet hij de toezegging dat werkgevers bereid zijn mee te denken over verhoging van de tegemoetkoming.
Verder merkt hij op dat de tijd rijp is om in overleg met de raad van bestuur van het IAS te bezien hoe ook asbestoseslachtoffers in aanmerking kunnen komen voor een financiele tegemoetkoming, maar uitdrukkelijk niet actieve bemiddeling voor aansprakelijkheid.
Uitbreiding met de asbestgerelateerde longkanker slachtoffers is nog niet aan de orde. Eerst moet nog veel meer informatie over de medische causaliteit beschikbaar komen.
Als laatste spreker voor de pauze was Alexander Rinnooy Kan aan de beurt, die begon met de bekentenis dol op taartjes te zijn om zo even te kunnen vertellen dat het IAS allen in het SER-gebouw die ochtend op een tompouce had getrakteerd.
De kern van zijn inleiding was hoe zouden we op dit moment met de (arbo)kennis van nu -een populaire politieke uitdrukking tegenwoordig- de asbestproblematiek aanpakken als die zich op dit moment zou voordoen. Asbest zou nu worden aangepakt op een manier die vergelijkbaar is met de manier waarop een nieuwe technologie, d.w.z. een technologie, waarbij nauwelijks iets bekend is over de mogelijk effecten ervan, wordt aangepakt. Een technologie ook waarvan de relevantie en het potentieel van de techniek niet ter discussie staat.
Hij plaatst dat in het breder kader van ontwikkelingen op het arboterrein. Zo passeren de zorgplicht van de werkgever voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers, de RI&E, het plan van aanpak, het SER-advies Evaluatie Arbowet 1998(2005/09), de Arbowet 2007 op grond waarvan werkgevers en werknemers gezamenlijk invulling moeten geven aan de manier waarop de in deze wet geformuleerde doelvoorschriften moeten worden bereikt en arbocatalogi de revue. Om tot slot uit te komen bij het denken en toepassen van het voorzorgbeginsel en het SER-advies Veilig omgaan met nanodeeltjes op de werkplek (2009/01), waarin dat beginsel voor het eerst expliciet is terug te zien.
De werkwijze die rond nanodeeltjes is gevolgd is een werkwijze die we zouden hebben gevolgd als de asbestproblematiek zich nu zou hebben voorgedaan.
Na de break kwamen ook de medische aspecten aan bod. Zo heeft Bas de Mol (hoogleraar thoraxchirurgie AMC) verteld over het medisch onderzoeksprogramma van het IAS, waarin onder meer wordt gestreefd naar een infrastructuur van gekoppelde databanken. Ronald Damhuis (coördinator kankerregistratie IKR) nam een aantal voorspellingen over het beloop van de epidemie van mesotheliomen die in binnen- en buitenland in de loop der tijd zijn gedaan met de zaal door. Sjaak Burgers (coördinator expertgroep mesotheliomen NVALT) gaf antwoord op de vraag of asbestkanker ooit te genezen is? In ieder geval niet met de huidige geneesmiddelen, dus hard blijven zoeken naar nieuwe middelen.
Tijdens een volgend intermezzo werd aan prof. Marc van de Vijver, coordinator van het Nederlands Mesotheliomen Panel, met welk panel het IAS nauw samenwerkt, het eerste exemplaar uitgereikt van het verslag "10 jaar Instituut Asbestslachtoffers: Aanloop en de jaren 2000-2009". Het boekje werd samengesteld door Simone Aarendonk en Machiel van der Woude.
De laatste inleiding over werkgeversaansprakelijkheid voor beroepsziekten anno 2010 werd verzorgd door Ton Hartlief (hoogleraar privaatrecht UvM). Het IAS heeft het aansprakelijkheidsrecht geleerd dat protocollering van groot belang is evenals de normering van vergoeding en het stellen van scherpe normen. Daarom verdient het IAS in de geschiedenis van het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht een bijzondere vermelding.
Het panel bestaande uit Bert van Boggelen(CNV), Bob Ruers (juridisch adviseur Comité Asbestslachtoffers), Peter Tunnisen (SVB) en Richard Weurding (Verbond van Verzekeraars) boog zich onder leiding van Machiel van der Woude over de stelling: de reikwijdte van het IAS moet in de komende jaren worden uitgebreid. Evenals de zaal was ook het panel in voor een uitbreiding van de IASwerkzaamheden in ieder geval waar het asbestoseslachtoffers betreft.
Tijdens het slotwoord van Jan Gmelich Meijling openbaarde zich dan de verrassing: IAS-directeur Machiel van der Woude werd benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
De Haagse wethouder Frits Huffnagel spelde hem de bijbehorende versierselen op wegens zijn verdienste als directeur van het IAS en zijn vele en diverse activiteiten op maatschappelijk vlak (voetbal en cultuur).
29 januari 2010
Brigitte Hendrikx
[ top ]
10 jaar IAS: zorgvuldig, snel en laagdrempelig
Op 26 januari 2000 opent Staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) het Instituut Asbestslachtoffers (IAS). Dit na een intensieve voorbereidingsperiode waarin, onder leiding van de kwartiermakers Heerma en Asscher, door betrokken partijen flink wordt onderhandeld over de voorwaarden waaronder het IAS zou dienen te functioneren. Na de totstandkoming van het convenant in 1998 en de ondertekening van de oprichtingsakte in 1999 worden de organisatorische punten op de i (van instituut) gezet en start de dienstverlening richting mesothelioomslachtoffers, die zich inmiddels over een periode van 10 jaar uitstrekt.
Lustrumcongres*
Op 26 januari 2010 wordt in de Raadzaal van de SER teruggeblikt op de afgelopen 10 jaar en wordt vanzelfsprekend ook in de toekomst gekeken. Het programma van het jubileumcongres start met inleidingen van vertegenwoordigers van enkele convenantpartijen (ministerie van SZW, VNO en FNV), alsmede een inleiding van de voorzitter van de SER, de heer Rinnooy Kan die Arbo-lessen trekt uit het verleden. Na de pauze laten deskundigen op medisch, arbeidshygiënisch en juridisch gebied hun licht schijnen op de asbestsituatie in Nederland. Thema van het congres is 10 jaar IAS: zorgvuldig, snel en laagdrempelig. Het thema sluit aan bij de in 2000 geformuleerde missie van het instituut de juridische lijdensweg van asbestslachtoffers op snelle en zorgvuldige wijze aan te pakken. In de loop der tijd is hieraan ook de doelstelling laagdrempelig toegevoegd. Op het congres zal het dus vooral ook gaan over de vraag of het IAS in de afgelopen 10 jaar zijn missie in de praktijk heeft waargemaakt. Hieronder enkele bouwstenen voor de discussie.
Snelle afhandeling
Een snelle afhandeling van de aanvraag is het primaire doel. Het IAS is immers opgericht omdat de juridische procedures gemiddeld veel te lang duren en te belastend zijn voor de mesothelioomslachtoffers, die ernstig ziek zijn en meestal na de diagnose nog maar kort te leven hebben. De afwikkeling van de dossiers is in de loop van de jaren steeds sneller geworden en zit momenteel onvergelijkbaar ver onder de doorlooptijd van vergelijkbare juridische procedures. Een belangrijke push hierbij is de komst van de Voorschotregeling op 1 januari 2003. De advisering voor de TAS-regeling, die eerst het karakter heeft van een vangnetregeling vindt sinds 2003 in plaats van na afloop vooraf aan het bemiddelingsonderzoek plaats. Ontving in de beginjaren van het IAS slechts 10% van de slachtoffers bij leven een tegemoetkoming, hierna loopt dit percentage op tot 90%.
Zorgvuldige afhandeling
Zorgvuldigheid is een tweede doelstelling. Is het geboekte onderzoeksresultaat betrouwbaar? Worden niet ten onrechte schadevergoedingen betaald en tegemoetkomingen verstrekt? Teneinde dit doel te bereiken worden hoge eisen gesteld aan het medisch onderzoek en het onderzoek naar het arbeidsverleden. Hoewel de diagnose van de ziekte mesothelioom (long- en buikvlieskanker) zeker niet eenvoudig is wordt door inschakeling van topexperts van het Nederlands Mesotheliomen Panel en de longartsenwerkgroep Mesotheliomen de beoogde zorgvuldigheid gerealiseerd. De conclusies zijn onomstreden. Ondanks de inschakeling van TNO, TU Delft en Erasmus Universiteit Rotterdam en de aanwezigheid van een uitgebreide database over de asbestsituatie in Nederland ligt dat voor het onderzoek naar het arbeidsverleden ingewikkelder. De reconstructie van de arbeidssituatie 40 jaar geleden en de soms niet eenduidige jurisprudentie frustreren soms het onderzoek en leiden er bij deze dossiers toe dat partijen geen consensus bereiken over de aansprakelijkheidsvraag. Aanvullende wetgeving en normering van de aansprakelijkheid kunnen het bemiddelingsresultaat op een hoger niveau brengen.
Laagdrempelig
Tenslotte de eis van laagdrempeligheid. Allereerst door lage kosten voor het slachtoffer. Daarnaast dient het IAS goed bereikbaar te zijn voor de mesothelioomslachtoffers en ook procedures te hanteren die zo min mogelijk belastend zijn. Wat betreft de kosten is het steeds zo geweest dat de slachtoffers niets hebben behoeven te betalen voor de door het IAS verleende diensten, een groot goed. Ten aanzien van de bereikbaarheid: in de afgelopen jaren hebben de meeste slachtoffers die door mesothelioom getroffen zijn het IAS weten te vinden. In de loop der tijd is de intake steeds gebruiksvriendelijker geworden. Minder papperassen en de mogelijkheid tot huisbezoek. Het belevingsonderzoek dat bij iedere aanvrager wordt uitgevoerd laat zien dat de dienstverlening van het IAS zeer gewaardeerd wordt.
Al met al heeft het IAS op de punten snelheid, zorgvuldigheid en laagdrempeligheid in de afgelopen tien jaar een mooie score behaald in het licht van de situatie die voorafging aan het IAS. Via wetgeving en normering van de aansprakelijkheid is nog substantiële winst te behalen voor de mesothelioomslachtoffers in de komende 10 jaar.
Machiel van der Woude, directeur IAS
December 2009
* Voor meer informatie over het lustrumcongres kunt u contact opnemen met het IAS-secretariaat op tel: 0703499754 of email: secrias@ias.nl.
- 10 jaar IAS: zorgvuldig, snel en laagdrempelig Op dinsdag 26 januari 2010 bestaat het IAS 10 jaar. In de Raadzaal van de SER wordt dan teruggeblikt op deze periode en vanzelfsprekend ook naar de toekomst gekeken. Het thema van het lustrumcongres is: 10 jaar IAS: zorgvuldig, snel en laagdrempelig.
[ top ]
Ontwikkeling mesothelioom in beeld (Machiel van der Woude, directeur IAS)
Mesothelioom in beeld
De situatie in Nederland is onlangs nader in kaart gebracht door het Integraal Kankercentrum Rotterdam (IKR) in opdracht van het IAS. Op basis van de cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie zijn voor de ziekte mesothelioom enkele relevante ontwikkelingen op een rijtje gezet voor de periode 1989-2006. Deze gegevens zijn onder het kopje Monitor te vinden op de IAS-site en zullen van tijd tot tijd worden ververst. Uit de cijfers blijkt dat het aantal asbestslachtoffers flink is toegenomen. Dat geldt zowel voor mannen (van 250 tot 450) als vrouwen (van 50 tot 80). De cijfers stemmen redelijk overeen met eerdere prognoses van Burdorf e.a. (1997) en studies in Engeland en de VS (Health and Safety Executive en CDC). Verder blijkt dat de gemiddelde leeftijd waarop de diagnose mesothelioom wordt gesteld is gestegen. In zijn bijdrage aan deze nieuwsbrief trekt Gert van der Laan een vergelijkbare conclusie op basis van de beschikbare CBS-cijfers. De oorzaak hiervan is volgens hem te vinden in het feit dat sinds 1980 sprake is van een duidelijke vermindering van blootstelling aan asbest in de arbeidssituatie. Mogelijk is een verschuiving in de beroepen in deze periode (van o.a. scheepsbouw naar onderhoud, asbestverwijdering) een andere oorzaak. Wanneer het dossieronderzoek in het kader van het Medisch Onderzoeksprogramma bij het IAS is afgerond weten we meer.
De IAS-monitor omvat nog meer cijfers, waaronder de tijd die mesothelioompatiënten nog hebben nadat de diagnose gesteld is. Die tijd is helaas meestal zeer beperkt. Slechts 12 procent van de patiënten met longvlieskanker leeft langer dan 25 maanden na diagnose. Het is te hopen dat het onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen op dit gebied (zie brief minister VWS d.d. 20 juni jl.) snel tot een beter resultaat zal leiden.
Machiel van der Woude, directeur IAS. September 2009
[ top ]
Nieuw: IAS-Monitor 1989-2006
Het aantal asbestslachtoffers neemt toe
Tussen 1989 en 2006 is het aantal mannen en vrouwen dat jaarlijks de ziekte mesothelioom kreeg is toegenomen van 258 in 1989 naar 446 voor mannen in 2006 en van 46 in 1989 naar 82 voor vrouwen in 2006.
De gemiddelde leeftijd neemt toe
De gemiddelde leeftijd waarop de diagnose mesothelioom gesteld wordt is bij de mannen sinds 1989 gestegen. De vrouwen laten voor alle leeftijdsgroepen een stijging zien, hoewel deze stijging in de jongste groepen licht is.
Vooral uit de Randstad
Veel patiënten komen uit de Randstad (Zuid Holland en Noord Holland). Andere provincies waar de ziekte tussen 1989 en 2006 relatief veel voorkwam zijn: Noord-Brabant, Limburg, Gelderland, Overijssel, Utrecht en Zeeland. De figuur hieronder toont de aantallen van Zuid Holland, de provincie met het hoogste aantal mesothelioompatiënten. Zo is te zien dat in 2006 125 patiënten uit Zuid Holland kwamem, bijna 24% van het totaal aantal patiënten in dat jaar. 
Overleving
De tijd die mesothelioompatiënten nog hebben nadat de diagnose is gesteld is o.a. afhankelijk van de grootte van de tumor, de conditie van de patiënt en de reactie op behandeling. Jongere patiënten leven gemiddeld langer dan oudere patiënten na diagnose. Bij de diagnose longvlies mesothelioom is de overleving in het algemeen langer dan bij de diagnose buikvlies mesothelioom. De figuur hieronder laat zien dat ca. 26 procent van de longvlies-mesothelioompatiënten binnen drie maanden overlijdt, terwijl bijna 13 procent na diagnose nog 25 maanden of langer leeft.
Nederland op 2de plaats wereldwijd
Bij een Europese en wereldwijde vergelijking van mesothelioomsterfgevallen valt op dat Nederland op de tweede plaats staat na Groot Brittannië. Lage aantallen worden in Europa gezien in Polen en Litouwen en buiten Europa in Brazilië en Ecuador volgens een studie van Nishikawa et al. uit 2008. Een voorbehoud dat hierbij gemaakt moet worden is dat de registratie-methodes van de landen die vergeleken worden, verschillen en niet altijd even betrouwbaar zijn.

[ top ]
IAS-jaarverslag 2008: sterke toename aanvragen (Simone Aarendonk, beleidsmedewerker IAS)
Flinke stijging aanvragen
In 2008 heeft het IAS net als in 2007 flink meer aanvragen in behandeling genomen dan het jaar daarvoor (2008: 601; 2007: 503; 2006: 371). De invoering van de TNS-regeling op 1 december 2007 was de belangrijkste oorzaak van deze toename. Een deel kan echter ook verklaard worden door een algehele stijging van het aantal mensen met de ziekte mesothelioom. Sinds 2006 is er, volgens gegevens van het CBS, weer sprake van een toename in het aantal mensen dat jaarlijks aan deze ziekte overlijdt (2007:470; 2006: 463; 2005: 382), nadat dit aantal sinds 1999 stabiel was en rond de 400 per jaar lag. Na de grootschalige toepassing van blauw asbest in de oude industrie en scheepsbouw manifesteert zich in deze toename het brede gebruik van wit asbest in andere sectoren van onze economie, zoals de bouw. De vraag blijft wanneer een daling van het aantal slachtoffers zich zal inzetten. Mogelijk kan op basis van thans lopend onderzoek daar in het jaarverslag 2009 nadere duidelijkheid over worden verkregen.
Klanten zijn tevreden
Sinds 1 januari 2008 wordt een klanttevredenheidsonderzoek onder slachtoffers en nabestaanden gehouden snel na de afwikkeling van het dossier. Het is zeer belangrijk om te weten of men tevreden is over de dienstverlening. Is er voldoende aandacht besteed aan de aanvraag, hoe beoordeelde men de kwaliteit van de dienstverlening en de snelheid, etc. De antwoorden op deze vragen worden, zo ver nodig én mogelijk, vertaald in een verbeterde werkwijze. De resultaten van het onderzoek laten zien dat de dienstverlening van het IAS in 2008 door betrokken respondenten goed werd gewaardeerd. Die mening heeft ook mevrouw Busteros die voor dit verslag geïnterviewd werd: "een snelle en discrete procedure, zodat het je als slachtoffer allemaal niet teveel energie kost." Een belangrijk punt van aandacht blijft de informatievoorziening van de zijde van de longartsen over het IAS. Die schiet soms te kort, waardoor problemen kunnen ontstaan met betrekking tot de tegemoetkoming of schadevergoeding. Samen met de longartsenvereniging NVALT tracht het IAS deze situatie verder te verbeteren.
Ook de ministeries die verantwoordelijk zijn voor de TAS- en TNS-regeling zijn positief. Minister Cramer van VROM schreef aan de Tweede Kamer dat de uitvoering van de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom (TNS) goed verloopt en in een behoefte voorziet. In een interview in het jaarverslag complimenteert Minister Donner het IAS met haar voortrekkersrol, die ook in het buitenland als zodanig wordt herkend. Zijn ministerie van SZW stond aan de wieg van het IAS.
Onderzoek op medisch en juridisch terrein
In het najaar van 2008 is op initiatief van het IAS een uitgebreid medisch onderzoeksprogramma voorbereid en opgestart. Dit programma omvat de ontwikkeling van een monitor mesotheliomen op basis van cijfers uit landelijke databanken (CBS, NKR), uitgevoerd door het IKR en het breed opgezette Medisch Onderzoeksprogramma IAS (MOPI) waarin de relatie tussen asbest en kanker nader wordt onderzocht. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door het Julius Center van de Universiteit Utrecht. Prof. Moons, verbonden aan het Julius Center, schetst in het Jaarverslag de kernpunten van MOPI. Dit onder de kop "Kijken of de diagnostiek van mesothelioom scherper kan." Naast deze invalshoek besteedt het Julius Center ook aandacht aan de relatie asbest en longkanker. De verwachting is dat tijdens het jubileumcongres van het IAS de eerste resultaten van dit onderzoek worden gepresenteerd.
In 2008 werd in opdracht van het IAS ook op juridisch gebied onderzoek uitgevoerd. Een commissie bestaande uit de hoogleraren Hijma, Hartlief en Snijders verrichtte onderzoek om te komen tot richtlijnen inzake verjaring en stelplicht/bewijslast, in aanvulling op het bestaande juridische kader. Dit teneinde de bemiddeling van het IAS nog sneller en effectiever te laten verlopen. De voorzitter van de commissie, professor Hijma, licht toe dat het mogelijk is om scherpe normen te ontwikkelen voor de verjaringsproblematiek. Voor het hoofdstuk stelplicht en bewijslast is dat niet goed mogelijk. Daarvoor verschillen de feiten en omstandigheden te veel van elkaar. Helaas. Maar beter een half ei dan een lege dop. De verwachting is dat het advies van de Commissie Hijma medio juni 2009 zal worden gepubliceerd.
Simone Aarendonk
Beleidsmedewerker IAS
Mei 2009
[ top ]
Aan asbest blootgestelde gepensioneerde werknemers en zelfstandigen in Frankrijk onder toezicht (Simone Aarendonk, beleidsmedewerker IAS)
De aandacht voor inactieve asbestslachtoffers in Frankrijk
Net als in andere geïndustrialiseerde landen kent Frankrijk een groot aantal asbestslachtoffers. Wanneer deze slachtoffers ziek worden tijdens hun actieve beroepsloopbaan kunnen ze gebruik maken van de voorzieningen die het algemene verzekeringsstelsel biedt. Zodra een werknemer inactief wordt (werkloos of pensioen) kan hij geen gebruik meer maken van deze voorzieningen. Deze situatie is onbevredigend omdat de eerder opgelopen asbestziekte zich vaak pas tijdens het pensioen manifesteert. Door het ontbreken van financiële voorzieningen ontbreekt ook de aandacht voor werkgerelateerde gezondheidsproblemen van inactieven. Tegen deze achtergrond hebben het Nationale Instituut voor Medisch Onderzoek (Inserm) en het Nationale Instituut voor Toezicht op de Volksgezondheid (InVS) in 2004 een programma ontwikkeld dat moet voorzien in deze lacune.
Onderzoek naar werknemers en zelfstandige zelfstandige vaklieden
Op basis van het ontwikkelde programma werden tussen 2005 en 2007 twee pilot-studies uitgevoerd bij een cohort zelfstandige vaklieden (Espri)* en bij een cohort werknemers (Spirale).** De populatie betrof in totaal een derde van de Franse bevolking. De Espri-studie werd in september 2005 gelanceerd met een grote regionale en nationale publiciteitscampagne. 2334 vaklieden (88% mannen) uit de streken Aquitaine, Limousin en Poitou-Charentes die in 2004 met pensioen waren gegaan kregen een vragenlijst toegezonden. Vragen werden gesteld over hun arbeidsverleden en mogelijke asbestblootstellingsoorzaken. Vaklieden die op basis van hun respons als risicogroep werden beoordeeld kregen aanvullend medisch labonderzoek aangeboden. In april 2006 startte het Spirale programma vanuit 13 centra voor medisch onderzoek Ziekteverzekering (CES) verspreid over het gehele land. In een periode van 7 maanden werden 50.622 vragenlijsten gestuurd aan oud-werknemers. In een eerste analyse werden de mensen geselecteerd die mogelijk aan asbest waren blootgesteld. Zij kregen een uitnodiging naar een CES-centrum te komen voor nader onderzoek naar de mate van asbestblootstelling. Mensen bij wie matige tot zware asbestblootstelling werd geconstateerd kregen de mogelijkheid om aan een medisch toezichts- en begeleidingsprogramma deel te nemen.
Resultaten
De respons was respectievelijk 67% bij de zelfstandigen (n=1567: na 1 herinnering) en 24% bij de oud-werknemers (n=12002: zonder herinnering). Zware asbestblootstellingsniveaus werden gevonden bij mensen uit de bouw, scheepsbouw, metaalproductie en bij automonteurs. Ca. de helft van de zelfstandige vaklieden en een kwart van de oud-werknemers hebben via hun werk asbestcontact gehad, vaak langdurig. Bij een kwart van de 313 vaklieden die een ct-scan hadden laten maken werden asbestgerelateerde afwijkingen gevonden, voornamelijk pleurale plaques. Van de 3715 oud-werknemers die aangemerkt waren als mogelijk blootgesteld aan asbest en naar de CES-centra zijn gekomen, is bij 2728 personen (73,4%) daadwerkelijk vastgesteld dat zij aan asbest blootgesteld zijn geweest, en is bij 1741 personen een matig tot sterk niveau van blootstelling vastgesteld, waardoor zij in aanmerking kwamen voor deelname aan het medisch toezichts- en begeleidingsprogramma (47,1% van het aantal opgespoorde werknemers en 64,2% van alle werknemers bij wie asbestblootstelling vastgesteld was).
Conclusie
Espri en Spirale zijn unieke, omvangrijke pilotstudies die individuele medische controle en begeleiding combineren met epidemiologisch toezicht op bevolkingsniveau. Op basis van de resultaten van de pilotstudies raden Inserm en InVS aan beide programma’s structureel landelijk in te voeren. Het zou elk jaar gaan om ca. 250.000 werknemers en 17.000 vaklieden die met pensioen gaan. Een schatting die gebaseerd is op de percentages in de proefperiode van Spirale gaat er vanuit dat uitbreiding tot heel Frankrijk ongeveer 20 000 zorgvragenden in de CES-centra zou opleveren en bijna 6500 aanvragen voor reguliere individuele medische controle en begeleiding.
Hoewel de Franse situatie voor wat betreft het sociale zekerheidsstelsel en de regelingen ten behoeve van asbestslachtoffers sterk verschilt van de Nederlandse situatie lijkt bovengenoemd programma zeer interessant te zijn voor ons land. Naast de al beschikbare informatie zou een onderzoek als het onderhavige in Nederland veel additionele epidemiologische kennis kunnen genereren. Voor wat betreft het medische deel is nader onderzoek gewenst naar de positieve effecten hiervan voor betreffende populaties. Daarnaast zou ook het ethisch aspect in beschouwing genomen dienen te worden.
Simone Aarendonk - Beleidsmedewerker IAS
Januari 2009
(Met dank aan SVB voor vertaling Frans-Nederlands)
* Espri (épidemiologie et surveillance des professions indépendantes) (2007). Programme de surveillance post-professionnelle des artisans ayant été exposés à l’amiante (Espri). Rapport intermédiaire de la phase pilote Période septembre 2005 – février 2007. Juin 2007. Invs en Rsi.
** Spirale (surveillance post-professionnelle des travailleurs exposés) (2008). Rapport résumé de la phase pilote. Juillet 2008. Inserm.
[ top ]
Veel onderzoek in de komende jaren bij het IAS (Machiel van der Woude, directeur IAS)
1) onderzoek met betrekking tot de ontwikkeling en het onderhoud van een datatasysteem;
2) onderzoek in het kader van de kwaliteitsborging van procedures en protocollen, en
3) onderzoek met betrekking tot het tot stand brengen van protocollen voor andere asbestziekten (naast maligne mesothelioom).
Op basis hiervan vond in het verleden o.a. onderzoek plaats naar de historische asbestblootstelling in Nederland (asbestkaart), de uitvoeringskwaliteit van de dienstverlening van het instituut en de omvang en definiëring van asbestgerelateerde longkanker.
In de komende tijd zal een flinke onderzoeksinspanning door het IAS geleverd worden. Zo is per 1 oktober 2008 een project gestart dat verband houdt met de juridische knelpunten rond verjaring en bewijslast. Een commissie onder voorzitterschap van prof. Hijma zal trachten richtlijnen te ontwikkelen op basis waarvan de beoordeling van aanvragen sneller kan verlopen. Daarnaast zal op het epidemiologisch terrein door dr. Damhuis van het Integraal Kankercentrum Rotterdam (IKR) een monitor worden ontwikkeld waarmee de kwantitatieve ontwikkeling van maligne mesothelioom gevolgd kan worden. Ten slotte zal tot en met 2011 een omvangrijk medisch onderzoeksprogramma worden uitgevoerd dat uit de volgende vier projecten bestaat:
a) ODIS/Update en koppeling databanken
b) Evaluatie medisch protocol
c) Omvang en protocol longkanker
d) ODIS/Blootstellingonderzoek op basis van de IAS databank
Eerstgenoemd project is noodzakelijk om de drie daaropvolgende projecten uit te kunnen voeren. Doelstelling is om de digitale gegevens uit verschillende beschikbare databanken samen te brengen in een nieuwe databank, waardoor deze data met elkaar in verband gebracht kunnen worden. Het tweede project richt zich op het bestaande medisch protocol ‘diagnose maligne mesothelioom’ dat in 1998 tot stand is gebracht. Hierbij wordt o.a. onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de gehanteerde diagnostische technieken en de werkwijze van de medische panels en de interactie met de uitvoeringsorganisatie. In het derde project wordt nader ingegaan op de definiëring van asbestgerelateerde longkanker en de omvang van deze groep asbestslachtoffers in Nederland in de periode 2008-2030. Verder zal worden onderzocht welk protocol het best toepasbaar is bij de beoordeling van betreffende aanvragen. Laatstgenoemd project richt zich op de vraag of er een relatie is tussen de mate van blootstelling en de aard van de gevonden maligniteit. Verder zal onderzoek gedaan worden naar de toepasbaarheid van de asbestkaart in de longartsenpraktijk teneinde de risico’s van de ontwikkeling van mesothelioom vast te stellen.
Bovengenoemd programma, dat wordt gefinancierd door de Ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Defensie, zal in opdracht van het IAS uitgevoerd worden door het Julius Center for Health Sciences and Primary Care, een onderdeel van het Universitair Medisch Centrum van de Universiteit Utrecht. Het Julius Center (JC) zal hierbij nauw samenwerken met het AMC Amsterdam, het Nederlands Mesotheliomen Panel en de werkgroep Mesotheliomen van de Longartsenvereniging. De samenwerking is verankerd in een stuurgroep die wordt voorgezeten door prof. Bas De Mol van het AMC, tevens bestuurslid van het IAS. Mevrouw drs. Simone Aarendonk zal namens het IAS optreden als programmasecretaris. Het onderzoeksteam van het JC zal bestaan uit de onderzoekers drs. Sjoukje van der Bij, dr. Erik Koffijberg en prof. Carl Moons.
Het programma is zo ingericht dat gedurende de periode 2008-2011 op verschillende momenten de onderzoeksresultaten openbaar worden gemaakt Zo zal er naar worden gestreefd om tijdens het aanstaande jubileumcongres van het IAS op 26 januari 2010 de resultaten van het project asbestgerelateerde longkanker te presenteren. Iets om naar uit te zien
Machiel van der Woude
Directeur IAS
Oktober 2008
[ top ]
In memoriam Ben Asscher (Machiel van der Woude, directeur van het IAS)
Op 2 juni jl. overleed mr. B.J. Asscher. Ben Asscher was jarenlang het gezicht van de rechtbank Amsterdam en genoot als rechtbankpresident grote landelijke bekendheid. Ook na zijn pensioen in 1993 was hij zeer actief en vervulde nog tal van functies, waaronder voorzitterschappen bij het Nederlands Arbitrage Instituut en de Restitutiecommissie, welke commissie zich bezighield met de teruggave van cultuurgoederen aan de oorspronkelijke eigenaar of diens erfgenamen. Mr. Asscher vervulde in deze periode ook de functie van kwartiermaker van het op te richten Instituut Asbestslachtoffers (IAS). In een relatief kort tijdbestek heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van een werkbaar alternatief voor de groep dodelijk zieke asbestslachtoffers die ook nog geconfronteerd werd met langdurige, complexe juridische procedures. Hieronder volgen enkele observaties van mij uit die periode.Mr. Asscher werd eind 1998 door staatssecretaris Hoogervorst van SZW benoemd als kwartiermaker. Dit als opvolger van drs. Heerma die zijn werkzaamheden moest staken vanwege gezondheidsredenen. Beide heren kenden elkaar goed uit het Amsterdamse, waar Enneüs Heerma tijdens de zittingsperiode van Ben Asscher wethouder economische zaken was. In hotel Jan Tabak was ik als projectsecretaris begin 1998 aanwezig bij hun ontmoeting, die bijzonder hartelijk was en veel langer duurde dan gepland door de gemeenschappelijke herinneringen. Ben Asscher was toen al gestart met zijn werkzaamheden en zat daarbij de zogeheten Kerngroep voor, bestaande uit vertegenwoordigers van werknemers- en werkgeversorganisaties, het Comité Asbestslachtoffers en de overheid. Hij was een onafhankelijk voorzitter die bij iedereen (zeker ook bij genoemde staatssecretaris) door zijn kennis van zaken en houding al snel veel gezag afdwong, maar ook, door zijn betrokkenheid en humor laagdrempelig was. Deze eigenschappen kwamen zeer goed pas, want de belangen tussen de verschillende partijen liepen nogal uiteen. Daar deed Asscher overigens niet moeilijk over: de divergerende belangen waren een ‘fact of life’ en uitgangspunt voor de oplossing van de problematiek. De uitgebreide discussie over de hoogte van het smartengeld en de inhoud van de verschillende protocollen op medisch en arbeidshistorisch gebied was in zijn ogen een noodzakelijke voorwaarde om te komen tot duurzame afspraken. Juist ook door zijn gevoel voor verhoudingen en overredingskracht lukte het om in november 1998 een Convenant tot stand te brengen dat werd ondertekend door 9 maatschappijke organistaies. Daarbij voelde hij zich, en ik citeer uit een interview met hem,
“soms meer een bemiddelaar dan een kwartiermaker”. Jammer vond hij het wel dat geen overeenkomst kon worden bereikt over de exacte definitie van een ‘relevant arbeidsverleden’, een situatie die nu 10 jaar later nog steeds de snelheid van het onderzoek frustreert. Neemt niet weg dat het Convenant Instituut Asbestslachtoffers ‘door vriend en vijand’ geroemd werd en dat in afgelopen jaren veel (ex-)werknemers met maligne mesothelioom (longvlies- of buikvlieskanker) een schadevergoeding of tegemoetkoming hebben ontvangen. Om dit onderhandelingsresultaat te bereiken heeft Asscher van de werkgevers naar zijn mening behoorlijke offers gevraagd: “Als je het totale juridische traject wilt versnellen ontkom je er niet aan de werkgevers te vragen bepaalde waarborgen prijs te geven. Een lange procedure dient er immers ook voor om de zaak tot de bodem uit te zoeken.” Maar ook de werknemers en nabestaanden hebben volgens Asscher hier en daar iets moeten toegeven. “Veel meer kon niet, want ze hebben niks anders dan hun eigen leven.” Op de vraag waarom hij de oprichting van het IAS zelf van belang achtte antwoordde Asscher als volgt: “Mijn juridische insteek is dat als de samenleving problemen zelf kan oplossen met eigen instituties en door eigen werkzaamheid, dan moet je de rechtelijke macht niet inschakelen. Voordat je naar de rechter stapt, moet je dus nagaan of er geen andere manier is om het conflict op te lossen. Ik zie in het IAS een schitterende vorm van alternatieve geschillenbeslechting, waardoor de rechtelijke macht kan worden gereserveerd voor ‘echte’ zaken.” Hij hoopte en zag dat steeds meer zaken via de buitengerechtelijke weg in Nederland konden worden opgelost en heeft hier zelf een zeer stimulerende rol bij gespeeld.
Ben Asscher was een scherpe jurist met een ‘open mind’, die het IAS veel goeds heeft gebracht. Ben was ook een zeer inspirerende en hartelijke man met wie ik met veel genoegen heb samengewerkt.
Machiel van der Woude
Directeur IAS
30 juni 2008
[ top ]
Asbestziekten, een Internationaal probleem (Nico van Zandwijk)
Australie, is wereldwijd gezien een land met een zeer hoge incidentie van asbest gerelateerde ziekten en New South Wales spant de kroon met het hoogste aantal personen, die ziek zijn door blootstelling aan asbest.
Het uitgebreide gebruik van asbest bij industriële processen, in de bouw en bij raffinage in de laatste eeuw heeft met name in New South Wales een indrukwekkende erfenis opgeleverd van moeilijk te bestrijden ziekten waaronder het maligne mesothelioom. Het is bekend dat asbest zeer moeizaam uit het milieu te verwijderen is. Daar waar sloopwerkzaamheden plaatsvinden wordt vaak een verhoogde asbestconcentratie in de lucht gemeten en daarom zal het aantal gerapporteerde mesothelioom patienten in de komende jaren waarschijnlijk nog niet belangrijk gaan dalen.
De regering van New South Wales, bij monde van haar president de Hon. Morris Iemma kondigde in 2006 aan dat er meer aandacht moest komen voor preventie en de behandeling van asbestgerelateerde ziekten. Dit heeft zich vertaald in een subsidie, die het mogelijk heeft gemaakt een modern research instituut op te zetten onder auspiciën van de Universiteit van Sydney en in nauwe samenwerking met het nabij gelegen Universitaire Concord Hospital. Dit Research Instituut, dat gericht zal zijn op translationeel onderzoek zal aan het eind van dit jaar operationeel zijn en ondergetekende is sinds een paar weken actief als “Inaugural Director” van dit nieuwe onderzoekscentrum.
Het instituut kreeg in november vorig jaar een extra naam: het Bernie Banton Centre. Dat was twee dagen na het tragisch overlijden van de voorman van de werknemers, blootgesteld aan asbest, Bernie Banton. Bernie, die overleed ten gevolge van een mesothelioom en al eerder was getroffen door asbestose, kaartte het asbestprobleem op nationale schaal aan en het was niet onverwacht dat hij een staatsbegrafenis kreeg. Ik had het voorrecht hem in het kader van de voorbereiding van het Instituut een aantal malen te mogen ontmoeten.
Het is inderdaad een uitdaging om juist in New South Wales, waar men zo vastberaden is het enorme asbestprobleem structureel aan te pakken, mee te mogen helpen een weg te zoeken naar een betere toekomst . Een van de hulpmiddelen hierbij is het belangrijke werk dat al jaren verricht wordt door de Dust Diseases Board (DDB). Deze overheidsinstelling houdt zich sinds 1927 bezig met registratie en compensatie van weknemers, ziek geworden door blootstelling aan bijvoorbeeld asbest. De DDB laat in dit kader een mobiel laboratorium de zogenaamde Lung Bus rondrijden, waarbij werknemers die mogelijk zijn blootgesteld worden gescreend. Dit initiatief levert belangrijke gegevens en kan gezien worden als een verlengstuk van het nieuwe instituut.
Het is verheugend om te merken hoe vanuit Australie internationale samenwerking wordt toegejuicht. De speciale relatie tussen Australie en Nederland maakt samenwerking nog iets gemakkelijker en ik verwacht dat het, ook waar het een moeilijk onderwerp als asbestziekten betreft, tot een levendige Australisch-Nederlandse samenwerking zal komen.
Nico van Zandwijk , Directeur ADRI & Hoogleraar Universiteit Sydney.
30 maart 2008
[ top ]
De totstandkoming van een nieuwe tegemoetkomingsregeling ( Ilse Maas, senior beleidsmedewerker bij het ministerie van VROM)
Ilse Maas, senior beleidsmedewerker bij het Ministerie van VROM, was in 2007 projectleider voor de zogenoemde TNS-regeling, de nieuwe regeling voor een financiële tegemoetkoming aan mesothelioomslachtoffers zonder loondienstverband. Zij schrijft over de totstandkoming.
Op 10 november 2006 besloot het kabinet ook mensen die mesothelioom hebben gekregen door asbestblootstelling in bijvoorbeeld het milieu een financiële tegemoetkoming te willen geven. Een gewenste beslissing, waaraan een drietal uitgangspunten ten grondslag lag. En die in een jaar tijd, via de nodige procedures en het uitwerken van criteria, tot uitvoering is gebracht.
Drie belangrijke uitgangspunten bij de beslissing
Met het oog op zowel het belang van de slachtoffers als een verantwoorde besteding van overheidsgelden, was een efficiënte uitvoering een eerste uitgangspunt. Dat betekende dat zo veel mogelijk moest worden aangesloten bij de al bestaande TAS-regeling (voor slachtoffers bij wie de ziekte is terug te voeren op asbestblootstelling in een loondienstverband). Er is gekozen voor dezelfde uitvoerders: de Sociale Verzekeringsbank (SVB) als beslisser en het Instituut Asbestslachtoffers (IAS) als ingang voor de slachtoffers. Verder sluit onder andere de hoogte van het bedrag aan bij de TAS.
Een tweede uitgangspunt was dat de overheid met deze regeling niet de verantwoordelijkheid naar zich toetrekt die bij een ander hoort. De tegemoetkoming is geen vervanging voor een schadevergoeding door een aansprakelijke partij. Elke aanvrager verleent de SVB een volmacht om het verstrekte bedrag waar mogelijk te verhalen.
Tot slot was het niet de bedoeling de deur open te zetten voor overheidsvoorzieningen voor andere gevallen van schade via het milieu. De kabinetsbeslissing is beperkt tot het bijzondere geval van mesothelioom: een ziekte die 1-op-1 aan asbest is gerelateerd en die een snel verloop kent, waardoor slachtoffers de uitkomst van een civiele rechtszaak vaak niet meer meemaken.
Drie belangrijke elementen bij de totstandkoming:
procedures, criteria en uitvoering
In de eerste plaats moesten procedures worden doorlopen. Een (nieuwe) bevoegdheid van een minister heeft een wettelijke basis nodig; die moest hier voor de minister van VROM nog worden gecreëerd. Gelukkig maakte het nieuwe kabinet de gewenste constructie van uitvoering door de SVB in opdracht van VROM mogelijk; de regeling kon daarna in een stroomversnelling worden gebracht. De vervolgstappen, waaronder een uitvoeringstoets door de SVB, zijn met extra spoed genomen.
Een tweede element was het opstellen van criteria voor wie in aanmerking komt. Deze komen neer op 1) dat nog niet via een andere weg een tegemoetkoming voor het leed mag zijn ontvangen en 2) dat het slachtoffer een band met Nederland moet hebben. Het eerste betekent: geen recht op de TAS, geen schadevergoeding door een aansprakelijke partij, geen bedrag op grond van een (overheids)voorziening in het buitenland. Het tweede criterium zou idealiter de slachtoffers onderscheiden die ziek zijn geworden door asbestblootstelling in Nederland. Aangezien dat nooit exact is vast te stellen, is gekozen voor voorwaarden waaronder het aannemelijk is dat de blootstelling (in elk geval ook) in Nederland heeft plaatsgevonden. Wanneer een slachtoffer minimaal tien jaar aaneengesloten in Nederland heeft gewoond, wordt dat voldoende geacht om de maatschappelijke verantwoordelijkheid te willen nemen.
Gezien de tijd die was gemoeid met het uitwerken van de regeling, is gekozen voor een overgangsperiode vanaf het moment van het principebesluit van het kabinet. Voor slachtoffers die sinds die datum al zijn overleden kunnen hun nabestaanden een aanvraag indienen. Mogelijk hebben er nabestaanden op een uitgebreidere “terugwerkende kracht” gehoopt. Dat is altijd een lastig punt: wanneer je besluit iets voor de toekomst te verbeteren, in hoeverre ga je dat dan voor het verleden rechtbreien? Aangezien de tegemoetkoming in beginsel is bedoeld voor het slachtoffer zelf, is de huidige keuze gemaakt.
De Asbestslachtoffers Vereniging Nederland en het Comité Asbestslachtoffers zijn geconsulteerd en waren te spreken over de uitwerking van de regeling.
Last but not least: een goede regeling valt of staat bij een goede uitvoering. Daarom zijn de SVB en het IAS vanaf het eerste begin betrokken. Met hun ervaring bij de uitvoering van de TAS-regeling hebben zij in korte tijd alle werkprocessen in orde gemaakt. Met het commitment van hun bestuurders is daar de afgelopen maanden extra prioriteit aan gegeven, waardoor het met ingang van deze maand zover is. Álle mensen met mesothelioom kunnen bij het IAS terecht voor het aanvragen van een tegemoetkoming op grond van een van de twee overheidsregelingen. Hoewel de slachtoffers hun gezondheid hiermee niet terugkrijgen, geeft dit naar verwachting een welkome blijk van maatschappelijke betrokkenheid bij hun leed.
Ilse Maas, december 2007
[ top ]
Asbestgerelateerde ziektes in Duitsland (Gert van der Laan, klinisch arbeidsgeneeskundige Nederlands Centrum voor Beroepsziekten / Coronel Instituut, AMC, Amsterdam)
Duitsland kent een lange traditie van regelingen van compensatie van asbestgerelateerde ziektes. In 1943 kwam longkanker door asbest in Duitsland al op de lijst van beroepsziekten te staan. Observaties van gevallen van de toen nog zeldzame longkanker in de asbesttextielindustrie bij relatief jeugdige patiënten met asbestose (als beroepsziekte reeds erkend in 1936) lagen hieraan te grondslag, ondersteund door dierexperimenteel onderzoek (Nordmann 1942). Deze regelgeving midden in de Tweede Wereldoorlog past in de Nationaal Socialistische reinheidscultuur waarin ook antirook campagnes werd gevoerd. Mesothelioom kwam in 1977 op de Duitse lijst van beroepsziekten te staan; larynxcarcinoom in 1997.
Compensatie van Berufskrankheiten
Asbestgerelateerde ziektes vallen onder het regiem van de ‘Berufskrankheitverordnungen’, een verplichte verzekering tegen beroepsziekten en bedrijfsongevallen. Hierbij wordt de premie geheel door de werkgever betaald. De directe werkgeversaansprakelijkheid is bij deze regeling uitgesloten, behalve in gevallen waarbij sprake is van grove schuld of nalatigheid. Hierdoor is onderzoek naar oorzaken van beroepsziekten in Duitsland een minder beladen onderwerp dan in Nederland waar altijd de dreiging van een forse claim rond de zaak zweeft en onderzoek wordt gefrustreerd. De uitvoering van de regelingen berust bij de Berufsgenossenschaften, vergelijkbaar met de vroegere Nederlandse bedrijfsverenigingen. Loonderving, ziektekosten en directe kosten worden in geval van beroepsziekten vergoed; in de vergoeding zit geen smartengeld-component. Voor asbestgerelateerde ziektes wordt hetzelfde compensatie systeem gehanteerd als voor andere beroepsziekten.
Individuele gevalsbeoordeling
Bij de beoordeling van gevallen van beroepsziekten (‘Begutachtung’) wordt gebruik gemaakt van criteriadocumenten die voor iedere beroepsziekte zijn opgesteld (zie http://arbmed.med.uni-rostock.de/bkvo/bekvo.htm#Liste). Hierbij worden verschillende stappen doorgelopen met een medische beoordeling en een arbeidshygiënisch-technische recherche. Bij de medische beoordeling gaat het om het vaststellen van een heldere diagnose. Bij mesothelioom bijvoorbeeld wordt het Duitse mesothelioom panel ingeschakeld (Diagnosesicherung). Parallel aan de medische beoordeling vindt een arbeidshygiënisch onderzoek plaats. In dit kader wordt precies het arbeidsverleden in kaart gebracht en een schatting gemaakt van het aantal asbestvezeljaren. Hierbij kan worden teruggevallen op de grote historische database met blootstellingmetingen in allerlei bedrijven. De resultaten van de beoordeling worden vastgelegd in een rapport (‘Begründung’), waarna door een commissie vanuit de Berufsgenossenschaft een beslissing over de erkenning wordt genomen.
Longkanker door asbest en roken?
Het proportionele risicomodel wordt in Duitsland niet gehanteerd. Hier wordt gebruik gemaakt van een simpeler internationaal protocol, de zogenaamde Helsinki Criteria (Henderson et al 1997) die veel eenvoudiger te hanteren zijn. Indien sprake is van een verdubbeling van het risico op longkanker (na 20 zogenaamde vezeljaren asbestblootstelling), ongeacht de rookgewoontes, wordt van een beroepsziekte gesproken. Het leerstuk van de proportionele aansprakelijkheid wordt in Duitsland als ‘Kausalitätsakrobatiek’ bestempeld vanwege de onzekerheden die bestaan bij het retrospectief schatten van vezeljaren en rookgewoontes, zeker in het kader van een aansprakelijkheidsprocedure.
Onderzoek naar vroege opsporing van longkanker bij asbestwerkers
De Berufsgenossenschaften zijn méér dan een uitkeringsinstantie. Er worden inspecties uitgevoerd en metingen gedaan in bedrijven of bedrijfstakken met een verhoogd risico op beroepsziekten. Ook wordt onderzoek gedaan naar preventiemogelijkheden. Op het terrein van asbestgerelateerde ziektes wordt momenteel een studie uitgevoerd naar de effectiviteit van screening op longkanker bij een hoog-risico groep. Er wordt gebruik gemaakt van waarbij 5000 ex-asbestwerkers jaarlijks door middel van een spirale CT-scan gescreend worden (Hagemeyer et al 2006).
Het bijzondere van de Duitse systeem rond beroepsziekten is dat onderzoek, compensatie en preventie centraal aangestuurd worden: ‘Alles aus einer Hand’.
Meer over asbestgerelateerde ziektes in Duitsland:
http://www.aplusa-online.de/cipp/md_aplusa/custom/pub/content,lang,1/oid,5636/ticket,g_u_e_s_t/~/Thema_des_Monats_Asbest.html
Literatuur:
Nordmann M, Sorge A. Lungenkrebs durch Asbestaub im Tierversuch. Z Krebsforsch 1941; 51: 168–182.
Henderson DW, Rantanen J et al. Asbestos, asbestosis, and cancer: the Helsinki criteria for diagnosis and attrbution. Consensus report. Scand J Work Environ Health 1997; 23:311-6
Hagemeyer O, Otten H, Kraus T. Asbestos consumption, asbestos exposure and asbestos-related occupational diseases in Germany. Int Arch Occup Environ Health 2006
[ top ]
Is er sprake van onderaanmelding door vrouwen?
Een mogelijke verklaring: de relatie met het beroep wordt niet gelegd
De asbestziekte mesothelioom komt vooral voor bij mensen die intensief aan asbest zijn blootgesteld in hun werk. Dat gebeurde in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw in typische mannenberoepen als loodgieter, elektricien, verwarmingsmonteur, sloper, timmerman, pijpfitter e.d. Er is echter geen drempelwaarde bekend voor mesothelioom. Het kan dus ook voorkomen bij mensen die niet direct met asbest hebben gewerkt, maar bijvoorbeeld wel langdurig in een omgeving zijn geweest waar asbest was of waar veel met asbest werd gewerkt. Een bekende, benoemde groep is de huisgenoten, meestal partners of kinderen van (ex-)asbestwerkers. Deze groep komt sinds 2003 in aanmerking voor een uitkering via de regeling TAS. Ook in de beroepssfeer kan echter sprake zijn geweest van indirecte blootstelling aan asbest. Te denken valt bijvoorbeeld aan mensen die administratief werk deden in de omgeving van werkplaatsen waar met asbest werd gewerkt. Mogelijk is hier sprake van vrouwen, die door hun werksituatie getroffen zijn door maligne mesothelioom. De directe link met asbest zal door de slachtoffers en andere betrokkenen (waaronder de longarts) meestal niet worden gelegd, waardoor aanmelding bij het IAS niet voor de hand ligt. Een internationale vergelijking biedt op het eerste gezicht geen inzicht in de omvang van deze groep. In Frankrijk wordt 41,9% van de gevallen van mesothelioom bij vrouwen geweten aan beroepsmatige blootstelling, in het Verenigd Koninkrijk 6%. De reden voor het grote verschil tussen deze twee landen is onduidelijk (2). De vraag is dus of , en zo ja, hoe vaak in Nederland bij vrouwen met mesothelioom de relatie met beroepsmatige blootstelling aan asbest wordt gemist.
Hoe betrouwbaar zijn de cijfers die de twee landelijke kankerregistraties (NKR en CBS) registreren? De diagnose mesothelioom is namelijk zeer moeilijk te stellen en heeft overlap met andere aandoeningen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de mensen met peritoneum mesothelioom (buikvlieskanker). Bij ongeveer 5% van de mensen met mesothelioom is de kanker gelocaliseerd in het buikvlies (peritoneum mesothelioom). Bij deze groep is het aandeel vrouwen hoger dan bij de groep mensen met longvlieskanker (pleuraal mesothelioom). Peritoneum mesothelioom is voor artsen een lastige diagnose omdat moeilijk te bepalen is of er sprake is van een tumor met oorsprong in het buikvlies of van uitzaaiingen van andere vormen van kanker, vooral eierstok- of baarmoederhalskanker. Misdiagnose zou dus een mogelijke verklaring kunnen zijn waarom deze diagnose zo weinig wordt gesteld (3). Zit hier wellicht een verborgen groep vrouwelijke asbestslachtoffers die niet geregistreerd wordt?
Het IAS zou graag een antwoord op deze vragen krijgen. Indien u hieraan een bijdrage wil leveren kunt u contact op nemen met ondergetekende. Simone Aarendonk, juni 2007 Beleidsmedewerker Instituut Asbestslachtoffers Tel: 0703499581 Email: s.aarendonk@ser.nl
[ top ]
Erkenning voor alle Belgische asbestslachtoffers met mesothelioom of asbestose (Simone Aarendonk, beleidsmedewerker van het IAS)
Geschiedenis asbestgebruik in België
Volgens ABEVA dateert het asbestgebruik in België in asbestgaren en -weefsels al uit het begin van de vorige eeuw. Het industriële gebruik van producten op basis van asbest (papier, karton, textiel, dichtingen, koorden, tressen, etc.) voor warmte-isolatie en andere isolatie dateert zelfs van nog vroeger. Voor de oorlog werd asbest in scholen en theaterzalen aangebracht als brandvertragend materiaal, concertzalen als geluiddemper, in zwembaden en douchezalen om vocht op te nemen. De productie van asbestcement dateert uit 1924 toen de Eternit fabriek in Kapelle op den Bos openging. Dit cement werd in de bouw verwerkt, onder andere in golfplaten. In de jaren 70 en 80 werd het land overspoeld door asbestproducten. De asbestproductie is in België tot 1995 doorgegaan. In 1998, vijf jaar later dan in Nederland, werd een totaal verbod op het gebruik van asbest ingevoerd.
De slachtoffers
Belgïe kent momenteel geen landelijke registratie van het aantal gevallen van maligne mesothelioom (longvlies- of buikvlieskanker), een vorm van kanker die door asbestblootstelling wordt veroorzaakt. Wel is bekend hoeveel mensen jaarlijks een uitkering toegekend krijgen wegens mesothelioom als beroepsziekte. Dat waren er 105 in 2005. Het totaal aantal landelijke gevallen wordt door epidemioloog Benoit geschat op 200 per jaar. Hij schat dat dit jaarlijkse aantal tot 2015-2020 toe zal nemen. De beroepsgebonden slachtoffers zijn, net als in Nederland, zowel afkomstig uit de primaire asbestindustrie (productie van asbestmaterialen zoals asbestcement, asbesttextiel, remvoeringen enz.) als uit de secundaire asbestindustrie (o.a. bouw en asbestisolatie). Ook werden veel mensen in de scheepsbouw en op scheepswerven aan asbest blootgesteld. Recent onderzoek van de Vlaamse Kankerregistratie wees uit dat mesothelioom in de omgeving van de Eternit fabriek in Kapelle op den Bos elf keer vaker voorkomt dan gemiddeld in Vlaanderen.
Het Asbestfonds
Tot nu toe kende België alleen een vergoedingsregeling voor asbestslachtoffers die door hun beroep een asbestziekte hadden gekregen. Soms waren lange procedures nodig om de relatie met het beroep aan te kunnen tonen. Het Asbestfonds heft die beperking op. Voortaan komen alle asbestslachtoffers voor een vergoeding in aanmerking, ongeacht waar en hoe ze met de asbest in aanraking kwamen. Wel blijven de medische diagnoses mesothelioom of asbestose vereist. De vergoedingen zijn in overeenstemming met de bedragen die het Fonds voor Beroepsziekten uitkeert aan beroepsgebonden asbestslachtoffers. Slachtoffers met mesothelioom krijgen vanaf 1 april 2007 een maandelijkse uitkering van minimaal 1500 euro per maand. Bij overlijden ontvangt de achterblijvende partner een eenmalig bedrag van 30.000 euro, voor elk kind dat nog onderhouden wordt is 25.000 euro gereserveerd en voor een eventuele ex-partner met recht op alimentatie 15.000 euro. De vergoedingen voor asbestose zijn gerelateerd aan de mate van arbeidsongeschiktheid. Vooralsnog geldt de regeling alleen voor asbestslachtoffers met mesothelioom of asbestose en niet voor bijvoorbeeld longkanker. Dit omdat in de huidige situatie alleen bij deze ziekten sprake is van een onomstreden bewezen relatie met asbestblootstelling. Bij andere ziekten is die causale relatie nog niet duidelijk. Mocht dit veranderen, dan wordt de regeling opengesteld voor de betreffende groep.
Het Asbestfonds wordt door de overheid en alle werkgevers ‘fifty-fifty’ gefinancierd. Komend jaar betekent dat voor elk een bijdrage van 10 miljoen euro, gebaseerd op een schatting van 300 slachtoffers per jaar. Ook zelfstandigen dragen bij. De uitvoering wordt in handen gegeven van het Fonds voor Beroepsziekten, dat nu al verantwoordelijk is voor de vergoedingen aan beroepsgebonden slachtoffers.
Alle betrokkenen zijn volgens Sofie Geeroms, adviseur van de Belgische premier, tevreden met de regeling. De slachtoffers omdat zij met de nieuwe regeling allemaal snel erkenning krijgen in de vorm van een financiële vergoeding, de werkgevers omdat het Asbestfonds hen economische zekerheid biedt. Zij hoeven geen rekening meer te houden met langdurige juridische procedures.
Verschillen met Nederland
De nieuwe Belgische situatie verschilt op een aantal onderdelen met de huidige situatie in Nederland. Hier de belangrijkste verschillen op een rijtje.
- Nabestaanden kunnen bij het IAS in Nederland alleen een aanvraag indienen voor vergoeding van materiële schade, in België zowel voor materiële schade als voor smartegeld.
- Niet beroepsgebonden asbestslachtoffers kunnen in Nederland op dit moment nog geen aanvraag indienen voor een vergoeding. Op korte termijn zal dit echter veranderen. Het Nederlandse kabinet heeft eind 2006 toegestemd in een vergoedingsregeling voor deze slachtoffers.
- Slachtoffers met asbestose en asbestgerelateerde longkanker komen in Nederland nog niet in aanmerking voor een vaste vergoeding via het IAS. Het Belgische Asbestfonds biedt wel een vergoeding aan slachtoffers met asbestose; slachtoffers met asbestgerelateerde longkanker komen in België alleen in aanmerking voor een uitkering wegens beroepsziekte.
- In België kunnen werkgevers juridisch niet meer aansprakelijk gehouden worden voor de asbestblootstelling indien het slachtoffer recht heeft op een vergoeding via het Asbestfonds. In Nederland kan het slachtoffer nog kiezen voor een aanvraag via het IAS of zelf de werkgever via een juridische procedure aansprakelijk stellen.
Simone Aarendonk, april 2007
Beleidsmedewerker Instituut Asbestslachtoffers
[ top ]
Erkenning voor alle Japanse asbestslachtoffers met mesothelioom of longkanker (Simone Aarendonk, beleidsmedewerker van het IAS)
Geschiedenis asbestgebruik in Japan
Al in 1886 werd in Japan de eerste asbestfabriek geopend. Gedurende de Tweede Wereldoorlog opende Japan 50 eigen asbestmijnen, omdat er geen asbest ingevoerd kon worden. Deze waren tot 1972 in werking. Na de oorlog nam het gebruik van asbest tot midden jaren 70 sterk toe. In het topjaar 1974 importeerde Japan meer dan 350.000 ton asbest en waren er meer dan 300 asbestproductfabrieken. Drie kwart van de asbest werd gebruikt in de asbestcementproductie voor de bouw, 10% in frictiematerialen en 5% in asbesttextiel. In 1971 werden in Japan de eerste beschermende maatregelen tegen asbest genomen, maar pas in 1995 werden productie en gebruik van het meest gevaarlijke bruine en blauwe asbest verboden (Nederland: 1978). In oktober 2004 werd een verbod op wit asbest van kracht (Nederland: 1993). Gebruik van asbest is nog steeds toegestaan in producten waarvoor geen alternatieven beschikbaar zijn. Naar verwachting zal met ingang van 2008 een totaal verbod van kracht worden.
De slachtoffers
Volgens gegevens van het ministerie van Gezondheid, Werk en Welvaart overleden in 2004 in Japan 953 mensen aan mesothelioom en bijna 60.000 mensen aan longkanker. Dit komt neer op ongeveer 8 mesothelioom- en 480 longkankersterfgevallen per miljoen inwoners. In Nederland is vooral het aandeel mesothelioom-sterfgevallen hoger, namelijk 25 per miljoen inwoners. In Nederland overlijden momenteel jaarlijks bijna 400 mensen aan mesothelioom en 9000 mensen aan longkanker. Onderrapportage in Japan zou een mogelijke verklaring kunnen zijn voor het relatief lagere aantal mesothelioomslachtoffers.
Het aantal mensen dat in Japan in 2004 erkenning kreeg voor een van deze twee aandoeningen als beroepsziekte door asbest was veel lager dan het aantal sterfgevallen, namelijk 128 voor mesothelioom en 58 voor longkanker. In 2005 zijn die aantallen sterk gestegen tot 503 erkende gevallen van mesothelioom en 219 erkende gevallen van longkanker. Dit kan te maken hebben met de grote hoeveelheid publiciteit die de Beroepscompensatieregeling (‘Workers Compensation System’) in 2005 kreeg. Het grootste deel van de in 2005 erkende slachtoffers had in de verwerkende industrie of in de bouw gewerkt.
Twee asbestslachtofferregelingen
Sinds februari 2006 kunnen in Japan ook niet beroepsgebonden asbestslachtoffers met mesothelioom of longkanker in aanmerking komen voor een vergoeding via een overheidsregeling. Er was al een regeling voor beroepsgebonden slachtoffers. De vergoedingen voor beroepsgebonden slachtoffers en hun nabestaanden zijn hoger dan die voor niet-beroepsgebonden slachtoffers. Slachtoffers zélf krijgen een vaste uitkering per maand. Voor niet-beroepsgebonden slachtoffers is dat bijna € 700 per maand, voor beroepsgebonden slachtoffers 80% van het verdiende salaris. Nabestaanden komen in aanmerking voor nabestaanden pensioen (alleen bij ex-werknemers), een eenmalige uitkering van smartegeld (ca. € 18.000-19.000) en een bijdrage in de overlijdenskosten.
Japanse bedrijven die aansprakelijk zijn voor gezondheidsproblemen door asbest moeten jaarlijks gedurende vier jaar totaal 50 miljoen euro belasting betalen voor de nieuwe regeling. Vier asbestbedrijven die verantwoordelijk zijn voor een hoger dan gemiddeld sterftecijfer aan mesothelioom moeten samen jaarlijks 2,3 miljoen euro belasting betalen. Bedrijven waarbij het risico van blootstelling kleiner was, moeten naar rato van hun aantal personeelsleden bijdragen.
Verschillen met de Nederlandse situatie
De Japanse en Nederlandse asbestslachtofferregelingen verschillen op veel onderdelen. Hier de belangrijkste verschillen op een rijtje.
• Nabestaanden kunnen bij het IAS in Nederland alleen een aanvraag indienen voor vergoeding van materiële schade, in Japan zowel voor materiële schade als voor smartegeld.
• Niet beroepsgebonden asbestslachtoffers kunnen in Nederland op dit moment nog geen aanvraag indienen voor een vergoeding. Op korte termijn zal dit echter veranderen. Het Nederlandse kabinet heeft onlangs toegestemd in een vergoedingsregeling voor deze slachtoffers.
• Slachtoffers met asbestgerelateerde longkanker komen in Nederland nog niet in aanmerking voor een vaste vergoeding via het IAS. Wel heeft de Gezondheidsraad in juli 2005 geadviseerd om bij schadeclaims een vaste beoordelingsmethode toe te passen. De criteria die daarbij geadviseerd worden wijken sterk af van de criteria die in Japan toegepast worden. In Japan geven vooral medische criteria de doorslag. De Nederlandse Gezondheidsraad adviseert een methode toe te passen die vooral gebaseerd is op arbeidshygiënische criteria.
De uitwisseling van informatie maakte duidelijk dat er internationaal op verschillende manieren wordt omgegaan met door asbest veroorzaakte gezondheidsschade.
Simone Aarendonk, december 2006
Beleidsmedewerker Instituut Asbestslachtoffers
[ top ]
(Gast)editorial door Sjaak Burgers, longarts in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis
Gelukkig is in deze houding een verandering gekomen. Na vele jaren zoeken en proberen is er in 2003 vastgesteld dat met chemotherapie met het middel pemetrexed een, weliswaar bescheiden, winst behaald kan worden. Dit feit was het eerste positieve bericht over de behandeling van borstvlieskanker en daarom op zichzelf voldoende reden voor een (wederom bescheiden) tevredenheid. Het lijkt echter dat door dit eerste positieve nieuws ook de fatalistische houding van vele betrokkenen aan het veranderen is.
Veel meer dokters zijn tegenwoordig bereid om diagnostiek te doen om de diagnose met zekerheid te stellen. Veel meer patiënten denken dat dit ook daadwerkelijk zin heeft. Veel meer farmaceutische industrieën testen momenteel hun nieuwe medicijnen ook uitgebreid bij patiënten met mesothelioom en mogelijk worden dit jaar al nieuwe resultaten hiervan bekend. Steeds meer wetenschappers richten zich op het mesothelioom, om de ziekte beter te leren begrijpen en te bestrijden.
Vele voorbeelden hiervan zijn de revue gepasseerd tijdens het Nationale Mesotheliomen Congres dat mei jl. in de Koepelkerk in Amsterdam werd gehouden. Het was georganiseerd door de werkgroep Mesotheliomen van de NVALT*, de en gesteund door het Instituut Asbest Slachtoffers (IAS). Meer dan honderd longartsen, epidemiologen, arbeidsdeskundigen en meesters in de rechten luisterden naar de recente ontwikkelingen op medisch gebied. Bijna de helft van het programma was gewijd aan de specifieke problemen in Nederland van de blootstelling aan asbest (Goor), de ‘asbestkaart’, het met zekerheid stellen van de diagnose asbestkanker, de mogelijkheden van financiële compensatie al dan niet via het IAS.
Het is dus zeker niet zo dat alleen door de recente medische ontwikkelingen de houding ten opzichte van asbest en asbestgerelateerde aandoeningen is gewijzigd. Vele individuele initiatieven hebben uiteindelijk geleid tot erkenning door de politiek, een op vele fronten actieve patiëntenvereniging voor asbestslachtoffers en oprichting van het IAS, voorbeelden van concrete hulp aan patiënten en familie.
Een goed begin is gemaakt, met nadruk op begin. De uitwerking van de bestaande asbestregelgeving dient verder te worden gestroomlijnd. En ook wordt de discussie of andere asbestslachtoffers dan asbestkankerpatiënten moeten kunnen profiteren van de diensten van het IAS reeds gevoerd. De bestaande en nieuwe kennis over asbest en de asbestgerelateerde aandoeningen dient zo breed mogelijk worden verspreid. Ik hoop dan ook dat de nieuwsbrief weer het postvak van velen zal bereiken en goed gelezen wordt, en hoop als voorzitter van de mesotheliomenwerkgroep van de NVALT hier mijn steentje aan bij te kunnen dragen.
Sjaak Burgers, September 2006
* Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT). Sjaak Burgers is longarts in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis en voorzitter van de mesotheliomenwerkgroep van de NVALT.
[ top ]
Asbest: de verborgen tijdbom (Simone Aarendonk, beleidsmedewerker van het IAS)
Asbest werkt als een verborgen tijdbom omdat mensen pas vele jaren na het contact met asbest ziek worden. En die blootstelling aan asbest gebeurt nog steeds op vele (onverwachte) manieren en plaatsen, zowel in landen waar het materiaal verboden is als in ontwikkelingslanden waar nog volop onbeschermd met asbest wordt gewerkt. Het onderwerp zal daarom voorlopig nog hoog op de agenda’s blijven staan en veel aandacht krijgen zoals in deze nieuwsbrief te lezen is.
In de westerse landen waar het materiaal verboden is heeft men nu te kampen met het probleem van de asbestvervuiling. Asbest is nog volop aanwezig in gebouwen en in de grond. Zo kan men in deze nieuwsbrief lezen dat Britse huiseigenaren momenteel gewaarschuwd worden voor het klussen aan hun huis als dit tussen 1950 en 1985 is gebouwd. Anders overkomt hen over 30 tot 40 jaar hetzelfde als op dit moment de mensen uit het Australische plaatsje Wittenoom. Zij worden nu ziek van het als kind gespeeld hebben op plekken waar overal asbest was. De provincie Overijssel besteedt de komende jaren 100 miljoen euro aan het schoonmaken van met asbest verontreinigde bodems, te danken aan het afval van voormalige asbestfabrieken in Goor (Eternit) en Harderwijk (Asbestona).
Sommige westerse landen met een asbestverbod proberen de kostbare sanering van hun asbest te verplaatsen naar ontwikkelingslanden waar dit veel goedkoper kan omdat er onbeschermd met asbest mag worden gewerkt. Inmiddels is het probleem van de sloopschepen alom bekend. Onlangs was er veel aandacht in de media voor het Franse schip de Clemenceau dat onderweg was naar India om daar op een onveilige manier gesloopt te worden. Onder druk van milieuorganisaties, rechters en de Franse Raad van State heeft president Chirac moeten beslissen om het schip terug te roepen. Het schip dat vol astbest en andere giftige materialen zit, dobbert nu ergens op zee en mag nergens aanleggen. In andere ‘ontwikkelde’ landen als Canada en Rusland gaat de productie van asbest nog steeds door. Deze landen exporteren hun asbest naar ontwikkelingslanden als India waar in de komende decennia een sterke stijging in het aantal mensen met asbestziekten wordt verwacht.
Tot slot is er nog het probleem dat een asbestverbod niet altijd een totaalverbod betekent. Hier spelen economische belangen en het gebrek aan gelijkwaardige alternatieven voor dit ‘wondermateriaal’ een rol. Zo heeft Kroatië pas sinds 1 januari dit jaar een verbod op handel en gebruik van asbest ingesteld, maar hierop al in februari een uitzondering aangekondigd voor de productie van asbestproducten voor export naar niet-EU-landen. Anders was de Kroatische asbestfabriek Salonit failliet gegaan. Onlangs werd bekend dat negen Japanse autoproducenten nog steeds onderdelen gebruiken waarin asbest zit verwerkt. Dit ondanks een afspraak in 1989 dat zij het materiaal niet meer zouden gebruiken. Het excuus dat zij geven is dat de asbest zo verwerkt is dat het geen risico oplevert voor gebruikers. Er is echter geen veilige drempelwaarde bekend voor blootstelling aan asbest. De ziekte mesothelioom kan ook toeslaan na minimale blootstelling aan asbest.
Kortom we zijn, zoals Takala zegt, nog ver van een wereldwijd verbod op gebruik en productie van asbest en nog veel verder van een totale uitbanning van het materiaal. Takala ziet het als een uitdaging voor de internationale gemeenschap om naar een wereldwijd verbod op asbest te streven door landen waar nog steeds met asbest gewerkt wordt kennis en hulp aan te bieden bij het creëren van alternatief werk en bij het invoeren van substituten voor asbest.
Simone Aarendonk, 4 april 2006
Beleidsmedewerker Instituut Asbestslachtoffers
[ top ]
Hoe kunnen we blootstelling aan asbest en andere (nieuwe) gevaarlijke stoffen voorkomen? (Jan Tempelman, TNO)
[ top ]
Alimta (mevrouw Marie-Louise Tiesinga-Autsema)
Verschillende partijen hebben veel moeite gedaan om een oplossing te vinden. Het IAS is ook van diverse kanten benaderd vanuit de gedachte, zoals de longarts Paul Baas van de Mesotheliomen Werkgroep van de Longartsenvereniging (NVALT) het in zijn brief aan het IAS van 10 februari j.l omschrijft: “….. de betreffende patiëntengroep bijzonder is daar ook de overheid een verantwoordelijkheid heeft voor een compensatie aan deze patiënten. Niet alleen smartengeld maar ook materiële schade dient vergoed te worden en dit is een van de redenen waarom het IAS in het leven is geroepen. De vergoeding van de materiële schade betreft echter ook het recht op een optimale zorg”.
Bestuur en directie van het IAS hebben vanuit die gedachte met belanghebbenden en betrokken partijen de afgelopen maanden overleg over deze kwestie gevoerd. Voor ons stond voorop dat de eerst verantwoordelijke in deze het ministerie van VWS was die tezamen met zorgverzekeraars en ziekenhuizen voor een oplossing moest zorgen. Maar er moest intussen wel iets worden gedaan voor mesothelioompatiënten die vergoeding van de behandeling met Alimta zou worden geweigerd, Het IAS heeft dan ook contact opgenomen met het Verbond van Verzekeraars en hen gevraagd of zij, hangende een definitieve oplossing door VWS, bereid waren in individuele gevallen een behandeling van met Alimta te vergoeden. Bij schrijven van 17 mei j.l. heeft het Verbond van Verzekeraars ons medegedeeld, dat de aansprakelijkheidsverzekeraars het standpunt hebben ingenomen dat “… voor zover (de kosten van Alimta) niet vallen onder de reguliere zorg, of binnen het budget van een zorginstelling blijven, of anderszins worden vergoed, zij (na een individuele beoordeling) onderdeel kunnen vormen van de claim voor aansprakelijkheid”. Dat is een goede stap vooruit, maar biedt geen soelaas voor àlle betrokken mesothelioomslachtoffers. Een voorstel uit de Tweede Kamer om voor deze groep de TAS-regeling aan te wenden werd door het kabinet verworpen.
Inmiddels heeft minister Hoogervorst van VWS aan de Tweede Kamer laten weten dat patiënten, nooit om niet-medische redenen een geneesmiddel geweigerd mag worden.
Indien het behandeladvies van het NVALT dat voorschrijft mag een ziekenhuis het medicijn Alimta niet weigeren. De beslissing ligt dus in feite bij de behandelend specialist en niet bij de directie financiën. Zo hoort dat ook te zijn. De financiële problemen met betrekking tot de verstrekking van Alimta en andere dure geneesmiddelen zullen volgens minister Hoogervorst per 1 januari 2006 definitief voorbij zijn.
Het IAS blijft deze kwestie nauwlettend volgen!
Marie-Louise Tiesinga-Autsema
Voorzitter Instituut Asbestslachtoffers
OPROEP
Ook in de komende maanden mag Alimta de patiënten om niet- medische redenen niet worden ontzegd. Het IAS roept alle bij dit probleem betrokkenen, met name mesothelioompatiënten, op om ons te informeren over de ervaringen met de verstrekking van Alimta tot dusverre en die in de komende maanden .
Aldus kan worden bijgedragen aan inzicht in de juiste omvang van de problematiek en kan worden vastgesteld of dit probleem nu echt uit de wereld is.
Voor achtergrond informatie zie bijgaande pdf-documenten: Tweede Kamer 2005 kamervragen 1527,1605, 1826, brief 24 124 van minister Hoogervorst.
[ top ]
Asbest houdt de wereld ernstig bezig (Machiel van der Woude, directeur IAS)
De onvergankelijkheid van asbest (niet voor niets door de oude Grieken al met asbestos aangeduid) en de mondiale aanwezigheid van deze uiterst gevaarlijke stof genereren geweldige problemen op verschillende gebieden: medisch en epidemiologisch, milieu en veiligheid, juridisch, economisch en uiteraard ook politiek. In dit derde nummer van de IAS-nieuwsbrief wordt deze situatie aan de hand van verschillende berichten nadrukkelijk geïllustreerd. Zo maakt de ILO melding van het feit dat jaarlijks 100.000 mensen in de wereld overlijden aan de gevolgen van asbestblootstelling. In Japan is grote consternatie ontstaan na het verschijnen van een rapport van de overheid dat bij 23 bedrijven 358 mensen zijn overleden aan asbestgerelateerde ziektes. De grote zorg is dat dit mede is veroorzaakt door het feit dat in dit land pas laat beschermende maatregelen tegen asbest zijn genomen. In 1995 werden productie en gebruik van blauw en bruin asbest verboden (Nederland: 1978), wit asbest werd in 2004 verboden (Nederland: 1993). In de EU geldt sinds 1 januari 2005 een algemeen verbod. Maar helaas is Europa daarmee het enige werelddeel. In landen als Brazilië, Canada, Rusland en verschillende ontwikkelingslanden wordt nog volop asbest geproduceerd en gebruikt. Daarom dan ook de oproep in het Europese Parlement om in de gehele wereld te stoppen met het in de handel brengen en gebruik van alle soorten asbest.
De medische gevolgen van asbest zijn groot. De Gezondheidsraad bracht onlangs een rapport uit over asbestgerelateerde longkanker. Volgens de raad komt naar schatting iets meer dan 10% van de gevallen van longkanker voor rekening van blootstelling aan asbest. Dat komt neer op 8 op de 100.000 mannen en bijna 2,7 op de 100.000 vrouwen. Het medisch en farmacologische onderzoek is in volle gang en heeft geleid tot aanpassingen in de behandelwijze en nieuwe medicijnen (bijvoorbeeld Alimta). Tot op heden hebben deze inspanningen nog niet geleid tot een grote verbetering van de overlevingskansen van asbestslachtoffers met longkanker en mesothelioom. Maar mogelijk zijn op niet zo’n lange termijn doorbraken te verwachten. In het artikel van Robinson, dat is opgenomen in deze Nieuwsbrief, worden de laatste ontwikkelingen in de diagnostiek en behandeling van mesothelioom beschreven.
Ook de juridische gevolgen van de massale toepassing van asbest zijn buiten iedere proportie. In het vorige nummer van de IAS-Nieuwsbrief werd melding gemaakt van het feit dat het rechtssysteem in de VS in een crisis verkeert door het grote aantal asbestzaken. Dat geldt ook voor delen van de Amerikaanse economie omdat een groot aantal bedrijven failliet gaat als gevolg van de toekenning van veel hoge claims. Ook in Engeland, zo valt in dit derde nummer van de Nieuwsbrief te lezen bestaat angst voor een golf van asbestclaims. De omvang van deze claims lijkt nog te groeien omdat de kring van gerechtenden groter wordt. Zo kende in Australië een rechtbank een voormalig mijnwerker schadevergoeding toe op grond van zijn chronische angst voor het krijgen van een asbestgerelateerde ziekte en ontving in hetzelfde land een klusser voor het eerst een schadevergoeding omdat het betreffende bedrijf geen waarschuwing op het asbestproduct had gezet. In ons land wordt ervoor geijverd om slachtoffers, die op grond van asbest in het milieu, ziek zijn geworden, schadeloos te stellen. Dit mede op basis van recent onderzoek in Twente, waaruit bleek dat Twentenaren meer kans op een asbestziekte hebben mensen in andere delen van Nederland door het gebruik van asbestvezels in wegen en boerenerven in deze provincie.
Asbest, zo kunnen we ook na lezing van dit derde nummer van de IAS-nieuwsbrief vaststellen, houdt de wereld ernstig bezig. Hopelijk komt er een tijd dat het onvergankelijke asbest toch vergankelijk blijkt te zijn.
Machiel van der Woude Directeur IAS
Oktober 2005
[ top ]
IAS-jaarverslag 2008: het aantal aanvragen neemt flink toe (Simone Aarendonk, beleidsmedewerker IAS)
[ top ]


